Vorig Archief - Volgend Archief

maandag 30 april
7 | 13:45 Stellig

Lingo, het tienletterwoord.
Voor wie nooit naar Lingo kijkt (heel verstandig, overigens): na elke beurt moet men proberen het tienletterwoord te raden. Van de tien letters worden er in eerste instantie 3 op de goede plaats gezet, de rest staat door elkaar. Wordt het woord niet geraden dan komt er steeds één letter op de goede plaats bij.
Dit keer stonden de laatste drie letters op de goede plaats: IEK.
Ik staarde en staarde, naar de resterende letters en zei toen: 'axiomatiek'.

Niemand anders wist het. Ook niet toen er nog drie letters goed werden gezet.
Maar ik had het goed.

Dat zegt niets over mijn slimheid, maar veel meer over mijn moeders koppigheid. En over de kracht van het herhalen, ook als het om anecdotes gaat.

Toen mijn moeder nog een klein moedertje meisje was, overhoorde haar vader haar.
Wat is een axioma?, vroeg hij.
Iets dat niet waar is, antwoordde mijn moeder.
Het was dè manier om mijn grootvader op de kast te krijgen, zo luidt het verhaal.
Een axioma is iets wat niet bewezen kan worden!
Dùs is het niet waar, was standaard mijn moeders reactie.
Wat niet bewezen kan worden bestaat niet. Einde discussie - in haar ogen althans.

Jurylid JP zei: 'axiomatiek is de leer van de axioma's; en een axioma is een onomstotelijke waarheid.'
En hij voegde eraan toe: dit is weer één van de woorden in de serie 'Je kent het woord niet, en je weet ook niet wat het betekent'.

Ik ken het woord wel en ik weet ook wat het betekent.
Met veel dank aan mijn opa.
Zo heeft zijn onderricht toch nog succes gehad, al is het dan enige tientallen jaren te laat en bij de verkeerde persoon.
vrijdag 27 april
3 | 08:00 Donderdag

‘De dag begon veelbelovend.’
Zo had ik mijn stukje willen beginnen. Maar dat was een grove leugen geweest - of je moet ‘veelbelovend’ tamelijk cynisch willen lezen.

De dag begon op de avond ervoor. Na een redelijk goede dag kon ik ’s avonds alleen nog maar heel stil op bed liggen en dat deed ik maar. Ik sliep van halfnegen tot tien, van tien tot twee en daarna niet meer tot halfvijf. Waarna ik om halfzes als een wrak, maar helaas een erg slapeloos wrak, ‘wakker werd’.

Om acht uur belde ik de huisarts, met de vraag of ik kon langskomen.
Nee hoor, de huisarts zat helemaal vol, alleen voor spoedgevallen...!
‘Maar dit is wel een redelijk spoedgeval...’, zei ik voorzichtig.
‘Mag ik vragen wat er aan de hand is?’ (Nee dat mag jij niet! Jij bent niet eens zijn eigen assistente!).
‘Ik heb een aanval van MS en ik wil een kuur methylprednisolon, in het ziekenhuis. De neuroloog heeft vandaag geen polispreekuur en ik heb met hem afgesproken dat als het voor het weekend erger werd ik via de huisarts naar de eerste hulp zou gaan, en dan via de eerste hulp direct een kuur kon krijgen’.
Aldus vatte ik een week aan telefoontjes en e-mails samen.
De huisarts had nog steeds geen plaats, maar hij zou bellen. Eind van de ochtend.

In de tussentijd trachtte ik mijn ochtend zo goed mogelijk te vullen.
Ik moest nog liturgiegegevens afhalen bij het Plaatselijk Gesticht - en daar gingen we heen. We, dat zijn mijn moeder en ik.
Ik ging naar het kantoortje, zij wachtte in het hoofdgebouw. En toen ik terugkwam bij het hoofdgebouw, kwam daar naar buiten: Dokter T. Dokter T, op wie mijn moeder nog altijd een heftige crush heeft.

‘Hallo!’, zei hij verbaasd maar niet minder enthousiast. ‘Hoe gaat het?’
Hij keek rond, van moeder naar mij en weer terug. Waarop mijn moeder rood en stotterend zei: ‘ik wilde chocola maar ik drukte op de verkeerde knop en nou heb ik koffie’.
Terecht verward maar niet voor één gat te vangen richtte Dr. T. zich nu tot mij: ‘Hoe gaat het?’
Mijn moeder wilde haar gezicht redden (denk ik) en antwoordde in mijn plaats: ‘rijp voor opname’. Geschokte Dr. T.: ‘Wat?? Hier?!’. Nee, nee, in het ziekenhuis!
Je moet mensen ook niet tegenkomen bij het Plaatselijk Gesticht (PG). Sowieso is een neuroloog niet iemand die je op de fiets moet tegenkomen als je wilt hardmaken dat je ‘rijp voor opname’ bent.

(Mijn moeder zei later tegen me: ‘oh... maar ik zie PG helemaal niet als opnameplek.. gewoon daar waar ik wacht terwijl jij de liturgie ophaalt...’. Ja, dan moet ze dat misschien even uitleggen aan haar Liefdes...)

We babbelden nog wat (Dr T als enige ontspannene: ik zat me wat paniekerig af te vragen hoe ik in vredesnaam nog overtuigend naar de eerste hulp kon gaan nu Dr T me fietsend had gezien - mijn moeder voornamelijk bibberig starend, met vermoedelijk alleen maar losse kreten in haar hoofd: ‘Hoe? Waarom? Wat? Hoe??’) en gingen elk ons weegs.
‘Nu kan ik helemaal nergens meer heen zonder het risico te lopen hem tegen te komen!’, riep mijn moeder wanhopig uit. In het ziekenhuis, dat was nog te verwachten, maar bij PG??
Dat de beste man behalve neuroloog ook neuropsychiater is, daar had ze niet helemaal bij stilgestaan.

‘Maar het was heel autistisch, wat ik deed’, verdedigde ze zichzelf. ‘Hij vraagt hoe het gaat en ik zeg precies wat er is: over de koffie’.
‘Ja hoor, het is goed met je. Je kan niet alles op je autisme gooien. Dit was gewoon authentiek verliefde-bakvissengedrag. Stuntelig en schutterig. Erg geestig.’
Oh, zei ze sip.
(Dat ze ‘authentiek verliefde-bakvissengedrag’ niet als zodanig herkent, dàt is dan misschien wel weer autistisch, maar dat is een tweede.)

Slap van de lach kwam ik thuis, stapte van de fiets en bleek niet meer recht te kunnen lopen.
Oh ja. Schub. Kut.

‘Heeft de dokter al gebeld??’, vroeg ik mijn vader. Nee, nog niet.
En hij belde ook niet.
Niet om halftwaalf, niet om halfeen, nergens wat ook maar in de buurt van ‘aan het eind van de ochtend’ kwam.
Ik ging me zieker en zieker voelen, slapen lukte niet en dus ging ik maar vast een overzicht maken van mijn klachten en medicatie, voor het geval ik straks niet meer uit mijn woorden kon komen.

