1 | 21:13
Let's stick together
Gebed en dankzegging (en typo, duidelijk...):
‘vervul ons met de hoop op een kleefbare wereld...’
Ach, ieder heeft zo zijn wensen en toekomstdromen, toch...?
maandag 30 augustus
dinsdag 24 augustus
2 | 21:10
Neuslengte
Midden op de weg stond een politiewagen Heel Urgent te zijn. Zwaailichten en alles.
Alleen: hij stond. En stilstand is nou niet iets wat je met urgentie associeert.
Hij stond op een hoek, misschien wilde hij er door?
Ik remde af, ging wat gemakkelijker in mijn zadel zitten om de situatie beter in me op te kunnen nemen.
De hoek was volkomen vrij; blijkbaar wilde de politie nergens heen, was zijn stilstand bewust en de urgentie op de plaats zelf.
Geen ambulance te bekennen. Was er een overduidelijk niet meer te redden want morsdodelijk ongeluk? Zou ik, als ik door zou rijden, in de armen van het lijk fietsen?
Heel traag fietste ik verder, bibberig, voorbereid op het ergste.
Maar nee. Niets.
Geen lijk.
Wel afzettape.
Ik keek achterom. Ik moest iets hebben gemist, maar wat dan?
En waar keken al die mensen naar?
Oh.
Oh, shit.
Ze keken naar mij.
Ik moest doorrijden!
Ik reed door, gauw, gauw.
Maar.... waar kwamen al-die-mensen-die-naar-me-keken vandaan?
Waarom stonden ze daar überhaupt?
Whoooo....!
Bijna smakte ik tegen een brandweerauto aan.
Brandweerauto?
Brand?
Het hele scenario herhaalde zich.
Ik minderde vaart, keek om me heen, dit keer ook omhoog. Brand geeft rook en rook geeft pluim en zwarte lucht.
Wederom: niets.
Wel nog steeds mensen op straat, op de stoep. Afwachtend, bezorgd.
Nòg een brandweerauto.
Ja, er was echt iets aan de hand. Iets heel groots.
En ik mocht er ineens niet meer door! Het hele fietspad was afgesloten, waarom was het fietspad afgesloten en waar maakte die Belangrijk Uitziende Mevrouw in vredesnaam foto's van, en belangrijker: waarom mocht ik niet gewoon doorrij...??
Het fietspad was bezet.
Ik mocht er niet door omdat het fietspad was overgenomen.
Door Boom.
Een gigantische boom, een eeuwenoude eik - nou ja: dat nou ook weer niet, maar een puberboom was het zeker niet - was omgewaaid. Losgerukt uit de grond, een groot stuk stoep aan zijn wortels meesleurend. Dwars over het fietspad lag hij, nee: hing hij. De kruin van de boom had zich in de gevel van een woning geslagen. Fenomenaal fantastisch, als het een onbewoond huis was geweest. Wat het helaas niet was.
Ik keek nog eens. Liet mijn blik nu wat uitgebreider in het rond gaan.
Tientallen meters om het geweld heen was de weg afgezet, stonden politie- en brandweermannen, mensen van de gemeente en van de pers. Geschokte buurtbewoners en de onvermijdelijke ramptoeristen.
En ikzelf. Die heel gemoedelijk door dit alles heen was gepeddeld.
Regelmatig verwijt ik mijn moeder dat ze niet verder kijkt dan haar neus lang is, dat ze zich nergens van bewust is dan alleen wat er recht voor haar gebeurt.
Pot, ketel; splinter, balk...
Midden op de weg stond een politiewagen Heel Urgent te zijn. Zwaailichten en alles.
Alleen: hij stond. En stilstand is nou niet iets wat je met urgentie associeert.
Hij stond op een hoek, misschien wilde hij er door?
Ik remde af, ging wat gemakkelijker in mijn zadel zitten om de situatie beter in me op te kunnen nemen.
De hoek was volkomen vrij; blijkbaar wilde de politie nergens heen, was zijn stilstand bewust en de urgentie op de plaats zelf.
Geen ambulance te bekennen. Was er een overduidelijk niet meer te redden want morsdodelijk ongeluk? Zou ik, als ik door zou rijden, in de armen van het lijk fietsen?
Heel traag fietste ik verder, bibberig, voorbereid op het ergste.
Maar nee. Niets.
Geen lijk.
Wel afzettape.
Ik keek achterom. Ik moest iets hebben gemist, maar wat dan?
En waar keken al die mensen naar?
Oh.
Oh, shit.
Ze keken naar mij.
Ik moest doorrijden!
Ik reed door, gauw, gauw.
Maar.... waar kwamen al-die-mensen-die-naar-me-keken vandaan?
Waarom stonden ze daar überhaupt?
Whoooo....!
Bijna smakte ik tegen een brandweerauto aan.
Brandweerauto?
Brand?
Het hele scenario herhaalde zich.
Ik minderde vaart, keek om me heen, dit keer ook omhoog. Brand geeft rook en rook geeft pluim en zwarte lucht.
Wederom: niets.
Wel nog steeds mensen op straat, op de stoep. Afwachtend, bezorgd.
Nòg een brandweerauto.
Ja, er was echt iets aan de hand. Iets heel groots.
En ik mocht er ineens niet meer door! Het hele fietspad was afgesloten, waarom was het fietspad afgesloten en waar maakte die Belangrijk Uitziende Mevrouw in vredesnaam foto's van, en belangrijker: waarom mocht ik niet gewoon doorrij...??
Het fietspad was bezet.
Ik mocht er niet door omdat het fietspad was overgenomen.
Door Boom.
Een gigantische boom, een eeuwenoude eik - nou ja: dat nou ook weer niet, maar een puberboom was het zeker niet - was omgewaaid. Losgerukt uit de grond, een groot stuk stoep aan zijn wortels meesleurend. Dwars over het fietspad lag hij, nee: hing hij. De kruin van de boom had zich in de gevel van een woning geslagen. Fenomenaal fantastisch, als het een onbewoond huis was geweest. Wat het helaas niet was.
