donderdag 16 oktober
2 | 13:41 Eind goed, al goed

Eindelijk was ik dan toch overstag: er zou een kattenluikje in de badkamer komen.
Dat Casper op korte termijn minder vraatzuchtig en hebberig zou worden leek me een illusie en utopie; dat Daantje voor zichzelf zou leren opkomen en voor haar eten vechten ook.
Zoals het nu gaat heeft Daantje iets heel lekkers, helemaal voor zichzelf alleen, ook exclusief aan haar gegeven; en zodra Casper aan komt rennen doet zij een stapje opzij en zegt: ‘oh, nee, natuurlijk, ga je gang, nee heus het was heel smakelijk maar ik wil je niet in de weg zitten’.

Daantje eet kleine hapjes, gedurende de dag. Tien keer op een dag. Daantje zou gewoon een volle voederbak moeten hebben waar ze de hele dag bij kan – maar een volle voederbak blijft, met Casper in huis, niet lang vol.
En dus krijgt ze eten in de badkamer. Maar van tien keer per dag de deur open doen – of beter: twintig keer per dag, want ze moet er ook weer uit – kregen we allebei schoon genoeg.
Dus zou ik dan, toch maar, in vredesnaam, een luikje in de badkamerdeur maken. Een chique luikje, een professioneel luikje dat reageert op de chip in haar nek. Een luikje voor de lieve prijs van €69,95. In een huurwoning-deur die ik, als ik ooit ga verhuizen, zal moeten vervangen. Kosten ca. €200.
Ik had het plan keer op keer overwogen en op grond van de kosten net zo snel weer verworpen, maar nu zou het dan toch gaan gebeuren.
Luikje besteld, decoupeerzaag gehuurd. Gat uitgezaagd, deurtje met veel gedoe min of meer stevig in de deur gezet (luikje daarbij beschadigd, want holle deur en onvermijdelijk mis-mikken van schroeven, etc).
Er was geen weg terug.
Maar, zo bleek, ook geen weg héén.

Al wat ik hoefde te doen, zo zei de gebruiksaanwijzing, was de Memory-knop indrukken; de eerste de beste kat die dan zijn kop door het luikje stopte zou in het geheugen worden opgeslagen.
Met Daantje in mijn armen zat ik in de gang. Duwde haar kop door het luikje. Het luikje deed niets. Daantje ook niet, want die wordt sowieso bloednerveus van luikjes. Het luikje naar het balkon gaat ook niet van harte: ze durft er niet gewoon met haar hoofd doorheen, maar duwt het eerst met een poot open, drukt dan haar kin op de borst, houdt haar andere arm over haar hoofd en gaat dan eindelijk, op hoop van zegen, naar buiten.
Daar had ik nu ook op gerekend. Ik was helemaal voorbereid op een lang gevecht vóór Daantje dit nieuwe luikje überhaupt zou accepteren.
Waar ik helemaal niet op was voorbereid was dat haar chip niet zou worden opgepikt.
Met de memory-functie nog steeds aan duwde ik Daantje met licht geweld tot drie keer toe door het luikje.
Niets. Helemaal niets. Het rode lampje bleef blij en verwelkomend knipperen, hoe zeer ik hem ook aan het verstand probeerde te brengen dat de te herinneren kat allàng was gepasseerd.

Misschien was het luikje stuk.
Ik had nog een kat. Ook gechipt. Precies de kat die absoluut niet door het luikje mocht worden herkend, maar als ik het geheugen zou kunnen resetten zou ik hem als testcase kunnen gebruiken.
Ik keek de handleiding na, het luikje bleek inderdaad een reset-mogelijkheid te hebben, en ik liet Casper te gang in.

En toen bleek Casper ineens helemaal niet zo dom als hij altijd lijkt. Of in elk geval: woest intelligent zodra en zolang er eten in het spel is.
Hij wierp één blik op de badkamerdeur, zag het luikje, en zei: ‘ah, fijn, dat werd tijd. Dat scheelt een hoop gedoe, aan eindeloos op wacht liggen tot die deur eindelijk eens op een kiertje staat’.
En stapte zonder enige aarzeling naar binnen. Zelden een kat zo blasé door een kattenluikje zien gaan.
Het luikje, op zijn beurt, omhelsde Casper met net zo weinig aarzeling en zei direct: ‘ha, een kat!’. En sloeg Caspers chip op in het geheugen.

Daantjes chip bleek kwijt.
Onvindbaar, onleesbaar.

Dat zou in principe nog niet zo heel erg zijn.
Om naar binnen te gaan is een chip nodig, maar terug naar buiten kan ‘gratis’, zonder scan of pasje of tol.
Ze zou in elk geval voortaan zelf weer de badkamer uit kunnen, dat scheelde al één keer wachten en deuren openen.

Of toch niet…?