Dat ging zo:

Duizelig: gevoel van slaapdronken zijn. Strakke band om het hoofd, gevoel van draaiingen in het hoofd (‘alsof de hersens rond worden geroerd’)
Geen visuele draaiduizeligheid, geen dubbelzien.
Duizeligheid wordt niet erger bij bewegen van het hoofd of de ogen.
Sinds ca. 2 weken.

Trillende handen. Moeizaam lopen, gevoel te zwalken en door de benen te zakken.
Sinds ca. anderhalve week.

Hoge spierspanning: spanning in armen en benen die ik niet kan loslaten en die slapen onmogelijk maakt, ondanks moeheid.
Sinds deze week.

Pijn: zenuwpijn in armen en benen, kramp/spasme-achtige pijn in bekkenbodemregio (anaal, vaginaal, ‘urethraal’)
Sinds deze week.

(Anaal, vaginaal, urethraal. Kijk mij eens losbreken en choqueren!)

Om halfvier belde de huisarts. Ik legde uit wat de problemen en wat de vragen waren. Dat zijn taak feitelijk bestond uit het bellen van de SEH, zodat ik daar heen zou kunnen. Mocht ik dat willen. Wat ik wou.
‘Ik zal neurologie zelf wel even bellen. Als hij dat wil [hij being Sven] moet hij dat zelf maar regelen’.
Al eerder is me opgevallen dat Sven en mijn huisarts elkaar niet zo liggen.

Vijf minuten later belde de huisarts terug. ‘Je wordt zo door een arts van het ziekenhuis gebeld! Daag!!’
Nog vijf minuten later belde, inderdaad, een arts terug. Neuroloog in opleiding, ze had overlegd met Sven en ik moest eerst worden gezien voor ik een kuur kon krijgen. Liefst nú, dan hoefde bij een eventuele kuur geen tijd meer verloren te gaan aan gesprekken en onderzoeken. Wanneer kan je hier zijn?
Ik kon nauwelijks mijn hoofd omhoog houden, fietsen was geen optie, ik zou een auto moeten regelen, maar hoe...?
‘Over een half uur’, zei ik overmoedig.

En met dank aan een engelachtige buurman wàs ik er een half uur later ook. In blinde paniek, dat wel. Als ik me ziek voel wil ik niet reizen, dan wil ik veilig thuis in mijn kamer zijn. En zeker niet in een auto. Misselijk, paniek, steeds meer paniek. Toen op de SEH mijn bloeddruk werd gemeten riep mijn moeder ontsteld uit: ‘131 over 72!! Mijn God! Normaal heeft ze 90 over 55!’
Wat ook weer overdreven was: 95 over 60, eerder.
‘Mam.. ik ben in paniek... voor paniek is dit een vrij lage bloeddruk...’
Ik vind het hóóg!, zei ze koppig.

Er kwam een co-assistent die de anamnese afnam. Ze stelde alle vragen van de wereld en maakte geen enkele aantekening, zodat mijn moeder wat ongerust vroeg of ze dat allemaal echt onthield? Ja. Allemaal. En dat was ook zo: toen ik later de brief aan de huisarts las, bleek niet alleen informatie uit mijn eigen overzicht te zijn verwerkt (tot mijn tevredenheid; dat is tenminste eer van je werk hebben), maar ook de antwoorden op haar vragen. ‘Heldere adequate vrouw’, werd ik in het verslag genoemd. Zo zou ik eerder de co noemen.

Na de vragenronde zei ze dat ze nu (nu!) met de arts zou overleggen. Het zou beslist niet langer dan een half uur duren.

Een kwartier later was mijn paniek gezakt; het tweede kwartier bracht ik loom dobberend door op de post-paniekwolk, daarna was het nieuwtje daar ook wel vanaf, was ik alleen nog maar uitgeput en begon ik ongeduldig te worden.

Na vijf kwartier kwam de arts. De arts stelde vragen, de arts deed testjes, de arts sprak het mooiste, helderste Nederlands dat ik in tijden heb gehoord. En de arts was niet in voor een kuur.
‘U bent nog zo jong.. u moet nog zo lang... (Niet waar. Waarom zeggen mensen dat toch steeds?!), uw botten moeten nog een tijd mee... zo’n kuur is niet niks...’
Ik weet het, ik weet het; prednison is gif en als ik halverwege ben heb ik spijt dat ik ooit ben begonnen. Maar ik voel me ziek, ik wil een kuu-hu-huuur...!
Hetgeen ik allemaal niet zei. Buitenshuis ben ik niet zo bar expressief.

Ze zou overleggen met de dienstdoende neuroloog.

Een half uur later was ze weer terug, inmiddels met twee co-assistenten in haar kielzog. Ze had overlegd met Sven, Sven was nog in huis geweest (Ook al niet goed, die manier van uitdrukken. Dat schreef hij woensdag ook in zijn mail: ‘Ik ga nu het huis uit’. Nee, nééé! Je gaat náár huis, lieve schat, náár huis, je werk is niet je thuis!) - en Sven had gezegd dat ik wel een kuur mocht als ik wou, maar dan liever maandag.
‘Maar ik zie juist zo op tegen weer een heel weekend zo...’ (Buitenshuis praat ik in puntjes)
Het mocht eventueel wel, vrijdag-zaterdag-zondag, als het echt niets anders kon, maar dan moest ik er wel rekening mee houden dat in het weekend de afdelingen onderbezet zijn. Maar één arts. Tenzij ik dood zou gaan zou ik de hele dag onopgemerkt blijven liggen, als er iets was.
Ja, dat zei ze echt.
Maar als ik echt, ècht wilde...
‘Mag ik morgenochtend beslissen?’
Dat mocht. Wel morgenochtend vròeg, dan. Piepernummer van de dan dienstdoende arts-ass. om mijn beslissing door te geven. In de tussentijd mocht ik me, voor de spierspanning, volgooien met diazepam. Kon geen kwaad, zou ik in elk geval lekker op slapen. Veel sterkte en tot ziens.

Daaag.. daaaag!!
Zwaai naar alle andere patienten, naar de mevrouw met vier herseninfarcten en nu een gebroken rib met klaplong, die steeds moest niezen maar dat niet kon en dan een gruwelijke doodsstrijd leek te voeren; naar de meneer die twee uur lang gefascineerd naar zijn continu wisselende hartslag op de monitor had gestaard. En ik met hem.

Het was zeven uur, we waren om vier uur binnengekomen via de poli-ingang, met een statiegeld-rolstoel van de poli, en de poli was nu dicht. ‘Wat nu?’, vroegen we aan de bewaking. We moesten met de bus terug, de bus was vanuit de SEH voor mij veel te ver lopen en bovendien zaten we met dat karretje.
De bewaking loodste ons via de SEH terug naar de poli en verzekerde ons dat er daar wel iemand was die de deur zou opendoen.
Ik kon hem zo wel terug-verzekeren dat dat niet zo zou zijn. Om vijf uur gaan de deuren automatisch dicht, dan kan je debatteren tot je een ons weegt maar dicht is en blijft dicht. Eens was ik om vijf over vijf op de poli klaar en toen moest ik via de personeelsuitgang aan de andere kant van het gebouw naar buiten. Maar deze bewakingsman leek me niet iemand met wie je in discussie moest gaan.