Ik keek nog eens. Liet mijn blik nu wat uitgebreider in het rond gaan.
Tientallen meters om het geweld heen was de weg afgezet, stonden politie- en brandweermannen, mensen van de gemeente en van de pers. Geschokte buurtbewoners en de onvermijdelijke ramptoeristen.
En ikzelf. Die heel gemoedelijk door dit alles heen was gepeddeld.
Regelmatig verwijt ik mijn moeder dat ze niet verder kijkt dan haar neus lang is, dat ze zich nergens van bewust is dan alleen wat er recht voor haar gebeurt.
Pot, ketel; splinter, balk...
5 | 10:34
Verstoft
Mysterieus.
In 2004 schreef ik in een postje: P. o. C.
Het staat er haast als uitsmijter, dus het moet echt heel duidelijk zijn geweest wat ik ermee bedoelde. Zowel voor mezelf als voor de lezer.
Maar ik heb werkelijk geen flauw idee.
Weet u, de lezer, het...?
Mysterieus.
In 2004 schreef ik in een postje: P. o. C.
Het staat er haast als uitsmijter, dus het moet echt heel duidelijk zijn geweest wat ik ermee bedoelde. Zowel voor mezelf als voor de lezer.
Maar ik heb werkelijk geen flauw idee.
Weet u, de lezer, het...?
zondag 22 augustus
§ | 23:52
Not-So-Cool-kast
Woeeeeh!! Kijk nou!!
Hahaha!!
Oh wacht.
Dat moet ik even uitleggen, denk ik.
Afgelopen vrijdag - dezelfde dag, dus, als Ms Rinna dit postje postte, of tweet tweette - had ik 's middags fysio.
Ik was net wakker, ik had me hopeloos verslapen, en ik had Haast. In die Haast moest ik me omkleden, naar de wc, sportschoenen terugvinden en meenemen, en water pakken. En dat laatste, daar ging het een beetje mis.
De bedoeling was: ik zou mijn flesje vullen met water uit de koelkast, de fles terugzetten, en in één soepele beweging de koelkastdeur dichtgooien, me omdraaien, de keuken uit schieten en vertrekken. Die 'soepele beweging', dat zou haast een dans zijn, een buigen en oprichten en draaien en wegsnellen. Prachtig mooi.
Het probleem met net-wakker-zijn is alleen: de plannen zijn mooier en grootser dan bij volledig ontwaakt-zijn; de uitvoering van wat dan ook, daarentegen, exponentieel veel lelijker, kleiner en vooral trager en onbeholpener.
En zo kon het gebeuren dat ik met mijn ene hand de fles terugzette, met mijn andere hand de deur dichtsmakte.... en vergeten bleek mijn ene hand uit de koelkast weg te trekken.
Gevolg: arm klem, gat en snee in bovenarm, gigantische blauwe plek, en een halve whiplash omdat mijn hele bovenlijf al in de draai- en wegsnel-beweging zat maar niet wegkon omdat ik vastzat.
Ik wou het hier niet vertellen.
Bij mijn ouders en de fysio, die ik toch iets van een verklaring moest geven voor mijn verbouwde lichaam, liet ik het verhaal voorafgaan door een 'ik heb het meest stupide ongeluk in de geschiedenis van de mensheid gehad. Beloof me dat je niet zal lachen of me uitmaken voor jij oen!...'.
(Wat ze, uiteraard, toch deden).
Maar nu Mevrouw Rinna (was dat niet Billy, uit Days of Our Lives?) blijkbaar net zo motorisch gestoord is als ik... vooruit. Misschien helpt het, om erover te praten, het van me af te schrijven. Voor het rouwproces. Over het verlies van... nou ja: mijn trots en zelfrespect, vooral...
Woeeeeh!! Kijk nou!!
Hahaha!!
Oh wacht.
Dat moet ik even uitleggen, denk ik.
Afgelopen vrijdag - dezelfde dag, dus, als Ms Rinna dit postje postte, of tweet tweette - had ik 's middags fysio.
Ik was net wakker, ik had me hopeloos verslapen, en ik had Haast. In die Haast moest ik me omkleden, naar de wc, sportschoenen terugvinden en meenemen, en water pakken. En dat laatste, daar ging het een beetje mis.
De bedoeling was: ik zou mijn flesje vullen met water uit de koelkast, de fles terugzetten, en in één soepele beweging de koelkastdeur dichtgooien, me omdraaien, de keuken uit schieten en vertrekken. Die 'soepele beweging', dat zou haast een dans zijn, een buigen en oprichten en draaien en wegsnellen. Prachtig mooi.
Het probleem met net-wakker-zijn is alleen: de plannen zijn mooier en grootser dan bij volledig ontwaakt-zijn; de uitvoering van wat dan ook, daarentegen, exponentieel veel lelijker, kleiner en vooral trager en onbeholpener.
En zo kon het gebeuren dat ik met mijn ene hand de fles terugzette, met mijn andere hand de deur dichtsmakte.... en vergeten bleek mijn ene hand uit de koelkast weg te trekken.
Gevolg: arm klem, gat en snee in bovenarm, gigantische blauwe plek, en een halve whiplash omdat mijn hele bovenlijf al in de draai- en wegsnel-beweging zat maar niet wegkon omdat ik vastzat.
Ik wou het hier niet vertellen.
Bij mijn ouders en de fysio, die ik toch iets van een verklaring moest geven voor mijn verbouwde lichaam, liet ik het verhaal voorafgaan door een 'ik heb het meest stupide ongeluk in de geschiedenis van de mensheid gehad. Beloof me dat je niet zal lachen of me uitmaken voor jij oen!...'.
(Wat ze, uiteraard, toch deden).