Het werd getest.
Daantje bleek niet van plan te zijn om via het luikje naar buiten te gaan.
De rollen waren omgedraaid: want waar Casper verrassend slim was geweest, toonde Daantje zich nu bedroevend dom.
In de gang lag ik, op mijn buik, voor het luikje. Zwaaiend en seinend en koerend naar Daantje. Kom maar! Kom maar naar buiten.
Daantje deed niets. Zat kaarsrecht, als een dametje, voetjes bij elkaar. Nog net niet de handjes in haar schoot gevouwen.
Keek me aan, het hoofd schuin.
Hoe ik ook wenkte en met touwtjes wapperde, ze kwam geen stap naderbij.
Draaide het hoofd naar de andere kant. Staarde me geïnteresseerd maar volkomen ‘dense’ aan.
Toen ik dan maar weg ging, in de hoop dat ze het zelf wel zou uitvinden, steeg er een luid gejammer uit de badkamer op.
La-me eruit, la-me eruit, la-me eruiiitttt!!!

Ten lange (LANGE) leste leek ze het te snappen.
Het ging één keer goed.
Maar weer had ik niet op Casper gerekend.
De volgende keer dat Daantje zat te eten stak Casper zijn hoofd door het ‘tunneltje’, dat voor het luikje zit.
Was zeer verontwaardigd dat hij er dit keer niet doorkon.
Maar bleef zitten.
Staarde. Stáárde. Staarde door het ‘raampje’ naar het etende Daantje.
En weigerde vervolgens Daantje weer naar buiten te laten.

Dat is hoe de zaken er nu voor staan.
Casper heeft een raam waardoor hij naar een volle etensbak kan kijken.
En wordt daar redelijk wanhopig van, op het krankzinnige af.
Daantje heeft een luikje waarmee ze de badkamer niet in maar alleen uít kan. Wat in praktijk ook niet lukt, wegens de wakende Casper.
Ik heb een luikje van 70 euro, wat niet retour kan.
En een deur met een gat erin, waarvoor ik in de toekomst 200 euro zal moeten neertellen.

En nog steeds geen oplossing voor de verschillende eetproblemen.

Maar in elk geval kan ik nu met een decoupeerzaag omgaan.

* * *

Edit & Update, I - 16-okt, 16.00

Met Daantje naar de dierenarts gegaan om te controleren of de chip er überhaupt nog zat (leuk detail: ik wilde gisteren al gaan, maar toen kon het niet 'omdat er een spoed-keizersnee was'. Prima, kan gebeuren. Bij navraag, nu, hoe het was afgelopen en wat voor beest het was geweest was het antwoord: een cavia. Juist..) . Chip bleek WEG. Gewoon helemaal in het niets verdwenen, niet meer terug te vinden. Nieuwe chip geplaatst. Kosten: €43. Eén dag niet aaien, wat gelukkig niks uitmaakt want Daantje heeft de pest aan aangeraakt worden. Maar vanaf morgen mag ze, in theorie, weer geaaid worden. En geïntroduceerd bij luikjes. Hoezee.

* * *

Edit & Update, II: - 17-okt, 18.00

Het werkt, mensen! De chip zit erin, het luikje zei 'hoi!', en Daantje kan erdoor!

Of het de zaken er, althans vooralsnog, eenvoudiger op maakt is een tweede.
Zie hier een kleine situatieschets:

Daantje drentelt rond mijn enkels. Daantje stuurt me, al draaiend, in de richting van de badkamer.
Gaat vervolgens, volgens gewoonte, afwachtend, vragend, eisend bij de deur staan. Krabbelt aan de deurpost.
"Je kan nu zelf, lieverd. Kom maar, kijk hier"
Ik op mijn hurken.
"Kijk eens, dit is nu de ingang. Je kan nu zelf! Ga maar!"
"Ja, je bent lief. Zoem zoem. Hier, ga maar proberen!"
(dit als ze dwingend tegen me aan schurkt, onder voortdurend zacht gespin).
Kop bij het luikje. Klik! Opent het luikje enthousiast.
WTF?! Het maakt geluid! - deinst Daantje geschrokken terug.
Van voren af aan.
Klein duwtje van mij tegen haar bips. Toe maar, ga maar, het lukt wel!
Onzeker pootje naar voren. Kop, als vertouwd, schuin naar beneden. En erdóór!!!

Repeat, bij elke mini-maaltijd.

De tijd zal het leren..
1 | 06:49 Misdaad en straf

Ik heb mezelf verkracht. Ik heb mezelf verkocht, te grabbel gegooid. Me laten gebruiken, mezelf misbruikt.
Niemand heeft me iets misdaan.
Niemand heeft me beschadigd dan ikzelf.
Maar ik voel me vernederd, vies, verraden.
Hoe klaag je aan, bestraf je; als je zelf de dader bent? Hoe vergeet, vergeef - hoe verwerk en hoe genees je?

Kapot. Vernield. Verloren.

Spelende vrouw, wat heb je nu geleerd?
zaterdag 04 oktober
1 | 22:48 Indruk

Jom Kippoer. Mijn allereerste. Jaren naar uitgezien – letterlijk. Want het zou zo groots en machtig en indrukwekkend zijn. Kol Nidre, die ik alleen kende van de ‘coverversie’ van Max Bruch. Avinu Malkenu, waarvan de verschillende analyses online alleen al diepe indruk maakten. Om nog niet te spreken van de geluidsfragmenten.

Ik zou gaan. Hoe dan ook. Ik zou vooraf uitrusten en de hele vrijdag niets doen, en dan zou ik gaan.
Dat helemáál niets doen een slecht idee zou zijn bleek later.
Omdat het zo druk was werden zitplaatsen toegewezen. En speciaal om de claustrofoob in me een extra uitdaging te geven was mijn plaats: laatste rij, diep achterin sjoel, naast een onomzeilbare pilaar.