De poli was verlaten, op één schoonmaakster na.
Kunt u niets doen? Kunt u echt niets doen..??
Ze zou gaan zoeken naar een oplossing. Waarna ook zij verdween.

Na vijf eindeloze, hopeloze minuten kwam ze via de trap naar beneden. Achter haar twee beige corduroy benen. Een lichtblauw hemd. En toen - o wonder, o godsgeschenk! - het hoofd van Sven! Die ons enthousiast begroette (welkom in mijn huis, welkom op mijn feestje) en vervolgens bezorgd vroeg hoe het ging.
Kut. Niet zo goed.
Duizelig, en spierspanning.. ku-hu-huuur!
‘Maar ik kan niet beloven dat een kuur dat beter maakt...’
‘Hè toe nou, verpest het nou niet, gun me dat nou.’
‘Ik gun jou alles’.
Een scala aan mogelijkheden schoot door mijn hoofd, teveel om op te noemen, van welke stilte mijn moeder gebruik maakte door te vragen of hij ons buiten kon laten. Want we zaten met het karretje en de bus.

Sven greep de telefoon. ‘Ja, met [...], neuroloog. Een patiënt van mij staat hier in de poli en de poli is gesloten. Zij is slecht ter been, kunt u iemand sturen om de deur open te doen?’
Overwicht is een mooi ding.

Er zou iemand komen en als het nou te lang duurde moesten we maar gewoon brutaal zijn en de telefoon pakken, en toestel 1234 bellen. En zeggen dat we hier nog steeds stonden.
Nog even een kort gesprek.
Dan: wij hebben in elk geval maandag nog even contact (oh ja?), veel sterkte!
Warme lach, warme handdruk.
En hij draafde weer verder, op weg naar kliniek en SEH. Hoe mensen zo energiek kunnen zijn is me een raadsel.

Uiteraard kwam er niemand. Behalve een heel klein jong schoonmakertje.
‘Heeft u een sleutel?!’
Ja, die had hij wel, van de zijdeur, maar die mocht hij niet gebruiken.
‘Maar ze weten ervan. De neuroloog heeft gebeld, en..!’
Artsen maakten op dit jongetje geen indruk. ‘Weet de bewaking ervan?’
Ja, die ook.
Dat deed het. Vooruit dan maar.

En eindelijk stonden we weer op straat, op weg naar huis, op weg naar eten en slaap.
Dromerig, giechelig om dit vreemde einde van de dag.
‘Ik dacht dat hij me helemaal zat was, dat hij me haatte.... Maar ik geloof niet dat dat zo is, toch...?’
Nou nee, absoluut niet, was mijn moeders reactie.

Thuis gekomen bleek ik nog steeds niet te kunnen lopen en was bovendien ineens mijn rechterduim gevoelloos.
Maar het korte, onverwachte onderhoud met Sven had in elk geval voor mijn stemming meer gedaan dan drie kuren konden doen.

En mocht u zich afvragen waar ik de energie vandaan haal om zulke lange stukken te schrijven: diazepam. Diazepam werkt op mij als Ritalin. Ritalin is voor mensen met ADHD kalmerend, maar voor mensen zònder werkt het opwekkend.
Onder het motto ‘vannacht wil ik eindelijk goed slapen’ slikte ik gisteravond om negen uur mijn diazepam. Ik ging liggen en wachtte. Ik zette de TV aan, keek hoe Michelle Trachtenberg in House MD wit schuim kotste en zette de TV weer uit. En wachtte. Ik zette de TV aan, keek hoe Michelle Trachtenberg inmiddels volkomen verlamd lag dood te gaan, zag House een teek uit haar vagina plukken (en dan vind ik mezelf choquerend...) en Michelle opleven en zette de TV weer uit. De hele nacht speelde de dag zich opnieuw af, in losse zinnen, alinea’s, mogelijke fragmenten van mogelijke stukjes. Maar in elk geval waren mijn spieren wat meer ontspannen. Tot ik om vijf uur wakker werd uit mijn halfslaap en onmiddellijk weer in een kramp schoot. Als ik nu niet tenminste al die zinnen eruit gooi slaap ik de rest van de dag niet.
donderdag 26 april
8 | 19:48 ‘Ik gun jou alles’

Dit was met recht het mooist mogelijke einde van de ergst mogelijke dag.
(Heel kort samengevat: schub, schupper, SEH. Terug, gesloten ziekenhuisdeuren bij verlaten poli, Sven. Zomaar ineens, als reddende engel. Wie het hele verhaal wil moet het zeggen. Ik had me voorgenomen geen ziektestukjes meer te schrijven, maar sowieso is dat misschien een beetje overmoedig besluit tijdens een schub)
woensdag 25 april
10 | 17:21 Lucht

Mailwisseling Sven - Puck: 3 - 3. Wow. En wisselde hij in de vorige mail nog ‘Geachte Mevrouw’ af met ‘je’, nu is hij helemaal om en begint met ‘Beste Puck’.

De mensen van Lundbeck reageerden niet, dacht ik, en dus mailde ik ook maar naar mijn eigen apotheek. Daar was ik nog niet opgekomen, dat die ook mailbaar zouden zijn. Ze blijken zelfs een eigen website te hebben. Als dat allemaal mogelijk is....
Ze kregen dezelfde mail als Lundbeck (lees: net zo lang en dreinerig) en zie daar! - beiden reageerden. Zowel de Lundbeckers als het mini-apotheekstertje, van wie ik nog steeds niet helemaal geloof dat ze echt apotheekster is. Ik bedoel, voor de studie farmacie moet je goed zijn in scheikunde. En niet een beetje goed, maar echt heel erg goed. Dit wurm is twee koppen kleiner dan ik en te schattig voor woorden. Zo een die je in haar wang knijpt en uitroept: Kjoeeeet!

Oh, die moet ik misschien even uitleggen. ‘Kjoeeeet’ is mijn nieuwe stopwoordje. Niet helemaal nieuw, hij gaat al een tijdje mee, maar toch relatief nieuw. Kjoet is gewoon cute. ‘Kjoet’ wordt door mij alles genoemd wat niet onder ‘neat!’ valt. En ‘neat!’ is het nieuwe ‘geil!’. Ik mag van mijn moeder geen ‘geil’ meer zeggen, dus nu zeg ik te pas en te onpas ‘Neat!’ - waarop haar verontwaardigde reactie in negen van de tien gevallen is: ‘Wel waar!’. Mijn engelse ea is niet wat hij moet zijn, vrees ik.

Afijn, het apotheekstertje, dus. Dat is cute. Ze is blond en springerig en ze heeft een wipneus.
Vermoedelijk om wat meer overwicht te krijgen heeft ze onlangs (een maand of drie geleden) haar haar bruin geverfd en draagt ze steevast haar eigen kleren temidden van de uniformpjes van de assistentes. Het helpt geen zier. Ik kan me haar gewoon met geen mogelijkheid voorstellen als een nerd die in haar vrije tijd leuke zoutzuurexperimentjes doet.