Maar nu Mevrouw Rinna (was dat niet Billy, uit Days of Our Lives?) blijkbaar net zo motorisch gestoord is als ik... vooruit. Misschien helpt het, om erover te praten, het van me af te schrijven. Voor het rouwproces. Over het verlies van... nou ja: mijn trots en zelfrespect, vooral...
dinsdag 17 augustus
§ | 19:07
I.g.v. brand
Papa, zal je nooit zomaar onbeschermd sterkers eten?
‘Wat bedoel je met onbeschermd?’
Nou ja, zonder brood ofzo erbij. Gewoon los...
‘Hahaha! Nee, natuurlijk niet, waarom zou je dat ook doen?’
Nou ja.... ik had nog een klein beetje, zo'n plukje... en ik dacht: dat kan ik wel zó afhappen en dan is het in elk geval op....
‘En toen ging het mis.’
Ja.... het sloeg naar mijn neus en mijn slijmvliezen en mijn keel, en toen zó omhoog naar mijn ogen en mijn voorhoofd en toen foooeeeesj naar achteren, en toen werden mijn hersens vloeibaar en nu ben ik dood.
‘Nou, doe dan maar gauw het gas uit.’
Bruut.
Practisch, maar harteloos.
Papa, zal je nooit zomaar onbeschermd sterkers eten?
‘Wat bedoel je met onbeschermd?’
Nou ja, zonder brood ofzo erbij. Gewoon los...
‘Hahaha! Nee, natuurlijk niet, waarom zou je dat ook doen?’
Nou ja.... ik had nog een klein beetje, zo'n plukje... en ik dacht: dat kan ik wel zó afhappen en dan is het in elk geval op....
‘En toen ging het mis.’
Ja.... het sloeg naar mijn neus en mijn slijmvliezen en mijn keel, en toen zó omhoog naar mijn ogen en mijn voorhoofd en toen foooeeeesj naar achteren, en toen werden mijn hersens vloeibaar en nu ben ik dood.
‘Nou, doe dan maar gauw het gas uit.’
Bruut.
Practisch, maar harteloos.
dinsdag 10 augustus
4 | 20:27
Dramaqueen
In de stromende regen stonden vier halfnaakte pubermeisjes (uw grootouders zouden hebben gezegd: ‘ze waren schaars gekleed’, of: ‘gekleed in niemendalletjes’) rondom een puberboom.
Misschien voelden ze zich verwant met de boom, herkenden ze hun eigen gebrek aan balans en volwassenheid. Waarschijnlijk hielden ze zichzelf voor dat ze aan het schuilen waren.
Van schuilen was, zoals duidelijk zal zijn, geen sprake. De boom was nauwelijks groter dan zijzelf, en net zo smal. Hij bood geen enkele bescherming, was vooral druk bezig zichzelf staande te houden, nog met banden aan paaltjes vastgebonden.
Om de paar seconden klonk er een luid hysterisch gegil. De boom gilde mee. Het gegil werd gevolgd door net zo hysterisch gegiechel, op en neer springen, zich aan elkaar vastklampen, armen over het hoofd houden, in elkaar duiken, omhoog kijken - waarna dit hele ritueel weer opnieuw begon.
Vijf meter verderop was een afdakje. Afdak. Groot en breed, en ruim genoeg om alle vier de meisjes droog te houden. Groot genoeg om plaats te bieden aan nog vier extra meisjes. De boom zou, desgewenst, ook mee kunnen.
En ik vroeg me af: zou het hormonaal bepaald zijn, zouden pubermeisjes gewoon hysterisch willen zijn...?
In de stromende regen stonden vier halfnaakte pubermeisjes (uw grootouders zouden hebben gezegd: ‘ze waren schaars gekleed’, of: ‘gekleed in niemendalletjes’) rondom een puberboom.
Misschien voelden ze zich verwant met de boom, herkenden ze hun eigen gebrek aan balans en volwassenheid. Waarschijnlijk hielden ze zichzelf voor dat ze aan het schuilen waren.
Van schuilen was, zoals duidelijk zal zijn, geen sprake. De boom was nauwelijks groter dan zijzelf, en net zo smal. Hij bood geen enkele bescherming, was vooral druk bezig zichzelf staande te houden, nog met banden aan paaltjes vastgebonden.
Om de paar seconden klonk er een luid hysterisch gegil. De boom gilde mee. Het gegil werd gevolgd door net zo hysterisch gegiechel, op en neer springen, zich aan elkaar vastklampen, armen over het hoofd houden, in elkaar duiken, omhoog kijken - waarna dit hele ritueel weer opnieuw begon.
Vijf meter verderop was een afdakje. Afdak. Groot en breed, en ruim genoeg om alle vier de meisjes droog te houden. Groot genoeg om plaats te bieden aan nog vier extra meisjes. De boom zou, desgewenst, ook mee kunnen.
En ik vroeg me af: zou het hormonaal bepaald zijn, zouden pubermeisjes gewoon hysterisch willen zijn...?
1 | 15:29
Huisvrouw (m/v)
Ergens in de tijd is de Whiskas-kat neutraal geworden.
Misschien, volgens mij, eigenlijk zelfs al enige jaren geleden. Eeuwen, kortom. Maar toch: er moet iets van gezegd worden.
Als het aan de kat lag, kocht ze Whiskas.
Zo was het al, vanaf mijn jongste jeugd.
Maar nu zijn er puntjes. Nietszeggend, of juist veelzeggend.
Als het aan de kat lag.... Whiskas.
Waarom?
Op de een of andere manier word ik heel achterdochtig van die puntjes, die pauze.
Het lijkt verboden te zijn om 'kocht ze' te zeggen.
Geen ja, geen nee. Geen kocht, geen ze.
Misschien was het de bedoeling om zogenaamd nonchalent te zijn. Of om een knus ons-kent-ons-gevoel te suggereren: 'we kennen deze slogan allemaal al en al zó lang, we kunnen heel leuk die puntjes zelf invullen.