Ik kon er niet uit. Ik zou er nooit meer uitkomen. Ik zat muurvast. En de dienst zou meer dan twee uur duren.
En ik moest staan. Niet de hele tijd, maar wel een groot deel. En ik was – excuses voor de informatie – ongesteld.
Dus na me een hele dag doodstil te hebben gehouden, geen vinger te hebben bewogen, stond ik nu ineens rechtop. Bloedend als een rund, en bovendien steeds meer in paniek rakend. Op een lege maag.
En dus voelde ik dat ik ging flauwvallen. Mijn hoofd, mijn nek, mijn rug, mijn benen – alles tintelde en wankelde en zwabberde.
Zitten.
Ik kon niet weg.
Ik moest naar de wc. Ook dat nog.
Zitten, staan, zitten, staan. Zwart voor de ogen.
Tot drie keer toe ging ik bijna onderuit.

Maar mijn god, wat was het mooi. Mijn God. De tere, maar toch ook zo machtige melodieën. De chazzan die niet maar ‘gewoon een liedje zong’, maar die de teksten en tonen leek te proeven, af te tasten.

Uiteindelijk wist ik me naar buiten te werken. Redelijk onopvallend, hoopte ik.
Naar de wc, even lopen, hoofd naar beneden. En toen terug, dit keer op de bovengalerij.
Gek genoeg maakte dat het nog indrukwekkender. Feminisme be damned: ik voelde me op mijn plaats, zo achter de ‘tralies’ van de (van oorsprong) vrouwengalerij. Van bovenaf neerkijkend op een woud van gebedsmantels en kipa’s; de overgave, de ‘saamhorigheid’, bij gebrek aan een beter woord.
Het was niet heilig, het was niet schíjnheilig of gemaakt. Het was een volkomen oprecht, natuurlijk samenzijn.

En toen kwam het. Avinu Malkenu.
Het slot, met de bijna wanhopige snik in de melodie.
Door merg en been, ging het.

‘s Avonds kreeg ik keelpijn. Die niet overging, hoeveel drop en water ik er ook tegenaan gooide.

Ik bracht de nacht door met het wegslikken van een immer dikker wordende keel. Sliep nauwelijks, stond vervolgens de hele dag te zwalken.
Maar: geen koorts, stelde de thermometer me de hele dag gerust. De kapòtte thermometer.
Wèl koorts, zei de werkende thermometer, die ik pas tegen vijven raadpleegde; achterdochtig geworden door de hittegolf die in mijn hoofd woedde.
De afsluitende avonddienst zou ik nu wel op mijn buik kunnen schrijven. Ik zou dit keer niet bijna, maar helemáál flauwvallen.
Glaasje water. Dropje. De temperatuur die iets daalde.
Ik rekende uit: half uur héén, anderhalf uur dienst, half uur terug. Gewoon direct boven zitten, niet in de drukte beneden.
En ik ging.
Hoe bang ik ook was – want niets enger dan ziekzijn, wat mij betreft. Wat als de koorts ineens zou pieken, wat als de MS zich dan aan zijn eigen regels zou houden en heel agressief op de verhoogde lichaamstemperatuur zou reageren, wat nou als ik dan in sjoel door mijn benen zou zakken, wat nou als wat nou als wat nou als – wat nou als het gewoon heel fijn zou zijn?

En dat was het.
De sfeer was ontspannen en onrustig in één. Gedeelde moeheid en hongerigheid. Tegelijk ook die ‘saamhorigheid’, een bij elkaar horen, thuis zijn. Het was rumoerig, er werd in- en uitgelopen, er klonken wat jengelende kinderstemmetjes. Maar onder alles klonk toch: we gaan niet weg hoor, zo terug, we blijven tot het einde bij elkaar. Volledige toewijding.
In twee dagen tijd was mijn Hebreeuws met sprongen vooruit gegaan. Ik durfde mijn ogen van de bladzij te halen, rond te kijken, gewoon te luisteren zonder elke letter te volgen, bang de draad kwijt te raken. Steeds vond ik mijn weg weer terug.
Thuis.
Ik was ziek, ik had het koud, onder normale omstandigheden was ik gewoon opgekruld en huilerig op de bank voor de TV gaan liggen. Maar hier zat ik. Ook opgekruld: mijn voeten opgetrokken voor me; één hand aan de tralies, mijn hoofd tegen het hek geleund naar beneden kijkend. Gezangen en gebeden om me heen, me inbakerend. Ik was ziek, maar ik was veilig en ik was thuis.

Toen, helemaal aan het eind, weer: Avinu Malkenu.
De snik leek dit keer nog groter; hunkerender, pleitender in de smeekbede: "Onze Vader, onze Koning, wees ons genadig, wij hebben geen daden waarop wij ons beroepen kunnen, maar toch, laat de mildheid kennen van uw trouw"
Machteloos als een kind: ‘alstublieft, ik weet het ook niet meer, ik kan niets meer doen, maar alstublieft, blijf bij me, hou me vast"

De klank van de sjofar. Oneindig lang.
En ineens: uit. Klaar. Lachend en uitgelaten stroomde iedereen naar buiten. Men had haast, want honger.