Dat wou ik allemaal helemaal niet vertellen.

Het wicht heeft teruggeschreven, daar was ik. En Mevrouw Lundbeck, om haar maar even zo te noemen, ook. En wat ik bijzonder sympathiek vind is dat beide dames net zo’n lange lap tekst voor hun reactie hebben gebruikt als ik voor mijn mail.

Lundbeck hult zich in mysterieuze praat.
‘We menen dat het in principe mogelijk zou moeten zijn dat... maar wij adviseren toch om... omdat we die omstandigheden hebben getest en er niet zeker van zijn dat de vloeistof onder andere omstandigheden stabiel blijft’.
‘Wij raden niet aan maar ook niet af om....’
‘Waarschijnlijk.....’
‘Het kan zijn.....’
‘Het ontraden van het innemen met melk(achtige) producten is mede doordat de vloeistof er wolkig van kan worden, waarschijnlijk door een verschil in de zuurgraad en omdat niet is onderzocht wat de invloed daarvan op de werkzaamheid van de druppels is....’
‘Naar analogie zou eveneens.... echter dit is niet onderzocht.....’
Ja, zo kan ik ook wel een A4-tje vullen.

Het kindeke schrijft minder omslachtig, maar raadt af om rondom de inname warme of melkhoudende (vloei)stoffen te nuttigen. Twee uur, zoals Esther ook zei. Wat in praktijk betekent dat ik de Cipramil überhaupt niet tijdens een maaltijd kan innemen, aangezien èlk van mijn maaltijden een warm element bevat (hetzij thee, hetzij soep, hetzij alles).

Opvallend vind ik overigens wel dat in geen enkele engelstalige bijsluiter ook maar iets over warm of koud of melk te vinden is.
Maar goed - genoeg hierover.

Iets heel anders.

Lucht.

Mijn stukjes waren veel beter, vroeger, en de reden dat ze beter waren is, aldus mijn zeer geëerde moeder, niet omdat ze beter waren maar omdat ze luchtiger waren. Sprankelender. De sprank is weg en dus lees ik niet meer zo lekker weg.
En mijn lezers zijn weg, dat kon er ook mee te maken hebben. Sterker nog: het een zal het ander hebben beinvloed. Geen sprank, geen lezers; geen lezers, geen sprank.

Ja, ja, ik weet het: u bent ook een lezer, maar u bent niet de goede.
Mijn oude lezers, van lang lang geleden, die had ik lief en achtte ik hoog. U niet. U minacht ik en haat ik - en dat is nog op goede dagen. Mijn welgemeende excuses, ik had het ook graag anders gezien.
Mijn oude lezers, die waren lief en slim en adrem; die hadden geestige hilarische reacties waarnaar ik uitkeek.

[Stille weemoedige zucht]

Nu ja, niks aan te doen. Gegeven paard enzo.
En ergens is het wel logisch: als ik zelf sprankeloos ben kan ik geen geestigheid van u verwachten.

Enige tijd geleden reageerde hier Judith. Ze zei dat ik me onderdompelde in slachtofferschap, en ‘dat ik me geen raad zou weten als ik niets meer te klagen had’.
Ik wilde haar nog bedanken voor die reactie, maar ik was bang dat een bedankje als sarcastisch zou worden gelezen. Terwijl ik het heel oprecht meende.
Bedankt, alsnog.
Niet dat je gelijk had - nee, sorry - maar je zette me wel aan het denken.

Ik ga daar nog op reageren. Een leuk luchtig stukje over mijn chronische doodswens.
Of een compact, broeierig stuk, ontdaan van alle sentiment en dramatiek, dat u leeg en kapotgeslagen achterlaat.
Mooi man. Ik verheug me nu al.

Soms.. soms wil ik choqueren. Of nee, niet choqueren. Het choqueren is een neveneffect. Het is meer de behoefte om los te breken, uit mezelf en al mijn angsten.
Dat ik bijvoorbeeld eens gewoon zou durven schrijven: Ik ben bloedgeil en ik wil neuken!!
Nou heb ik zelden of nooit de behoefte om te neuken; maar het gaat om het grenzeloos, schaamteloos, taboeloos durven zijn. Ik heb ontzag voor mensen die dat kunnen.
Voluit emotioneel wil ik zijn: kwaad, schreeuwend, brullend, juichend. Als ik voluit emotioneel zou durven zijn zou ik, denk ik, een stuk minder dramatisch en overdreven zijn dan nu. Paradoxaal genoeg.
Haat en woede en weerstand durven opwekken: geen woede die voortkomt uit ergernis, zoals nu; geen woede om de martelaar die ik ben - maar een eerlijke, gelijkwaardige woede. Woede en weerstand om ideeën, denkbeelden, om zout in de wonde. Geen woede om uitstraling of houding.

Boksen wil ik.
En vliegen.

Binnenkort. Binnenkort ga ik erop slaan. Wees gewaarschuwd.
dinsdag 24 april
3 | 22:05 Achterspelling

Zeg, ik schreef best leuk, in 2002. Lees ik nu.

2002. Bezoek dat eens, als u mij in 2007 zat bent.

(Toen was ik ook al duizelig. 3 Weken lang, zelfs. Geeft te denken.)
1 | 21:51 Voorspelling (2)

Wow. Kom ik zomaar tegen in mijn archief.

Misschien geen letterlijke splintergroeperingen, maar toch. Ik ben onder de indruk van mezelf.
11 | 09:31 Vragen, vragen, vragen...

Geachte Heer, Mevrouw,

Uw emailadres heb ik van de website van Lundbeck BV. Bij de maillink staat aangegeven dat ik bij u terecht kan met vragen over het middel Cipramil.

Ik schrijf u met een aantal vragen over de inname van Cipramil druppels.
De vragen hebben betrekking op de volgende alinea uit de bijsluiter:
Hoe moet u Cipramil innemen ?
Neem Cipramil steeds op dezelfde tijd in.
Cipramil kan al dan niet met voedsel worden ingenomen. De druppelvloeistof kunt u innemen gemengd met water, sinaasappelsap of appelsap. Neem de druppelvloeistof niet in met melk of thee.


Deze alinea spreekt veelal over ‘kunnen’, niet over ‘moeten’. Dit geeft nogal wat ruimte voor interpretatie en twijfel, en is in die zin enigszins onduidelijk.
Ik zou graag willen weten:
  • Zijn water, sinaasappelsap en appelsap slechts voorbeelden, en is het evengoed mogelijk het middel in te nemen met, ik noem maar wat, limonade of tomatensap?
  • Moeten de druppels worden opgelost, of is het ook mogelijk om de druppels op voedsel te druppelen, bijvoorbeeld op een lepel appelmoes, of op een boterham met jam?
  • In de uitdraai van de apotheek staat ook dat Cipramil niet mag worden ingenomen met een warme vloeistof. Dit staat evenwel niet in uw bijsluiter. Welke richtlijn moet ik volgen?
  • De druppelvloeistof mag niet worden ingenomen met melk. Geldt dit ook voor melkbevattende vloeistoffen, zoals bijvoorbeeld chocolademelk of vla, of alleen voor pure melk?
  • De druppelvloeistof mag niet ingenomen worden met melk of thee. Wordt hiermee bedoeld dat het niet mag worden opgelost in melk of thee, of dat melk of thee überhaupt niet gelijktijdig of vlak na inname mogen worden gebruikt? Als men de druppels inneemt met water, mag men dan bijvoorbeeld direct daarna een kop thee of beker melk drinken?