Beetje arrogant. Zo speciaal en leuk is die slogan niet, dat we onszelf heel trots en saamhorig kunnen voelen, elke keer dat we de puntjes kunnen aan- en invullen.
Maar wat nog erger zou zijn: als het politiek correct bedoeld is.
Daar ben ik eigenlijk bang voor.
Dat ze van hogerhand hebben gezegd: niet alleen vrouwen doen boodschappen. Dat is achterhaald, niet meer deze tijd. Mannen doen ook boodschappen. En dat moeten we doortrekken naar huisdieren. Ook die zijn vast en zeker met hun tijd meegegaan. Katers blijven steeds vaker thuis, terwijl de poezen op jacht gaan en dooie muizen aanslepen. En de alleenstaande kater die te weinig tijd heeft om zelf zijn muizen te vangen, die koopt Whiskas. Hij, niet zij.
Als het aan de kat lag kocht hij/zij Whiskas.
Maar dat bekt niet lekker.
Dus dat werd:
Als het aan de kat lag puntje-puntje-puntje Whiskas.
Dat vrees ik.
En dan prefereer ik de zelfingenomen aanname van saamhorigheid...
Ergens in de tijd is de Whiskas-kat neutraal geworden.
Misschien, volgens mij, eigenlijk zelfs al enige jaren geleden. Eeuwen, kortom. Maar toch: er moet iets van gezegd worden.
Als het aan de kat lag, kocht ze Whiskas.
Zo was het al, vanaf mijn jongste jeugd.
Maar nu zijn er puntjes. Nietszeggend, of juist veelzeggend.
Als het aan de kat lag.... Whiskas.
Waarom?
Op de een of andere manier word ik heel achterdochtig van die puntjes, die pauze.
Het lijkt verboden te zijn om 'kocht ze' te zeggen.
Geen ja, geen nee. Geen kocht, geen ze.
Misschien was het de bedoeling om zogenaamd nonchalent te zijn. Of om een knus ons-kent-ons-gevoel te suggereren: 'we kennen deze slogan allemaal al en al zó lang, we kunnen heel leuk die puntjes zelf invullen.
Beetje arrogant. Zo speciaal en leuk is die slogan niet, dat we onszelf heel trots en saamhorig kunnen voelen, elke keer dat we de puntjes kunnen aan- en invullen.
Maar wat nog erger zou zijn: als het politiek correct bedoeld is.
Daar ben ik eigenlijk bang voor.
Dat ze van hogerhand hebben gezegd: niet alleen vrouwen doen boodschappen. Dat is achterhaald, niet meer deze tijd. Mannen doen ook boodschappen. En dat moeten we doortrekken naar huisdieren. Ook die zijn vast en zeker met hun tijd meegegaan. Katers blijven steeds vaker thuis, terwijl de poezen op jacht gaan en dooie muizen aanslepen. En de alleenstaande kater die te weinig tijd heeft om zelf zijn muizen te vangen, die koopt Whiskas. Hij, niet zij.
Als het aan de kat lag kocht hij/zij Whiskas.
Maar dat bekt niet lekker.
Dus dat werd:
Als het aan de kat lag puntje-puntje-puntje Whiskas.
Dat vrees ik.
En dan prefereer ik de zelfingenomen aanname van saamhorigheid...
donderdag 29 juli
2 | 14:45
‘Zo terug’
Ja, dat heet dan 'er is onverwachts iets tussengekomen'.
Na de douche bekeek ik mijn teen.
Mijn teen doet al dagen pijn, eigenlijk best wel heel veel pijn, maar ik zag er verder niets aan.
Eenmaal onder de douche vandaan bedacht ik me ineens dat ik nergens ooit iets aan zie.
Wegens maar 25% visus enzo. Details. Of eerder: juist geen details.
Nog afgezien van de 25% visus is een middelteen van een toch al niet zo bar grote voet vanaf 1 meter 75 hoogte natuurlijk sowieso niet goed te zien. Ook dat bedacht ik me pas vanochtend. Na al dagen best wel heel veel pijn.
(Hoe ik ooit door het gymnasium ben gekomen is me een raadsel. Aan mijn intelligentie zal ik het duidelijk niet te danken hebben)
Ik bracht mijn teen tot vlak bij mijn ogen, staarde, gooide teen en voet ver van me af en snelde naar de telefoon.
'Ja, met Puck. Mijn teen is ontstoken. Ik dacht dat hij alleen maar pijn deed, maar nu heb ik hem bekeken en hij is groen. En er komt pus uit.'.
Wat heb je er zelf al aan gedaan?
'Naar gekeken en van geschrokken.'
Wat blijkbaar een ontzettend geestig antwoord was, want de assistente kwam niet meer bij.
Maar een afspraak met de dokter zat er niet in.
Soda, was het sleutelwoord. Voetbadjes bij het leven. Dat zou de dokter ook adviseren, meer zou hij ook niet kunnen doen.
'Waar moet ik verder op letten, wanneer moet ik alarm slaan?'
Je hoeft helemaal geen alarm te slaan. Je gaat nu in de soda, alles komt goed.
Ja, dat snap ik. Ga ik ook doen. Maar als het niet goed komt. Wat zijn slechte signalen?
Als de koorts tot 39.8° stijgt.
Dat vond ik een zeer curieuze en enigszins sinistere opmerking.
De koorts. Niet: 'als je koorts krijgt', maar de koorts die ik blijkbaar nu al werd geacht te hebben. Groene pus-tenen geven koorts.
En dan die 39.8°. Waarom speciaal 39.8°? Wat gebeurt er, pathologisch fysiologisch chemisch of anderszins gezien, op de overgang van 39.7° en 39.8° dat onrustbarend is? Wat gaat er vervolgens nog misser tussen 39.8° en 39.9° dat er, vóór die overgang, aan de bel moet worden getrokken? Of dat er, na die overgang, wellicht niet meer aan de bel kán worden getrokken?