Gelukswensen: ‘nog vele jaren’.
Ik hoop en wens het van harte. Nog vele jaren. En vele keren vaker.
dinsdag 16 september
1 | 19:52 Kalm aan en rap een beetje

Af en toe - of regelmatig - ben ik een beetje uit mijn doen.
Buien waarin ik aandacht wil, of eigenlijk juist niet. Mijn draai niet kan vinden, mijn woorden niet; uit mezelf wil wegrennen. Buien waarin ik druk en joelerig en lawaaiig ben; grappig en schertsend maar allemaal nèt iets te hard en ongecontroleerd. Niet weet of ik wil lachen of huilen - eigenlijk toch liever huilen, maar liever nog gillen en slaan.

Het zijn vaak buien waarin ik aan mensen ga trekken. Hangen, kleven. Waarvan ik onmiddellijk spijt heb; wil uitwissen wat ik heb gezegd, mezèlf wil uitwissen. Tot in den treure mijn excuses ga aanbieden, verklaringen wil geven - waarmee ik nog veel aanweziger ben en de spijt en zelfvernietingsdrang alleen maar groter worden. "Shut up shut up shut up shut up!!!!" - schreeuwt het in mijn hoofd, maar stiller wordt het er beslist niet op.

En dan kijk ik naar mijn kattenbeestjes.
Naar Daantje, die op z'n tijd ontzettend klierig kan zijn. Gewoon zomaar in het voorbij lopen Casper een mep geeft. Of heel hard komt aanhollen en dan zo bàf bovenop hem springt, als hij gewoon kalmpjes lag te dutten.
En hoe Casper er dan op een gegeven moment genoeg van heeft. Niet blaast, niet bijt, niet terugslaat. Maar in plaats daarvan Daantje in een houdgreep neemt en haar heel nadrukkelijk, bijna hardhandig begint te likken. Alsof hij zegt: "EN NOU BEN JE GEWOON EVEN RUSTIG!!".
Waarop zij ook inderdaad direct kalmeert. En ze vaak in elkaar verstrengeld in slaap vallen.

Ik zie het en ik denk: ja, dat is wat ik eigenlijk wil. Geen sorry sorry of shut up shut up, maar veel meer: "hou me vast, hou me vast". Een koesterende houdgreep. Iemand die me stevig vastklemt en me, liefdevol maar beslist, het zwijgen oplegt.

Dat, of gewoon een dwangbuis en sedatie.


woensdag 10 september
2 | 18:48 Fantastisch

Ik had hier ooit een rant willen schrijven over de betuttelende houding van Facebook.
Het bedillerige van een moederkloek die op de speelplaats vriendjes voor je regelt. Of ronselt.
Zo kreeg ik, zodra ik Dan's friendrequest had geaccepteerd, onmiddellijk een bericht van Facebook: "Dan is new on Facebook. Help Dan find his friends".
Nou, dat maakt Dan zelf wel uit, of hij dat nodig vindt.

Maar vrienden hebben, volgens Facebook, met heel veel dingen hulp nodig.
Niet alleen met vriendjes (terug)vinden, maar vooral ook met het vieren van hun verjaardag.
En omdat ik al mijn eigen vriendjes, verjaardags-technisch, in groepjes van drie blijk te hebben uitgekozen, krijg ik dus ook doorlopend massa-oproepen.
Berichten als deze:
"ActieReactie, Daisy en Maarten van Vlier have their birthday this week. Help ActieReactie, Daisy en Maarten van Vlier celebrate their birthdays"

Help ze dan toch! Hoe kunnen ze ooit zonder jou hun verjaardag vieren!

En ik deed niets.

Aan geen van de hulpkreten heb ik gehoor gegeven.
Voor een deel omdat die oproepen me mateloos irriteren en volledig averechts werken, maar voornamelijk - laten we eerlijk zijn - gewoon vanuit mijn eigen asociale rotkaraktertje.

Maar.
Ik heb een schaduwaccount.
Voor alles wat mijn FB-vriendjes niet mogen weten.
Voor alles wat ik anoniem wil schrijven.
In praktijk doe ik er niets mee, want ik ben veel te lui om ooit echt anoniem te kunnen zijn. Maar die schaduwaccount is er, en ik ben zelfs vriendjes met haar.

En dus kreeg ik deze week een nieuwe, toch wel verrassende oproep:
Puck's birthday is this week. Help Puck celebrate her birthday.

En dit keer heb ik de oproep wèl ter harte genomen.
Ik zou mezelf een fantastische dag bezorgen.

Vooraf heb ik mijn verjaardag aan enige vrienden aangekondigd. Met de opmerking dat ze zelf mochten weten wat voor cadeautje ze me zouden geven. Niet òf, maar wat vóór.
Want kindertjes die vragen worden zelden overgeslagen en wie nooit goed doet natuurlijk altijd goed ontmoet.

Maar ik ken ook mijn grenzen. Ik had mezelf natuurlijk zonder meer her en der kunnen uitnodigen, de vriendelijke tirannie moet best breder inzetbaar kunnen zijn dan alleen maar voor cadeaus.
Maar gelukkig staken de omstandigheden daar een stokje voor.