Ook zou ik een vraag willen stellen met betrekking tot de volgende alinea, eveneens uit de bijsluiter:
Hoe vaak moet u Cipramil innemen ?
Cipramil kan eenmaal daags worden ingenomen.

Wederom het verwarrende gebruik van het woord ‘kunnen’.
‘Kan’ Cipramil ook tweemaal daags worden ingenomen? Bijvoorbeeld 4 druppels ’s ochtends en 4 druppels ’s avonds?

Ik hoop op een reactie van uw kant.

Met vriendelijke groet,

Puck



Cipramil®, uiteraard. Maar ik mail in plain text, en plain text doet niet aan trademark-symbolen.

Pas na het verzenden bedenk ik me: Die thee, die had ik eigenlijk ook wel onderbouwd en gespecificeerd willen hebben. Waarom thee, wat is het aan thee dat verboden is? Is het de theïne, het looizuur, is het het warme ervan? M.a.w.: mag het wel witte of groee thee zijn, of kruidenthee, of icetea zijn?

Ik weet eigenlijk niet zo goed of het me werkelijk te doen is om antwoord op de vragen, of dat het een niet-zo-erg-verkapte kritiek op hun bijsluiter is. Of dat ik al schrijvende gewoon wat afleiding zoek voor mijn duizeligheid en de tot nog toe hier verzwegen schub. Een combinatie van alles, vermoed ik.
maandag 23 april
§ | 18:08 Inhoudelijk

Sven belde me gedurende 15 minuten en 18 seconden. Dat is langer dan de meeste patiënten op zijn polispreekuur krijgen. Ik voel me waarlijk bevoorrecht.
(Polispreekuur. Polis-preekuur. Poli-spreekuur. Nou ja, u begrijpt mij wel)

Halverwege het gesprek ging hij ineens over op u. ‘Ik moet natuurlijk u zeggen’, verklaarde hij geschrokken; ‘het is een beetje vreemd als ik wèl tutoyeer.. dat is niet helemaal gelijkwaardig’.
‘Well, duh!’, wou ik reageren; sinds wanneer is de relatie arts-patiënt gelijkwaardig?
In plaats van duh kreet ik: Nee! Dat moet u nou niet doen, ik had er juist speciaal om gevraagd, nou moet u het niet verpesten!
Wat feitelijk net zo onbeleefd als ‘Duh’ was.
‘Ja, nou ja... ik wil toch meestal u tegen mijn patiënten zeggen, maar op de een of andere manier gaat het tutoyeren bij jou vanzelf..’
In den beginne zei hij nog: ‘Ik wil wel proberen te tutoyeren maar ik verval vaak vanzelf weer in u’.
There’s progress.

Sven doet een hoop persoonlijke, of persoonlijkheids-, concessies voor mij.
Een paar weken geleden belde ik hem met de vraag of hij informatie over Tysabri had. Had hij nog niet, ging hij wel aanvragen. Als ik dan over een week of wat weer zou bellen kon hij zeggen of hij het al had.
‘U mag ook mailen, als u dat makkelijker vindt’, zei ik gul. Quasi-gul, eigenlijk.

Ik wil veel liever mailen dan bellen. Een belafspraak is ‘tussen halfvier en halfvijf’, en als je dan om vijf uur de moed hebt opgegeven en boodschappen gaat doen belt de arts om kwart over vijf als je in het spitsuur met twee tassen aan je stuur over het fietspadloze deel van de Laan van Meerdervoort fietst. Is mijn ervaring.

Nja... zei Sven aarzelend; ik mail niet zo veel, dat mailtijdperk is net aan mij voorbijgegaan...
De gek. Hij zal hooguit midden veertig zijn, hij heeft net zijn eerste baby en hij doet nota bene of hij gróótvader is geworden.
Nou, dan doen we dat niet. Ik vind mailen altijd prettig, maar als u dat niet vindt houden we het gewoon bij bellen.
‘Weet je wat we doen, jij mailt mij om me te herinneren aan dat informatiepakket, en dan mail ik terug als het er is.’
Oh. Ok... (huh?) Mag ik dan uw adres...? (zei de hypocriet. Ik heb drie mailadressen van Sven, maar toegegeven: zolang ik geen mailtoestemming heb zou ik die toch niet hebben gebruikt)

Het zou mooi zijn als ik nu heel cool en nonchalant kon zeggen: ‘sindsdien mailen wij’, maar dan was de eerste zin van dit stukje wat overbodig geweest. Sindsdien bellen we nog steeds. Maar we hebben al twee mailtjes (elk!) gemaild.
There’s definitely progress.

Nu de MS nog.
(Oh nee, die is al progressief, zei ze lollig...)
zondag 22 april
2 | 13:52 Willem Wever (2)

Zwaar vertederende reactie in mijn mailbox:

'Michelle' heeft de volgende reactie geplaatst:

Hallo ik ben Michelle [Achternaam]. Ik ben 10 jaar. En ik woon in [Woonplaats]. Ik zou heel graag in een labratorium willen kijken! In een labratorium waar ze elektroniche dingen en zo uitvinden. Ik heb ook een expirimenten boek gekregen Ik vindt het heel leuk. Ik ga vandaag 22 april 2007 exipirimenten uit het boek doen. Eerst heb ik het boek doorgelezen. Wilt u met mij naar een labratorium gaan? Groetjes Michelle 10 jaar

Met daaronder al haar contactgegevens, tot de dorpswijk aan toe.

Ik heb maar een mailtje teruggestuurd:

Dag Michelle,

Dank je wel voor je reactie.

Ik ben zelf niet Willem Wever, ik had op mijn website alleen een stukje over hem geschreven. Ik heb je reactie wel naar de redactie van Willem Wever doorgestuurd. Ik hoop dat je een antwoord krijgt!

Jouw reactie op mijn site heb ik nu weggehaald. Je adresgegevens staan erin, en ik wil niet dat je straks van allemaal onbekende mensen eventueel vervelende post krijgt.

Veel succes met je vraag en veel plezier met je experimentenboek!

Hartelijke groeten,

Puck

Bekentenis: ik word bloednerveus van kinderen. Tot een jaar of vier, vijf gaat het nog wel, daarna worden ze me te bijdehand en adrem en voel ik me jaren jonger en in alle opzichten hun mindere. Ik was, ben, zo’n muts die zich als zeventienjarige liet wegpesten door haar negenjarige oppaskindjes.
Kinderen van tien met een 06-nummer, een eigen e-mailadres en een ‘expirimenten boek’ imponeren me. En dat toont zich duidelijk in mijn stotterende mailtjes...
vrijdag 20 april
15 | 07:55 Overdreven

Ik kan niet tegen plagen. Geplaagd worden. Al zolang ik me kan herinneren is plagen de beste en snelste manier om me in tranen te krijgen. En dan ook niet een béétje tranen, maar een onstuitbare stroom. Alsof al die 90% water waaruit de mens bestaat in een onderhuidse ballon zit, die met het plagen wordt aangeprikt.