Koorts.
Pas toen ik had opgehangen begreep ik de implicaties van haar opmerking.
Ik dacht: die teen, die valt er gewoon af als het te bar wordt. Heel rustig, die geeft het gewoon op, laat het erbij zitten. Net zoals je een rotte plek van een appel er vaak zó uit kunt wippen, zo zal ik, als ik deze teen verwaarloos, op een ochtend het hele ding in mijn bed vinden. Zeer spijtig, zeer smerig vooral; hij zal gemist worden, maar een middelteen is geen essentieel lichaamsdeel.
Het woord 'koorts' deed me beseffen dat een teen geen appel is.
Of beter: dat een rotte plek in een appel, wipbaar of niet, nooit echt geisoleerd is. Die verspreidt zich.
Rotte tenen verspreiden zich, rotte tenen slaan naar binnen, veroorzaken bloedvergiftiging, met koorts en uiteindelijk de dood tot gevolg.
Net als bij Lully.
U begrijpt: er diende soda ingeslagen en in die soda geweekt te worden.
Doodswens of niet, ik wil niet rottend en koortsig gaan.
Ja, dat heet dan 'er is onverwachts iets tussengekomen'.
Na de douche bekeek ik mijn teen.
Mijn teen doet al dagen pijn, eigenlijk best wel heel veel pijn, maar ik zag er verder niets aan.
Eenmaal onder de douche vandaan bedacht ik me ineens dat ik nergens ooit iets aan zie.
Wegens maar 25% visus enzo. Details. Of eerder: juist geen details.
Nog afgezien van de 25% visus is een middelteen van een toch al niet zo bar grote voet vanaf 1 meter 75 hoogte natuurlijk sowieso niet goed te zien. Ook dat bedacht ik me pas vanochtend. Na al dagen best wel heel veel pijn.
(Hoe ik ooit door het gymnasium ben gekomen is me een raadsel. Aan mijn intelligentie zal ik het duidelijk niet te danken hebben)
Ik bracht mijn teen tot vlak bij mijn ogen, staarde, gooide teen en voet ver van me af en snelde naar de telefoon.
'Ja, met Puck. Mijn teen is ontstoken. Ik dacht dat hij alleen maar pijn deed, maar nu heb ik hem bekeken en hij is groen. En er komt pus uit.'.
Wat heb je er zelf al aan gedaan?
'Naar gekeken en van geschrokken.'
Wat blijkbaar een ontzettend geestig antwoord was, want de assistente kwam niet meer bij.
Maar een afspraak met de dokter zat er niet in.
Soda, was het sleutelwoord. Voetbadjes bij het leven. Dat zou de dokter ook adviseren, meer zou hij ook niet kunnen doen.
'Waar moet ik verder op letten, wanneer moet ik alarm slaan?'
Je hoeft helemaal geen alarm te slaan. Je gaat nu in de soda, alles komt goed.
Ja, dat snap ik. Ga ik ook doen. Maar als het niet goed komt. Wat zijn slechte signalen?
Als de koorts tot 39.8° stijgt.
Dat vond ik een zeer curieuze en enigszins sinistere opmerking.
De koorts. Niet: 'als je koorts krijgt', maar de koorts die ik blijkbaar nu al werd geacht te hebben. Groene pus-tenen geven koorts.
En dan die 39.8°. Waarom speciaal 39.8°? Wat gebeurt er, pathologisch fysiologisch chemisch of anderszins gezien, op de overgang van 39.7° en 39.8° dat onrustbarend is? Wat gaat er vervolgens nog misser tussen 39.8° en 39.9° dat er, vóór die overgang, aan de bel moet worden getrokken? Of dat er, na die overgang, wellicht niet meer aan de bel kán worden getrokken?
Koorts.
Pas toen ik had opgehangen begreep ik de implicaties van haar opmerking.
Ik dacht: die teen, die valt er gewoon af als het te bar wordt. Heel rustig, die geeft het gewoon op, laat het erbij zitten. Net zoals je een rotte plek van een appel er vaak zó uit kunt wippen, zo zal ik, als ik deze teen verwaarloos, op een ochtend het hele ding in mijn bed vinden. Zeer spijtig, zeer smerig vooral; hij zal gemist worden, maar een middelteen is geen essentieel lichaamsdeel.
Het woord 'koorts' deed me beseffen dat een teen geen appel is.
Of beter: dat een rotte plek in een appel, wipbaar of niet, nooit echt geisoleerd is. Die verspreidt zich.
Rotte tenen verspreiden zich, rotte tenen slaan naar binnen, veroorzaken bloedvergiftiging, met koorts en uiteindelijk de dood tot gevolg.
Net als bij Lully.
U begrijpt: er diende soda ingeslagen en in die soda geweekt te worden.
Doodswens of niet, ik wil niet rottend en koortsig gaan.
3 | 09:42
Tromgeroffel
Over naar andere zaken.
(Nee, nog steeds geen vervolg op mijn eerdere stukjes, over God en Verbod en Te Stelen Dekens)
Over naar andere inzichten, leukere inzichten.
Ik had een idee, namelijk. Een Plan, een Plan dat, nee heus, de wereld kan veranderen. Verbeteren. Een einde kan maken aan wereldwijde honger, en de net zo wereldwijde verspilling (zij het dat de honger voornamelijk in de Derde, en de verspilling in de Eerste Wereld plaatsheeft. Ook dat is oneerlijk verdeeld).
Luister en huiver!
(Wacht, eerst even douchen, zo terug)
Over naar andere zaken.
(Nee, nog steeds geen vervolg op mijn eerdere stukjes, over God en Verbod en Te Stelen Dekens)
Over naar andere inzichten, leukere inzichten.