Dus werd ik vanmiddag verwacht voor de jaarlijkse echo van mijn nieren.
Die vervolgens weer moest worden afgeblazen voor een nòg leukere invulling: een knus groepsgesprek, met mijn beide ouders en de huisarts van mijn vader.
Om te praten over paps toekomst. De boeken, het huis, de mogelijke uithuiszetting, de doemscenario's van pa die zwervend op straat eindigt, een winkelwagentje vol oude kranten voortduwend.

Het werd, zoals u zich kunt voorstellen, ècht een vrolijk gesprek. Zonder enige strijd; zonder discussies, uitbarstingen of huilbuien.
Met als conclusie en opdracht van de huisarts: Dat Er Stappen Ondernomen Gaan Worden. En over twee weken terugkomen.
En de stilzwijgende wetenschap, voor mijn moeder en mij: dat er helemaal nìets zal worden gedaan. Dat papa over twee weken die afspraak afzegt. Ook geen nieuwe maakt. En dat hij genadeloos zijn ondergang tegemoet gaat.
Maar dat het niet meer in onze hand ligt.

Na afloop gingen mijn moeder en ik "ons bezatten", bij de koffie-automaat van het ziekenhuis.
Alwaar ik mijn neuroloog tegen het lijf liep.
"IK BEN JARIG!", sprak ik dreigend. ("... en waag het niet om het te verpesten..")
"Oh. Gefeliciteerd. Maar is dit de beste plek om het te vieren..?"
Ach ja, waarom ook niet. Kind aan huis, inmiddels.

Maar vanavond heb ik cursus. Eerste les, sinds de vakantie.
"Oude Testament". Altijd leuk.
En ik ga uitdelen: roomboterkoekjes die bij AH in de bonus waren.

Want Albert Heijn let op de kleintjes. Ook als die 37 worden.
woensdag 27 augustus
3 | 01:59 Groei & bloei

Eens, op een (overdramatische) februari-dag in 2013, toonde ik u foto's van mijn bevlochten achterhoofd.

Er kan een hoop gebeuren in 571 dagen.

Of in elk geval sinds 16 april dit jaar, toen ik resoluut de schaar in die vlechten zette.

Van het een kwam het ander - en dus heb ik sinds vandaag, in plaats van vlechten, bloemetjes op mijn achterhoofd.

Ook lief. Op een kinki manier.
woensdag 20 augustus
1 | 14:45 Geen sprake van

Mijn vader moet verhuizen, omdat werken steeds lastiger wordt (zo gek, hij is pas 79 en hij heeft immers nog één heel werkend oog..?!) en hij dus ook steeds minder makkelijk de huur kan neertellen.
Of ik een nieuwe woning voor hem kon zoeken.

Wat zijn wensen (eisen) waren?
Nou ja, wel in dezelfde buurt, want we zijn allemaal van elkaar afhankelijk dus dat moet wel. En in de buurt van de tram. Geen trappen, want zijn knieën. Niet hoger dan de derde verdieping, ongeacht lift, want hoogtevrees. En, oh ja, genoeg ruimte. Kastruimte en oppervlak. Want hij wilde al zijn spullen gewoon kunnen meenemen.

Juist. Kortom: alles wat een woning aantrekkelijk en dus duur maakt.

"Je realiseert je dat je in elk geval de helft van je oppervlak krijgt? Op z'n best? Dat je dientengevolge en derhalve ook afscheid moet nemen van tenminste de helft van je spullen?"

Nee, dat had hij eigenlijk nog niet zo bedacht.
Natuurlijk moest er voor €500 minder een woning te vinden zijn met net zoveel ruimte als zijn huidige zéér riante vijf/zes-kamerappartement.

"Pap. De helft. Echt. Als je richting sociale huurwoningen gaat heb je als alleenstaande sowieso maar recht op twee kamers, of drie kleine cel-achtige ruimtes."

Maar we kunnen toch ook gewoon in de particuliere sector kijken?

Tuurlijk kunnen we dat.
Dus dat deed ik.

Ik vinkte de gewenste wijkjes aan, stelde de bovengrens voor de huurprijs in, wilde toen beginnen met de ruimte te selecteren en zag dat dat eigenlijk niet zoveel zin had.

Er was:
één driekamerwoning, met 50m2 woonoppervlak.
En één vierkamerwoning, van 70m2
Tegenover het winkelcentrum, tegenover de tram, tegenover de bus - eigenlijk overál tegenover. Eén hoog, maar wel een lift.
Een douche èn een bad.
Een berging.
Een aparte, gesloten keuken.
En originele houten vloeren.

Ik zat kwijlend voor mijn scherm.
En belde mijn vader.

"Ik heb een huis voor je."

Ik beschreef al het moois, noemde toen het adres.

"Oh, geen sprake van, daar ken ik het wel, dat zijn rothuizen, van net na de oorlog, toen alles snel en klein moest"

Ik geloof dat mijn vader nog een beetje in het reine moet komen met zijn verhuizing.
En zijn eisen wat moet leren bij te stellen..
dinsdag 01 juli
1 | 13:55 Don't do drugs

't Is raar spul, catnip.
Casper is compleet onaangedaan door het spul. Hij ruikt het niet, hij vindt het niet aantrekkelijk; en al zou ik een hele zak door zijn eten mengen, dan nog zou het hem niets doen.
Daantje daarentegen... (klik!)