Een tijd geleden werd bij De Wereld Draait Door een filmpje getoond van een man die de toren van Pisa in blokjes had nagebouwd. Hij kreeg bezoek van een reporter, die deze recordpoging vastlegde. De reporter liep om de toren heen, het snoer van zijn microfoon slingerde zich om de basis en daar ging de toren. Een vertraagd maar onvermijdelijk ineen zakken, met eenzelfde gruwelijke pracht als het instorten van de Twin Towers.

Zó voelt het. Alles is goed, niets aan de hand, pais en vrêe; de zon schijnt en mijn wereld klopt. Dan komt er een plagerijtje en die wereld stort acuut in. Radeloosheid, feitelijk: radeloosheid en complete verwarring.
Is het een grap, is het serieus, is het dééls grap? Maar welk deel dan? Moet ik het serieus nemen, moet ik lachen; wat doen ze, wat bedoelen ze? Emotioneel jonassen.

Waarom zeg ik dit alles?

Er stond hier een stukje, over een belspelletje. Daar kwam een (plagerige?) reactie op, op die reactie kwam een (instemmende?) schaterlach - en aan al die vraagtekens kunt u mijn reactie al zien.
Menen ze dit, denken ze echt dat ik belspelletjes kijk? Moet ik dit rechtzetten, moet ik me verdedigen, moet ik meeschertsen?
Ik koos, naar mijn idee, de tussenweg, en reageerde, wederom naar mijn idee, luchtig verdigend.
Als antwoord kreeg ik een mailtje van een vriendin, met meer grijnzen en plagerige (?) opmerkingen.
Het brak en ik wou me niet laten breken.

Ik ben moe, het gaat hier achter de schermen behoorlijk slecht. Het instorten van de toren van Pisa is niet nodig, ik lig al in duigen, maar ik had geen zin om van die duigen wrakhout te maken.
Ik had niet de energie voor de twijfel, voor het instorten en weer opbouwen.
En dus haalde ik het stukje weg.

'Is dat niet wat overdreven?', mailde de vriendin.

Ja en nee.
Ja: naar normale maatstaven is mijn reactie op plagen zeer overdreven. Nee: voor mijzelf is het niet anders dan anders. En om dan meteen een heel postje weg te laten: misschien is dat overdreven. Maar misschien ook gewoon zelfbescherming.
donderdag 19 april
4 | 12:50 Tenminste

Coca Cola. Light. Houdbaar tot ‘03avr07’. Zou die nog te drinken zijn? En hoe merk je aan Cola dat ’ie bedorven is?
woensdag 18 april
2 | 21:26 Spinsels

BBC2, het zoveelste kookprogramma.
'Blablabla market, yadayadayada sorrel'

'Sorrel. Da's zuring', schoot door mijn hoofd.
En dat is het.

Het is nu zeker. Mijn hoofd zit berstensvol nutteloze kennis. En waar het vandaan komt is me een raadsel.
1 | 07:28 Asociaal

Vroeger... vroeger zette ik nog mensen op een voetstuk. Iedereen voor wie ik ontzag had, iedereen die maar bij benadering ‘beroemd’ was: hòp, op het voetstuk. En als voetstuk-mensen met mij omgingen voelde ik me zo vereerd dat ik onmiddellijk reageerde.
Het was voor alle partijen doodvermoeiend, maar in elk geval reageerde ik nog. Tegenwoordig maak ik tijdens mijn kluizenaarsbuien geen enkel onderscheid meer.

En zo kwam het dat in 2001 een BN’er contact met mij zocht, omdat een wederzijdse kennis had verteld dat ik last had van angsten. Net als de BN’er-in-kwestie, maar hij was genezen en wilde graag helpen, indien mogelijk.
Ik reageerde niet, hij mailde nog eens met de vraag of ik zijn mail wel had gekregen. Ik schreef één mail terug met de veelbelovende titel ‘eerst eens hallo’ - en bij hallo bleef het.

Maart dit jaar probeerde ik het opnieuw. Elke keer als ik hem op tv zag dacht ik: ‘Hij heeft ook een angststoornis gehad. Hij heeft pilletjes geslikt en is genezen’. (Lijkt me niet de manier waarop je ge- of herkend wilt worden, maar dat terzijde). Mijn psych en ik willen wat met pilletjes gaan experimenteren, en het leek me tijd om weer eens contact op te nemen.
In het geheel niet verrast of zelfs maar een beetje rancuneus om mijn redelijk schofterige houding bij de vorige brief‘wisseling’, reageerde de BN’er, inmiddels exponentieel veel B’er dan zes jaar geleden.
Waarna ik weer een maand stil bleef.

Een beetje voetstuk is zo gek nog niet.
dinsdag 17 april
2 | 07:57 Betekenis

Iets te snel getypt stond er ineens: u wengelen.
Rechts-klik en er het bedoelde 'engelen' van maken, dacht ik. Maar er was helemaal geen 'rechts-klik'. Het woord werd goed gerekend, blijkbaar bestaat het.

Grote vraag is nu: wat betekent 'wengelen'? Zou het slaan op van die DikkeOudeMannenWangen, zoals bij Portret van een dikke man, van Robert Campin? Bengelende wangen?
maandag 16 april
1 | 17:14 Less is more

Kan ik de huisarts een mailtje sturen?
Ik zou informatie bij de neuroloog halen over een nieuw medicijn, maar dat blijkt heel summiere informatie. Nu heb ik een veel uitgebreider en duidelijker document online gevonden, maar dat heeft 31 pagina's en ik wil dat niet gaan printen. Dus nou vroeg ik me af of ik Dr. Huisarts een mailtje kan sturen..

Dat wist de assistente eigenlijk niet.
Er werd nagevraagd, niemand wist het eigenlijk, maar men dacht dat het gewoon abchuisarts-at-huisartsenpraktijk-punt-nl was.

Ik probeerde het, en het mailtje kwam terug. Ik probeerde abc.huisarts, ik probeerde a.huisarts en ahuisarts, ik probeerde chuisarts en c.huisarts, cees.huisarts en ceeshuisarts. Daarna alle mogelijke derivaten; minder intinitialen, minder achternaam, met puntjes, zonder puntjes, met streepjes en wat niet al meer. Daarna een persoonlijk mailadres dat ik ooit online tegenkwam (maar nu niet meer) en waar ik al helemaal niet zeker van was.
Alles probeerde ik en alles kwam terug.

Na twee uur peinzen, een duizeligheidsaanval en een boodschappenrondje, kreeg ik een magistrale inval. Ik schrok er zelf van.

huisarts-at-huisartsenpraktijk-punt-nl.

Geen initialen, geen puntjes, geen streepjes, geen afkortingen.

Het is nu twintig minuten later, ik heb elke twee minuten mijn mail opgehaald en al wat er is binnengekomen is spam. Geen Undelivered mail, geen return to sender.