Ik had een idee, namelijk. Een Plan, een Plan dat, nee heus, de wereld kan veranderen. Verbeteren. Een einde kan maken aan wereldwijde honger, en de net zo wereldwijde verspilling (zij het dat de honger voornamelijk in de Derde, en de verspilling in de Eerste Wereld plaatsheeft. Ook dat is oneerlijk verdeeld).
Luister en huiver!
(Wacht, eerst even douchen, zo terug)
§ | 09:38
Dream On
Ok. Experimentje.
Dit is allemaal nieuw voor mij, geen idee of het lukt. Of je een werkelijke openbaring gewoon grofweg kan negeren, het bestaan ontkennen. Doen alsof het nooit is gebeurd ('Het was gewoon een nachtmerrie'), omdat dat nou eenmaal beter uitkomt.
Spannend, spannend.
Als u het antwoord al weet: niet verklappen. Ik heb al een vermoeden, namelijk, en ik ontken graag nog even.
De ontkenning ontkend. Hmz...
(Diep, man!)
Ok. Experimentje.
Dit is allemaal nieuw voor mij, geen idee of het lukt. Of je een werkelijke openbaring gewoon grofweg kan negeren, het bestaan ontkennen. Doen alsof het nooit is gebeurd ('Het was gewoon een nachtmerrie'), omdat dat nou eenmaal beter uitkomt.
Spannend, spannend.
Als u het antwoord al weet: niet verklappen. Ik heb al een vermoeden, namelijk, en ik ontken graag nog even.
De ontkenning ontkend. Hmz...
(Diep, man!)
§ | 03:27
Ik zie ik zie wat jij niet ziet
Juist. Heel fijn.
De eerste echte Aha-Erlebnis in mijn leven, en die moet uitgerekend nu komen, op dit uur van de ‘dag’.
En dan geen klein erlebnisje, om er even in te komen, maar earth-shattering ingrijpend. Alsof ik mijn hele leven Aha-Erlebnissen heb opgekropt en ze er nu als één gigant uitkomen. Aha-obstipatie.
En ook niet eens een leuke, van het soort: 'AHA! Dus als ik dat doe wordt mijn leven mooi en fijn en gezellig, met cake en gebak en een eigen kasteel (prins inbegrepen)!
Nee, meer van het soort dat je alleen nog Aha kunt mompelen, kreunen, en denkt: dit was het dan. Niets heeft nu meer zin, ik kan net zo goed nu met pyjama en al uit het raam springen.
Godsamme.
Ik vervloek de dag dat ik morde en mopperde: 'ik heb nooit een Aha-Erlebnis'.
(Ik heb - of had - ze echt nooit. Ik heb nooit werkelijke openbaringen; geen inzichten in de klassieke zin van het woord. Wel in de letterlijke zin: ik zie in. Ik kijk naar binnen en zie; bestudeer, observeer, analyseer, beredeneer. Náár binnen, nooit van binnenuit. Losgekoppeld van mezelf en de conclusie. Het geziene is niet van mij en over mij, en in die zin nooit toepasbaar en zinvol. Geen Aha-Erlebnis, hooguit een AchJa-Erlebnis, of OhJa. OhJee, op zijn tijd. Nooit meer dan dat. Wat rijkelijk storend is, als je leven zo'n puinzooi is)
Juist. Heel fijn.
De eerste echte Aha-Erlebnis in mijn leven, en die moet uitgerekend nu komen, op dit uur van de ‘dag’.
En dan geen klein erlebnisje, om er even in te komen, maar earth-shattering ingrijpend. Alsof ik mijn hele leven Aha-Erlebnissen heb opgekropt en ze er nu als één gigant uitkomen. Aha-obstipatie.
En ook niet eens een leuke, van het soort: 'AHA! Dus als ik dat doe wordt mijn leven mooi en fijn en gezellig, met cake en gebak en een eigen kasteel (prins inbegrepen)!
Nee, meer van het soort dat je alleen nog Aha kunt mompelen, kreunen, en denkt: dit was het dan. Niets heeft nu meer zin, ik kan net zo goed nu met pyjama en al uit het raam springen.
Godsamme.
Ik vervloek de dag dat ik morde en mopperde: 'ik heb nooit een Aha-Erlebnis'.
(Ik heb - of had - ze echt nooit. Ik heb nooit werkelijke openbaringen; geen inzichten in de klassieke zin van het woord. Wel in de letterlijke zin: ik zie in. Ik kijk naar binnen en zie; bestudeer, observeer, analyseer, beredeneer. Náár binnen, nooit van binnenuit. Losgekoppeld van mezelf en de conclusie. Het geziene is niet van mij en over mij, en in die zin nooit toepasbaar en zinvol. Geen Aha-Erlebnis, hooguit een AchJa-Erlebnis, of OhJa. OhJee, op zijn tijd. Nooit meer dan dat. Wat rijkelijk storend is, als je leven zo'n puinzooi is)
dinsdag 27 juli
§ | 08:57
Too little, too late
'Misschien wist je dat al, maar recent onderzoek heeft uitgewezen dat de boosters voor [sic.] tetanus eigenlijk helemaal niet nodig zijn, als je als kind het reguliere vaccinatie-programma volledig hebt doorlopen'.
Aldus kabbelde en babbelde de arts gemoedelijk voort, zittend op de rand van mijn bed, waaraan hij was geroepen omdat mijn MS nogal overspannen had gereageerd op de enige dagen eerder ontvangen tetanus-injectie.
Nee, leukerd, het moge duidelijk zijn dat ik dat niet wist...!
'Misschien wist je dat al, maar recent onderzoek heeft uitgewezen dat de boosters voor [sic.] tetanus eigenlijk helemaal niet nodig zijn, als je als kind het reguliere vaccinatie-programma volledig hebt doorlopen'.
Aldus kabbelde en babbelde de arts gemoedelijk voort, zittend op de rand van mijn bed, waaraan hij was geroepen omdat mijn MS nogal overspannen had gereageerd op de enige dagen eerder ontvangen tetanus-injectie.