En nu heb ik eigenhandig een junk gecreëerd.
Want ze is nooit agressief. Altijd kwaad en geïrriteerd, dat wel, maar dat is meer van het beledigde prinsesse-soort. Maar nooit agressief.
Maar nu net zag ik haar luid grommend in de vuilniszak graven. Op zoek naar het lege catnip-zakje (heel toepasselijk eenzelfde soort zakje als waarin weed komt). En toen ze het eenmaal had ging ze er bovenop zitten en zette haar tanden en klauwen erin alsof het de sappigste muis ooit was.

Dus, kindertjes. Begin niet aan drugs. Wat je vrienden ook doen. En... eehm.. wat je 'moeder' je ook probeert voor te zetten..
woensdag 25 juni
§ | 14:19 Coole kikker

Mijn moeder had een shirt voor me gekocht, bij de kringloop.
Het leek het meest op een radioactieve kikker. Strepen geel, groen, turquoise, oranje, rood. Verschillende tinten van al die kleuren. Monsterlijk lelijk, maar geweldig leuk, en gek genoeg toch ook wel weer mooi.
En hoewel ik geel en groen mijd als de pest (om de eenvoudige reden dat ik er zelf een moeraskleurtje van krijg), stond dit me verbazend goed.
Maar het voornaamste was, als gezegd: als je eenmaal door het radioactieve heenkeek was het eigenlijk heel mooi. Of toch op zijn minst 'fantasievol' en 'creatief'.
Dus ik googlede op het merk.

Oh god.

Ik heb geld nodig. Heel, héél veel geld...
maandag 23 juni
§ | 14:47 Piek

Kwam er dit weekend achter dat mijn ouders een toverleitje hebben bewaard, met een tekening van mij erop.
"Voorzichtig, voorzichtig!!!", werd er wild gebruld toen ik het ding uit de (verstevigde!) envelop haalde.
"Ah joh, dat ding is zo oud, het schuifje kan waarschijnlijk niet eens meer bewegen", was mijn nonchalante reactie.
Wat de hysterie alleen maar groter maakte: "Leg terug, leg terug!!!"

"Waarom hebben jullie hem eigenlijk bewaard?"

Vragen die je soms niet moet stellen.
Mijn moeders antwoord:
"Je hebt nooit meer zo goed getekend als op je vierde."

En bedankt...

Hoe snel je van ontroering naar verontwaardiging kan gaan.
vrijdag 20 juni
3 | 15:20 Geheel onverwacht

Het was als het gebruiksvoorwerp, waarvan je de ouderdomsverschijnselen in de wind slaat.
De lamp die steeds vaker knippert, of pas aan gaat als je twee, drie keer op het lichtknopje hebt gedrukt. En dan 'ineens': pàng. Kapot. (en dan heb je natuurlijk geen reservelamp in huis)
De fietsband die overal scheurtjes aan het oppervlak heeft. Steeds sneller slap wordt, zich steeds boller laat oppompen. En dan 'ineens': knàl. (Natuurlijk net als je ècht naar die belangrijke afspraak moest).

Het waren wat drukke dagen. Op zijn zachtst gezegd. Achtbaan van emoties, van druk en spanning en slappe lach en weer terug. Korte nachten, of gewoon geen rust om in slaap te vallen.
Elke avond gebroken, hondsberoerd. En dan de volgende dag weer van voren af aan.

Tot gisteren.
Gisteren was ineens alles prima, ondanks het feit dat ik nog steeds niet goed had geslapen, nog steeds geen gram rust had ingehaald.
Maar nergens last van. Pret en jolijt.

's Middags een 'spur of the moment' afspraak met zorgverlener A; daarna met mijn moeder dóór naar de kringloopwinkel, van daaruit door naar zorgverlener B, boodschappen doen. Even rusten, door naar de afscheidsreceptie van de wijkklusjesman. Paul de schoonmaker-en-zoveel-meer, die 30 jaar de flats (en de bewoners) had verzorgd. Leuk, gezellig.
Daarna weer heel impulsief met mijn moeder naar Kapper A, Kapper B. Beide open tot 21.00. Beide een klere-end van huis, maar wat maakt het uit, we hadden Vragen en we waren Melig (ook met een hoofdletter). Daarna nog even naar Albert Heijn, kopje koffie, half elf thuis, waar ik eindelijk mijn avond-eten naar binnen lepelde.
Niets meer te merken van het geknipper van mijn lampje, van de scheurtjes en de slapte van de laatste dagen.

En toen 'ineens' was het twee uur 's nachts, zat de spoedarts aan mijn bed om te bespreken of het zin had om me te laten opnemen omdat ik me zieker voelde dan ik sinds 2006 was geweest; kwam mijn moeder om bij me te slapen omdat opname niet zinvol leek maar ik ook niet alleen kon blijven.