Minimalisme heerst.
zondag 15 april
3 | 18:18 Finishing touch

1 fles bodylotion
1 fles douchegel
1 fles conditioner
1 deodorantroller
1 fles listerine
1 pak waspoeder
2 pakken Tena
1 potje koekkruiden
1 bakje tuinkers
1 bak roomijs
1 pakje lijnzaad
1 fles ketchup
1 pakje tuinkruidenbouillon
1 pakje Pickwick ‘Evening Breeze’
1 pot Vitamine-B-complex
en 1 plastic dopje van niet te definiëren origine

Allemaal op dezelfde dag op, alle verpakkingen tegelijk weg.

Zo. Nu kan de lente eindelijk beginnen.
Dáárom is het weer natuurlijk zo van slag: ik had nog geen grondige voorjaarsschoonmaak gedaan.

(Wel frustrerend zijn nu alle dingen die net nìet op zijn. Maar ja, het gaat toch ook tegen mijn aard in om nu vreselijk verspillend en gulzig te zijn, enkel om te kunnen opruimen..)
donderdag 12 april
§ | 07:50 Anders dan alle andere... *)

Ineens was Pesach voorbij en at ik gisteren weer brood. Welk een bevrijding, ik wist niet dat ik zó van brood hield! (Kijk aan, het kwartje valt).
Ik ben er vrij zeker van dat er bij die overgang zegeningen horen en iets van een plechtigheid, maar ik heb geen idee hoe en wat; en dus had Pesach een heel abrupt, enigszins onbevredigend einde.

Wat bijdroeg aan het gevoel van onvolledigheid was het feit dat Pesach dit jaar samenviel met Pasen en ik daardoor bijna voortdurend aan het werk was.
Ik ben me ervan bewust dat dit enigszins bizar klinkt. Feestdag, vakantiedag - werkdag? Dat krijg je als je liturgieboekjes voor twee kerken maakt: Witte Donderdag twee boekjes, Goede Vrijdag twee boekjes, Paaszondag twee boekjes en dan direct weer twee boekjes voor de gewone viering op de zondag na pasen. Dan hoef je bij voorgangers niet aan te komen met ‘Jom Tov’-dagen en werkonthouding.
(De eerste en de laatste twee dagen van Pesach zijn zogenaamde ‘Jom Tov’-dagen: de ‘echte’ feestdagen, waarvoor dezelfde restricties gelden als voor Shabbat. Dat wil zeggen: niet werken, geen handel drijven en zo nog een en ander. Het is me een raadsel hoe orthodoxe gezinnen dat met hun boodschappen doen: Vrijdagavond tot zaterdagavond Shabbat, zondag Pasen en dus alles dicht, maandag en dinsdag Pesach.)

Voor joden in de diaspora, dat is: buiten Israel, is het een oud gebruik om met Pesach te bidden: L'shanah haba'ah b'Yerushalayim - Volgend jaar in Jeruzalem. ‘Jeruzalem’ hoeft hier niet persé letterlijk genomen te worden: het kan evengoed duiden op een toestand, een gevoel. Een nieuwe, betere situatie.
Voor iemand met straatvrees is ‘volgend jaar in Jeruzalem’ sowieso wat hoog gegrepen. Voorlopig ben ik al heel blij met wat meer rust, in alle opzichten.

En dan ga ik nu eerst eens alle matzekruimels uit de bank, uit mijn toetsenbord, van de vloer opruimen. Matze is verdorie hardnekkiger dan chameets...

*) De titel refereert aan de vraag die traditioneel op Sederavond wordt gesteld: Waarom is deze nacht anders dan alle andere nacht?
woensdag 11 april
1 | 14:22 Giotto

...



Cultuurbarbaren...
dinsdag 10 april
2 | 22:25 Patroon

De nieuwe MiniMax is geboren!
Een meisje. Wéér.

4xV, 3xM, 3xV.
Die Oranjes zijn vrij fantasieloos, als het om werpen gaat.

Wat ik net overigens bedacht: uitgerekend de gevoelige, zachte, ik zou haast zeggen: vrouwelijke Prins Claus zorgde voor het eerst in drie generaties weer voor zonen. Zo blijkt maar weer: met al dat machogedrag en dikdoenerij heb je alleen maar jezelf...
maandag 09 april
5 | 13:48 Me like!

Ik luister nooit muziek.
That is to say: ik luister nooit naar de radio en ik kijk nooit naar muziekprogramma's of naar muziekzenders.
Ik luister veel muziek, maar dat zijn 'oude' mp3tjes. Af en toe komt er iets bij of gaat er iets weg, maar ik ben niet of nauwelijks op de hoogte van heersende trends en nieuwe sterren.
Ik mis het zelden.

De laatste weken probeerde ik wel steeds dringender uit te zoeken wat toch dat muziekje was dat Net5 gebruikt voor hun teaser van Tyra. Al wat ik kon ontcijferen was 'why don't you like me why don't you like me', en wat losse woordjes. Maar daarmee kwam ik in Google geen stap verder. Het zat in mijn hoofd en wou er niet uit, ik wou deze binnendringer tenminste kunnen benoemen maar ik had geen idee wat de herkomst was.

Tot ik het een paar dagen geleden ineens tegenkwam bij het zappen. Leuke springerige jongen in vreemd futuristisch seventies-decor (contradictio in terminis).

Dat
was hem!

En nu vraag ik me enigszins verontwaardigd af: waarom heeft niemand me van het bestaan van Mika verteld??
(zowaar met YouTube-linkjes, geheel tegen mijn principes in)
zondag 08 april
9 | 08:11 Witz

Twee vrouwen ontmoeten elkaar op een plein.
Zegt de een: mijn zoon is ziek.
De ander: wat heeft hij dan?
Het is een vreselijke ziekte, zegt de moeder: De ziekte van Oedipus
Die ziekte ken ik niet, wat is dat?, vraagt de ander.
Het is een vreselijke ziekte, hij moet naar een dokter, het gaat veel geld kosten...
Zegt de ander geruststellend: het is niet erg, trek het je niet aan. Oedipus, Shmoedipus - als hij maar van zijn moeder houdt!

Ik persoonlijk vond dit erg geestig. Mijn vader vond hem zo-zo, mijn moeder snapte hem überhaupt niet en wilde er ook verder niet over praten. Benieuwd hoe de verdeling bij u is.
donderdag 05 april
8 | 19:20 Quod erat demonstrandum

Ervaring is de beste leerschool.
Of ik blind ben, koppig, achterdochtig of gewoon moeilijk lerend: voor mij geldt het principe Eerst zien, dan geloven.
Dat geldt voor alle facetten van het leven, maar ik beperk me hier even tot eten.

Zo was daar de zaak van het bedorven ei.
Een ei dat bedorven is drijft, zo wordt overal gezegd en geschreven. Maar wat is dan drijven? Is drijven een traag boven komen, is drijven een hangen tegen het wateroppervlakte, is drijven horizontaal of verticaal?
Gelukkig wist ook het geweldige programma Ever wondered about food: dat moeten mensen geïllustreerd hebben. Dus hebben ze een ei laten rotten en het in een pannetje water gemikt. Sindsdien weet ik: drijven is het water uitstuiteren. Loodrecht, bijna staand op het water. Geen halfslachtig dobberen met het ruggetje tegen het water, maar een voluit, Jezus-like wandelen.