Nee, leukerd, het moge duidelijk zijn dat ik dat niet wist...!
zondag 25 juli
1 | 23:08
Categorie
Heh.
Suggesties
U heeft gezocht op: "dead babies"
Was u misschien op zoek naar de categorie Baby & peuter?
Heh.
zondag 18 juli
§ | 23:21
Vergeef ons onze schuld
Gebed van de Zondag:
Typfout of niet: ik vind het eigenlijk heel wat nobeler om te pleiten voor mensen die je zitten te zieken, dan voor mensen die je zoeken....
Gebed van de Zondag:
Gij, die een vriend
en een toevlucht zijt,
Gij pleit voor allen die U zieken.
Typfout of niet: ik vind het eigenlijk heel wat nobeler om te pleiten voor mensen die je zitten te zieken, dan voor mensen die je zoeken....
woensdag 14 juli
1 | 22:21
Intermezzo
Omdat de plaatselijke Super het huismerk-waspoeder uit de handel heeft genomen moest ik naar de niet-zo-plaatselijke Super.
De niet-zo-plaatseiljke Super blijkt ranzigheid ten top. Letterlijk alles wat ik tegenkwam was verrot of beschimmeld.
Het enige doosje frambozen dat er eetbaar en zelfs zeer aantrekkelijk uitzag, en wat ik dus dadelijk onder mijn hoede nam, werd vervolgens door de kassajuf met grote vadsige vingers fijngeknepen. Ja, ik weet het, dat is geen aardige omschrijving: vadsige vingers. Maar het was een zeer onaangename, vervelende, botte kassajuf. Nog afgezien van haar frambozen-mishandeling. Dan neem ik ook geen blad voor de mond.
Dat het waspoeder uit de handel is, bleek god zij dank een grove leugen. De verpakking is veranderd, da’s al.
Op de terugweg kwam ik een klein jongetje op een loopfietsje tegen.
‘Mijn voeten zijn nat.’, zei hij tegen zijn vader. Het was geen klacht; eerder een beschouwing, een vaststelling. Het klonk vrij aandoenlijk.
Eenmaalthuis bij huis bleek ik mijn sleutels te zijn vergeten.
Aanbellen was geen oplossing: vader was niet thuis. Om acht uur ’s avonds.
Moeder opgebeld: ‘mam, mijn sleutels liggen binnen en papa is niet thuis; kan jij me tegemoet fietsen met jouw sleutels, ik ben te moe om helemaal naar jou toe te komen.’
‘Maar als papa niet opendoet ligt hij misschien ergens dood in huis!’
‘Dan nog heb ik sleutels nodig om binnen te komen.’
(Ik kan soms verbazend praktisch en hands-on zijn. Verontrustend praktisch, eigenlijk).
Eenmaal thuis bleken de sleutels niet vergeten, maar kwijt. Door en door kwijt.
Eerder deze week raakte ik al een zakje kauwgom en een CD-stift kwijt; ik had gehoopt dat ze met zijn allen in een soort alternate universe zouden zitten. Dan had ik alleen maar de toegang daartoe hoeven vinden, en had ik alles in één keer terug gehad. Maar zoekend naar sleutels vond ik, onder bed en kast, mijn kauwgom en stift. Wat de theorie van de alternate universe minder plausibel maakte. En hoe blij ik ook was met de terugkeer van voornoemde voorwerpen, een sleutelbos is toch handiger.
Om halfnegen kwam mijn vader eindelijk thuis.
(Dróóg. Om onduidelijke en vooral weinige eerlijke redenen wordt mijn vader helemaal nooit nat. There’s no justice)
‘Jij ziet geel. Waarom zie jij geel?’
‘Ik voel me ook geel’.
Waarop hij verlegen-trots lachte, alsof hij een ontzettend leuk grapje had bedacht.
Ik daarentegen raakte onmiddellijk in blinde paniek.
Oh mijn god, hij zal toch niet weer....!
(deze zin zult u kunnen plaatsen, t.z.t., als ik u over enige maanden eindelijk de wederwaardigheden van de afgelopen maanden uit de doeken zal hebben gedaan.)
‘Als je weer ziek wordt draai ik je je nek om’.
‘Dat kan jij niet’.
‘Ha! Moet jij zien.’
‘Dat kan je niet, moreel gezien.’
‘Ha! Moet jij zien!’
Mijn vader onderschat mijn complete gebrek aan moraal. Ik draai mijn hand niet om voor het omdraaien van nekken, zeker niet als daar een zo duidelijke reden en noodzaak voor is.
Even later: ‘heb jij nog lang nodig in de keuken? Ik wil ook eten. Ik moet weer op krachten komen. Ik ben helemaal verzwakt.’
(enige pathos is mijn vader niet vreemd)
En nog later, in het voorbijgaan in de gang: ‘er zat vergif in de thee’.
Grafstem, dit keer.
‘Pardon??’
‘Bij de detective. Op Nederland 1’
Christus. Hij doet het erom.
Hoe dan ook.
Sinds ik me in het noodweer heb gewaagd is het gestopt met regenen.
Ik zie een verband.
Ik heb de zon teruggebracht, in de wereld en in de harten van alle mensen!
Ik ben zelf een beetje God!
(...)
Oh, en de sleutels zijn terecht.
In mijn tas. Heel gewoon, in mijn tas. In het Verkeerde Vakje van mijn tas - niet te verwarren met het Verkeerde Zakje van een spijkerbroek, waarin je makkelijk een briefje van tien of een ring kan kwijtraken, maar waar een hele sleutelbos toch snel opvalt.
Het Verkeerde Vakje van een tas is klein en verstopt genoeg om een sleutelbos in zijn hoorbaar rinkelen te beperken, dus het is heus niet mijn schuld dat ik hem daarin niet direct heb gevonden en mijn moeder voor niets heb laten rijden.
Niettemin. Niet aan haar vertellen. Ze vilt me.