Ineens. Want wie maalt er om waarschuwingssignalen.
vrijdag 13 juni
1 | 19:24 Levensfaseproblematiek (2)

Een tijdje geleden maakte ik een boswandeling met mijn vader.
Ik keek naast me, merkte tot mijn schrik hoe klein hij ineens was. Was hij tot een jaar geleden nog een centimeter langer, nu was hij ruim een kop kleiner. Hoe graag ik ook in elk geval een deel daarvan wilde verklaren door aflopende bospaadjes, er was geen ontkennen aan: mijn vader was krimpende.

“Zeg, jij wordt almaar kleiner!”, trachtte ik mijn schok in een verwijt te verpakken.
Gelukkig is mijn vader een ster in de misplaatste emoties. Als in: hij heeft er een talent voor om een toon, een blik, een woord te koppelen aan een daar volstrekt niet meer strokende omstandigheid. 'Ze heeft van die gemene oogjes', kan hij op zacht ontroerde toon over tennister Charapova zeggen.

Ook nu lukte het hem:
Hij lachtte blij verlegen, een tikje trots. Keek me fier aan en zei: “Ja, op een dag ben ik helemaal onzichtbaar geworden!” Hij keek erbij alsof hij net iets heel slims en heel grappigs had gezegd. Toen begonnen zijn ogen te glimmen. De niet te overtreffen conclusie was gevonden:
“Ik smelt! Net als een ijsje!”

De combinatie van zijn blik en de toch best grappige opmerking maakte dat ik hem ter plekke over zijn hoofd (de poolkap?) aaide en plat knufffelde.

Maar, grappig bedoeld of niet, sindsdien is het een standaardkreet geworden, tussen mijn moeder en mij, aan wie ik het verhaal heb verteld.
Een vriend van haar is plots erg oud geworden. Hij wordt niet doof, niet blind, niet vergeetachtig; maar hij lijkt over-all steeds zwakker te worden. “Zijn lichtje dooft”, vatten we het samen – maar dat klonk ook weer te theatraal.
“Hij is een ijsje!”.

En deze week zorgen we voor de kat van een goede vriendin.
Een kat die graatmager is, incontinent, haar poten heeft stukgebeten.
“Ze is gewoon heel oud, ze is langzaam aan het wegzakken”, reageerde de thuiszorg, die we wat bezorgd belden met de vraag of we niet iets moesten doen.
“Nanoe is ook een ijsje”, moesten we treurig vaststellen.

't Is geen blij proces. Het zien smelten van de levende wezens om ons heen.

(Niettemin gaan we maandag met Nanoe naar de dierenarts. Misschien kan hij het smeltproces wat vertragen. Het beest is 15 – net met pensioen, maar beslist niet hoogbejaard)
donderdag 12 juni
3 | 18:25 Levensfaseproblematiek

Vier dagen, duurt het nu. En nog geen grein beter. Steeds denk ik dat het minder wordt, en dan begint het weer op volle kracht: het gehuil, gekerm, gekronkel.

De Krolsheid van Daantje, heb ik het over.

Het zat er wel al aan te komen.
Enige weken geleden was er een verandering. Haar urine begon meer te stinken. Zijzelf begon te stinken. Zoals pubers ineens een penetrante dodelijke stank gaan afscheiden, zo kwam er van het kleine onschuldige brandschone katje ineens een zware, zoutige geur.
En ze had plotseling een vrijer. Een kater die jammerend onder het balkon stond. De kattenbak staat op het balkon, en waarschijnlijk hing de puberteit van Daantje letterlijk in de lucht.
“Je weet dat dat voor jou is, hè?”, zei ik tegen haar.
Maar ik leek de enige die de loeiende kater opmerkte.
Daantje zelf was zich nergens van bewust. Alles was als altijd: ze speelde erop los, joeg achter haar gordijnrunners aan, maakte heftige ruzie met de eenden in de sloot.
Ze was als de tomboy die ineens borsten – en bekijks – krijgt, maar gewoon in bomen wil blijven klimmen.
Jongens bestonden niet in haar wereld.

Ik las online dat er iets bestaat als ‘silent heat’.
Dat zou wat zijn, zeg. Als dit alles was; als het nooit erger zou worden dan huilende minnaars onder het raam.

Right.
Dream on..

Zondagavond begon Daantje ineens koerend rond te lopen. Te ijsberen.

En toen zag ik het. De beroemde ‘pose’, waar alle sites over spraken.
Wijdbeens door de knieën op de grond, achterwerk de lucht in, staart in een spastische kronkel opzij. “Dit is de ingang, kom binnen, kom binnen, kom alsjeblieft binnen!!”

En zo gaat het nu. Elke dag, de hele dag.
Ze lijkt volledig bezeten, en beslist niet blij-bezeten. Ze is wanhopig, hondsberoerd.
Sleept zich op haar knieën door huis, kronkelt over de vloeren.
Als ik haar aanraak gaat ze gillen, in wilde paniek en tegelijk, op een bepaalde manier, gelaten.
“Dit is het, dit is het, nu gaat het komen, dit is het moment oh god oh god oh god nu gaat het gebeuren!!!” – en ze kwakt zich voorover op de grond, neemt haar positie in. Denkt aan Engeland.

