Terug naar huis « Precedent   » Wegens onderhoud

woensdag 22 februari 2012 - 16:48
Extreem zenuwachtig

Vroeger toen ik nog thuis woonde; lang, lang geleden (5 6 Maanden. 4 Dagen.) - vroeger stond mijn bed tegen de verwarming aan.
Ouderwetse stadsverwarming, zonder moderne rarigheden als een centrale thermostaat.
Afhankelijk van de buitentemperatuur deed ie ’t, of deed ie ’t niet. Je draaide de knop om en hij ging loeien en laaien. Ongeacht hoe stomend heet het in de kamer werd.
Zalig.

Mijn bed was mijn bank was mijn bureau. Ik las en at en lag en zat in en op dat bed. Altijd tegen de verwarming aan. Of erop. Permanente brandwonden op mijn rug, op mijn rechterarm, -hand en -been.
Altijd hitte tegen me aan. Hoe koud, of hoe warm ik het verder ook had.
Werkelijk, binnenin, opwarmen deed ik er overigens nooit van - daarvoor was en ben ik al jaren veel te gespannen. Vijftien kilo meer of minder dan nu heeft daar nooit enig verschil in gemaakt. Maar de externe warmte gaf in elk geval iets van ontspanning, geborgenheid. Stilde rug- en buikpijn. En da’s ook wat waard.
Die verwarming, dat was wat ik, van al mijn ‘rituelen en routines’, na mijn verhuizing het meeste miste.
Het feit dat ik hem onafhankelijk van een thermostaat kon aanzetten. En het feit dat ik er tegenaan kon liggen.

De radiatoren hier, in mijn eigen huis, zijn korter. Vreemd geplaatst. En bovendien gekoppeld aan een centrale thermostaat: radiator X kan alleen aan door de thermostaat hoger te zetten, en dan gaat niet alleen X aan, maar alle radiatoren in huis. Gaat er in elk geval direct warm water door de leidingen stromen, in de richting van alle radiatoren; waardoor de vloer warm wordt en indirect de algehele temperatuur stijgt.
Dat wil ik niet. Dat is nooit mijn idee of behoefte geweest bij een verwarming. Ik wil een koele omgeving, en een hete kachel in mijn rug.
(u zult begrijpen: dit zorgde thuis nog weleens voor conflicten, met name als ik zowel mijn raam als de verwarming wijd open had. ‘Ik stook niet voor de buren’ werd dan met recht een ‘ik stook niet voor de wijk’)

Dus.
Mèt dat ik verhuisd was had de verwarming eigenlijk afgedaan.
En leed ik kou.
Van een warme omgeving word ik heel naar en ‘MS-ig’, maar het algehele gebrek aan warmte zorgt dat ik permanent zit te klappertanden.

Goed.
Tot zover de inleiding.
(sorry hoor, mijn stof wil niet echt kort zijn, op het moment)

Oh, nee, wacht.
Nog een stukje inleiding.
Dat zal ik wèl heel kort houden en verder niet becommentariëren, beargumenteren en verklaren.
‘Ik slaap in de woonkamer’.
Daar moet u het maar even mee doen, omwille van de tijd. Neem het maar gewoon ter kennisgeving aan.

‘Als je nou’, zo schreef hij; ‘je bed met de bank verwisselt. Je bed onder het raam en de bank tegen de muur. Dan kan je weer tegen de verwarming aanliggen.’
Dat was misschien wel een goed idee.
Ik sleepte een en ander heen en weer. Bed tegen de verwarming. Bank tegen de muur.

Het zag er belachelijk uit.
En het leek erg onpraktisch.
Op die manier zou ik nooit meer mijn wasgoed op de verwarming kunnen drogen, die was nu ingesloten. Net als het kastdeurtje van mijn dressoir: alles wat daarin zat was nu onbereikbaar.
Het gordijn zat klem tussen bed en verwarming - dat zou het eind van het gordijn betekenen. En de lengte van de verwarming was onvoldoende: het bed stak voor een derde uit. Het bovenste één-derde. Als ik ’s nachts zou omrollen zou ik met mijn hoofd in de holte tussen muur en bed verdwijnen.

Niet zo zeuren. Geen excuses zoeken.
Gewoon proberen.
En ik probeerde.

De verwarming bleek precies in mijn rug te eindigen. Hoe ik het bed ook zou schuiven - stukje naar achteren, stukje naar voren - de punt van de radiator stak altijd wel ergens tussen mijn heup en mijn schouder.

Niet zeuren.
Mijn lijf zou maar gewoon moeten wennen. Moeten leren. Fysiek, sensorisch, kennis opdoen. Net zoals je tong precies weet waar je tanden zitten en hoe die te ontwijken, zo zou mijn rug mettertijd echt wel die punt weten te omzeilen.
Aù. Grote kras in mijn bovenrug.

Geen excuses zoeken. Geef het een kans, geef het tijd.
Je hebt de warmte, in elk geval. Geniet daarvan.

Oh ja, die warmte.
Hm, hij stond wel wat hoog, eigenlijk.
Dat viel me vooral ’s nachts op.
Thermostaat lager, véél lager.
Nog steeds te heet.
Ik voelde met mijn hand.
Viel eigenlijk nogal mee.
Er zat een gordijn tussen, èn een dekbed, èn een extra laken, èn een pyjama.
Ik voelde nog eens, dit keer met mijn pols.
Nog eens met mijn andere hand, omdat de rechter gewoon ook wat minder gevoelig is.
Nee, eigenlijk was het niet meer dan lauw.

Niet zeuren. Geen excuses zoeken.
Gewoon proberen, het een kans geven.

Ik bleef liggen. Schurkte steeds verder van de verwarming weg.

Brandende pijn in mijn rug.

En langzaam drong tot me door: mijn zenuwen. Die verdomde kloterige snert-MS, die mijn zenuwen wispelturig en onvoorspelbaar en overgevoelig maakt.
In de vijf zes maanden (en drieënhalve dag) dat ik geen verwarming meer had, was de huid op mijn rug de warmte ontwend. Was de andere kant opgeslagen.
Kon helemaal geen warmte meer verdragen, en interpreteerde die als hitte, als brandwonden.

Nooit meer, of in elk geval: nu niet, gewoon lekkere fijne warmte. Koesterende warmte. Verwarmende warmte.
Alleen maar pijnlijk stekend vuur.

En zo kwam het dat ik om drie uur ’s nachts weer stond te slepen.
Bank terug. Bed terug. Gewoon weer tegen die koude harde muur.

En een heel aantal plannen in duigen zag vallen.


Hm, heftig idee, zo'n afscheid.
Zezunja (URL) - 24 februari 2012 - 22:17

  
Persoonlijke info onthouden?

Om commentspam te voorkomen vragen we je om antwoord te geven op de 'silly question'
 



Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.