Bovendien, ze heeft het al zwaar genoeg.
Zojuist belde ik haar op, om haar het heuglijke nieuws te brengen dat zowel sleutelbos als vader terecht was.
Waarmee ze erg blij was, totdat:
‘Wacht even Puck, mijn buurman is zelfmoord aan het plegen in mijn tuin’
???
Haar buurman trachtte ladderloos via haar tuin zijn eigen balkon te bereiken.
Omdat hij zijn sleutels was vergeten..
Omdat de plaatselijke Super het huismerk-waspoeder uit de handel heeft genomen moest ik naar de niet-zo-plaatselijke Super.
De niet-zo-plaatseiljke Super blijkt ranzigheid ten top. Letterlijk alles wat ik tegenkwam was verrot of beschimmeld.
Het enige doosje frambozen dat er eetbaar en zelfs zeer aantrekkelijk uitzag, en wat ik dus dadelijk onder mijn hoede nam, werd vervolgens door de kassajuf met grote vadsige vingers fijngeknepen. Ja, ik weet het, dat is geen aardige omschrijving: vadsige vingers. Maar het was een zeer onaangename, vervelende, botte kassajuf. Nog afgezien van haar frambozen-mishandeling. Dan neem ik ook geen blad voor de mond.
Dat het waspoeder uit de handel is, bleek god zij dank een grove leugen. De verpakking is veranderd, da’s al.
Op de terugweg kwam ik een klein jongetje op een loopfietsje tegen.
‘Mijn voeten zijn nat.’, zei hij tegen zijn vader. Het was geen klacht; eerder een beschouwing, een vaststelling. Het klonk vrij aandoenlijk.
Eenmaal
Aanbellen was geen oplossing: vader was niet thuis. Om acht uur ’s avonds.
Moeder opgebeld: ‘mam, mijn sleutels liggen binnen en papa is niet thuis; kan jij me tegemoet fietsen met jouw sleutels, ik ben te moe om helemaal naar jou toe te komen.’
‘Maar als papa niet opendoet ligt hij misschien ergens dood in huis!’
‘Dan nog heb ik sleutels nodig om binnen te komen.’
(Ik kan soms verbazend praktisch en hands-on zijn. Verontrustend praktisch, eigenlijk).
Eenmaal thuis bleken de sleutels niet vergeten, maar kwijt. Door en door kwijt.
Eerder deze week raakte ik al een zakje kauwgom en een CD-stift kwijt; ik had gehoopt dat ze met zijn allen in een soort alternate universe zouden zitten. Dan had ik alleen maar de toegang daartoe hoeven vinden, en had ik alles in één keer terug gehad. Maar zoekend naar sleutels vond ik, onder bed en kast, mijn kauwgom en stift. Wat de theorie van de alternate universe minder plausibel maakte. En hoe blij ik ook was met de terugkeer van voornoemde voorwerpen, een sleutelbos is toch handiger.
Om halfnegen kwam mijn vader eindelijk thuis.
(Dróóg. Om onduidelijke en vooral weinige eerlijke redenen wordt mijn vader helemaal nooit nat. There’s no justice)
‘Jij ziet geel. Waarom zie jij geel?’
‘Ik voel me ook geel’.
Waarop hij verlegen-trots lachte, alsof hij een ontzettend leuk grapje had bedacht.
Ik daarentegen raakte onmiddellijk in blinde paniek.
Oh mijn god, hij zal toch niet weer....!
(deze zin zult u kunnen plaatsen, t.z.t., als ik u over enige maanden eindelijk de wederwaardigheden van de afgelopen maanden uit de doeken zal hebben gedaan.)
‘Als je weer ziek wordt draai ik je je nek om’.
‘Dat kan jij niet’.
‘Ha! Moet jij zien.’
‘Dat kan je niet, moreel gezien.’
‘Ha! Moet jij zien!’
Mijn vader onderschat mijn complete gebrek aan moraal. Ik draai mijn hand niet om voor het omdraaien van nekken, zeker niet als daar een zo duidelijke reden en noodzaak voor is.
Even later: ‘heb jij nog lang nodig in de keuken? Ik wil ook eten. Ik moet weer op krachten komen. Ik ben helemaal verzwakt.’
(enige pathos is mijn vader niet vreemd)
En nog later, in het voorbijgaan in de gang: ‘er zat vergif in de thee’.
Grafstem, dit keer.
‘Pardon??’
‘Bij de detective. Op Nederland 1’
Christus. Hij doet het erom.
Hoe dan ook.
Sinds ik me in het noodweer heb gewaagd is het gestopt met regenen.
Ik zie een verband.
Ik heb de zon teruggebracht, in de wereld en in de harten van alle mensen!
Ik ben zelf een beetje God!
(...)
Oh, en de sleutels zijn terecht.
In mijn tas. Heel gewoon, in mijn tas. In het Verkeerde Vakje van mijn tas - niet te verwarren met het Verkeerde Zakje van een spijkerbroek, waarin je makkelijk een briefje van tien of een ring kan kwijtraken, maar waar een hele sleutelbos toch snel opvalt.
Het Verkeerde Vakje van een tas is klein en verstopt genoeg om een sleutelbos in zijn hoorbaar rinkelen te beperken, dus het is heus niet mijn schuld dat ik hem daarin niet direct heb gevonden en mijn moeder voor niets heb laten rijden.
Niettemin. Niet aan haar vertellen. Ze vilt me.
Bovendien, ze heeft het al zwaar genoeg.
Zojuist belde ik haar op, om haar het heuglijke nieuws te brengen dat zowel sleutelbos als vader terecht was.
Waarmee ze erg blij was, totdat:
‘Wacht even Puck, mijn buurman is zelfmoord aan het plegen in mijn tuin’
???
Haar buurman trachtte ladderloos via haar tuin zijn eigen balkon te bereiken.
Omdat hij zijn sleutels was vergeten..