Casper – zeer gesteriliseerd – snapt er de ballen van. Pun intended.
En omdat hij toch al niet veel van de wereld snapt heb ik nu twéé radeloze wanhopige katten.
Casper zit naast Daantje en probeert haar op zijn manier te troosten. Slaat een armpje om haar heen. Twee armpjes. Al zijn armpjes. Likt haar over haar kop, over haar ruggetje.
Wat Daantje vervolgens weer in een draaikolk stort. “Nee, nee, NEE!!! Zo moet het niet, niet dat lievige, geen knuffels. Sex!!”
Hulpeloze blikken mijn kant op. Van beiden.

De eerste twee dagen kwam er.. eehm.. ‘smurrie’ uit haar achterwerk.
Bloed of slijm of allebei.
Nu is het kurkdroog en knalrood.
Dwangneurotisch maakt ze zich schoon. Of probeert ze de hitte weg te likken.
Casper vertrouwt deze onbekende uitscheiding ook niet, dus likt vlijtig mee. Als Daantje een baby zou zijn, zou het inmiddels hoog tijd zijn voor dikke lagen zinkzalf, zo rauw en pijnlijk ziet het eruit.

Intussen wil ze ook niet meer eten, of drinken.
“Wees niet verbaasd als de eetlust van uw kat volledig verdwijnt”, zegt internet. Ik ben ook niet verbaasd, maar maak me wel zorgen.
Ze is al zo klein en frêle. Eet, normaal gesproken, als een bouwvakker maar heeft, met haar 10 maanden, nog steeds formaat kitten.

Ik loop uit de keuken naar de woonkamer, zie haar daar kreunend over de vloer wrijven. Kijkt me wanhopig aan.
“Nee liefje, er komt geen sex. Kom, we gaan een hapje eten. Toe maar, probeer maar”
Een combinatie van zinnen waarvan ik nooit had gedacht ze te zullen uitspreken.
Ik til haar op, en mijn arm schiet omhoog, zoals wanneer je een zware tas denkt te tillen die leeg blijkt.
Drie kilo weegt ze nog maar.

“Als je geen nestje wilt zou ik wel aanraden haar te zijner tijd te steriliseren”, zei de dierenarts, toen ik de eerste keer met haar langs kwam. “Als ze krols wordt is dat voor jou heel vervelend, maar ze zit ook zichzelf zo in de weg...”
Het klonk me aandoenlijk maar een tikje over-dramatisch in de oren.
Nu snap ik het.

Ik ben altijd zeer terughoudend geweest tegenover steriliseren van Daantje.
Casper veranderde als een blad aan de boom, van de ene op de andere dag. Van een huppelend net-niet-agressief druktemakertje naar een hele oude uitgeputte man. Nee, zelfs dat niet: hij is nu eerder een gemenopauseerde vrouw geworden.
En hoe dol ik ook op hem ben, ik wil dat niet voor Daantje.
Daar komt bij dat steriliseren van een vrouwtjeskat medisch gezien een veel grotere ingreep is.

Maar de assistente van de dierenarts heeft me verzekerd dat persoonlijkheidsverandering bij mannetjes heel bekend, maar bij vrouwtjes juist heel zeldzaam is.
En hoe graag ik, in mijn hart, hier toch in elk geval één keer een nestje kittens zou zien: ik zie eigenlijk niet in hoe dat technisch en praktisch mogelijk is. Ze is zo klein, daar past helemaal niets extra’s in.

Dus ik kijk nu naar het kleine uitgeputte hoopje ellende, dat tussen ‘de aanvallen’ door alleen maar kan slapen.
Ik kijk naar het uitgeputte hoopje ellende dat ik zelf toch stiekem ook wel ben.
En ik denk: steriliseren.
Misschien niet onmiddellijk, maar beslist en absoluut óóit.
zondag 08 juni
1 | 15:33 Geestig

"Wat is het lieverdje? Zie je er helemáál geen gat meer in? Het is Pinksteren, schat, er zijn stemmen!"

Mijn moeder tegen een tobberige Casper.
vrijdag 06 juni
§ | 18:03 Heel

Vandaag, 13.00.
Op deze meer dan schitterende, stralende juni-dag - windstil, strakblauwe lucht, zonnetje maar niet te warm voor de MS - zit ik binnen en wacht op telefoon uit het oogziekenhuis Rotterdam, waar mijn moeder geopereerd wordt.
't Duurt verhipte lang.

Enige uren later.
Terwijl ik in 'mijn eigen' ziekenhuis chocolademelk en koffie zit te drinken (ieder zo zijn rituelen) belt mijn enigszins uitgeslapen moeder me met een update.
Ze besluit met: “je mag 'dank u wel' voor me in het boek schrijven. In het grote boek”.

Was ik net wat gerustgesteld, dat is nu in één klap weer teniet gedaan.

Narcose, het blijft een tricky ding. Je leest wel eens dat mensen nooit meer de oude worden. Dat het een zogenaamde luxerende factor kan zijn bij Alzheimer en dementie. Allerhande latente ellende kan losmaken.
Peter Falk, de acteur die Colombo speelde, is daar een tragisch voorbeeld van.

Hebben ze mijn moeder stuk gemaakt...?

“Het grote boek..?”, herhaal ik voorzichtig.

Blijkt dat er in het stiltecentrum van mijn ziekenhuis een gastenboek ligt.
Waarin mensen lange brieven aan hun god schrijven.

God zij dank.