De eerste keer dat ik las dat je nooit aardappelpuree met een staafmixer moet maken, omdat het dan lijmachtig wordt, dacht ik: ha fijn, dat moeten we hebben! Lijm is fijn! Ik houd van klef eten, van pappig en romig. Ik ben een beetje in de orale fase blijven hangen, denk ik; alles wat qua consistentie op babyvoer lijkt vind ik lekker.
En dus zette ik de staafmixer op mijn gekookte aardappelen, die direct in een slijmerig behangplaksel veranderden. Consumeren was niet alleen onsmakelijk maar ook onmogelijk, aangezien één hapje van dit brouwsel trage draden door mijn mond vormde, mijn keel dichtsmeerde en het überhaupt niet door te slikken was. Gorgelen met water, net zo lang tot de smurrie was verdund, was de enige manier om het nog weg te krijgen. Welke beschrijving geen enkele zin heeft als u net zo bent als ik. Gewoon zelf proberen, dan.

Overigens zou ik inmiddels moeten weten dat dit soort ervaringen nog nooit de geteste stelling omver heeft gehaald en dat het daarom tamelijk zinloos is om überhaupt nog te willen testen. Maar ja, hardleers ben ik ook.
En dus ben ik al dagen in complete verbijstering over de eiwit-koolhydraten-water-kwestie, die ik bevestigd zie worden.

Koolhydraten binden watermoleculen. Schrap koolhydraten uit je dieet en er komt een hoop water vrij. Dat is de reden dat mensen in de eerste dagen van een dieet zo veel gewicht verliezen. Geen reden om euforisch te worden, gewoon vochtverlies.

Allemaal leuke theorie, maar: eerst zien...

Om redenen die hier niet zo relevant zijn vier ik dit jaar geen Pasen maar Pesach.
Een beetje halfslachtig, dat wel: ik heb niet excessief schoongemaakt om chameets - gerezen brood - te verwijderen. Behalve dat ik daar niet de energie voor heb, is het ondoenlijk en vrij zinloos als je samenwoont met iemand die wèl gewoon brood eet. Ik denk niet dat mijn vader het op prijs had gesteld als ik al zijn brood en koekjes in de prullenbak had gemikt, en dan nog: hij had gewoon nieuw gekocht en dan was al mijn werk voor niets geweest.

Ik heb, behalve mijn eigen spullen, dus niet schoongemaakt en weggegooid, maar ik eet acht dagen geen gerezen producten. Matzes in plaats van brood; geen koek, geen gebak, geen pasta. Niets wat een rijsmiddel bevat.
Nou eet ik normaal gesproken vrij veel gesuikerde deegwaren als tussendoortje. Die heb ik nu vervangen door noten: beslist niet calorie-, maar wel koolhydraatarm.
In de drie dagen dat ik me nu aan dit 'Pesach-dieet' houd, ben ik drie kilo kwijtgeraakt. Geen vet: water. Ik ben geen centimeter slanker geworden, maar ik plas liters water uit.

Als je wat wankel op de benen staat is een beetje minder gewicht altijd welkom. Maar lichter - en met al die noten in elk geval gezonder - of niet: ik vrees dat ik het koolhydraatarme eten niet ga volhouden na Pesach.
BBC-food heeft een nieuw programma. En de 'Sticky toffee pudding' deed me gisteravond watertanden, en smachtend uitzien naar de dag dat gerezen spijzen weer zijn toegestaan..

Maar: koolhydraten houden water vast - dat weet ik nu zeker, voor eens en altijd. Tot deze ervaring weer is weggezakt, in elk geval. Koppig, hardleers èn vergeetachtig...
woensdag 04 april
2 | 21:00 Voorspel

Woensdagavond, Veronica:

20.30 NCIS, met Dr. Jack McNeil (Mark Harmon)
21.25 Criminal Minds, met Dr. Jeffrey Geiger (Mandy Patinkin) en Dr. Daniel Nyland (Thomas Gibson)
22.20 Numb3rs, met Alan Birch (Peter MacNicol)

Nog maar even en dan gaan ze Chicago Hope herhalen. Mark My Words.
5 | 07:48 Hokus Pokus Pilatus Pas

De codeine hielp niet. Helemaal niets. Niet de eerste 10mg, niet de tweede die ik een uur later slikte. Het hielp wel tegen de hoofdpijn, maar niet tegen de hoest.
'Dan moet het nu gewoon over zijn', besloot ik. Ik kan niet langer zonder slaap, het moet over zijn.

Nou weet ik ook wel dat het zo simpel niet werkt. Dat zou wat zijn..
Maar het moet gezegd: het is wat beter. Minder hoesten, minder gesnuf, minder hoofdpijn. Ik heb zowaar geslapen vannacht.

En nou zou ik het erg prettig vinden als ik de komende tijd gezond zou worden en blijven. Ik ben nu al de hele winter aan het kwakkelen: wel griep, geen griep, allemaal net-niet-kwaaltjes die niet doorzetten maar wel dreinen en storen. Mooi 'weest. De zomer komt eraan, dat is al invaliderend genoeg.
maandag 02 april
7 | 19:37 Kriebels

Ik weet niet hoe lang het nu al duurt. Was het vorige we...? - Ja. Ja, want dinsdag heb ik een jengelend smsje gestuurd. Iets met treintjes en zo’n keelpijn, *huil*.

Donderdag hoestte ik. Heel veel hoest.
In het begin was het eigenlijk nogal nostalgisch, helemaal in de lijn van de autobiografie. Vroeger, heel lang geleden, vroeger hoestte ik wel drie keer per jaar mijn longen en ribben kapot. Oncontroleerbare hoest, hoest die mij geheel overnam, tot ik niet meer dan een hikkend hijgend hoopje ellende was. Dat werkt niet. Een alliteratie met een nieuwe beginletter erachteraan, bedoel ik. De alliteratie trekt hoopje als een magneet naar de eerste twee woorden toe, weg van ellende, waar het eigenlijk bij hoort. Hikkend hijgend hummeltje - dat kan wel; maar het is wat narcistisch om een schattig woord als ‘hummeltje’ op jezelf te betrekken. Afijn, u begrijpt wat ik bedoel, neem ik aan.

Ik was zielig, dus; toen en nu.
En al na een halve dag was de charme van de nostalgie eraf. Ik belde de huisarts, die er niet was (mijn hemel, ik kan nog geen weekje wegblijven of hij gaat maar zo zonder mij in te lichten op cursus).
De assistente van de collega schreef codeïne voor. Nee wacht; de assistente van de collega ontkende eerst mijn leed, door kriebelhoest af te doen als ‘een kuchje’, als ‘een gevoel van je keel schrapen’. ‘Eeeeh... ik geloof dat wij het over iets anders hebben... ik bedoel niet-functionele hoest, een hoest die almaar doorgaat en je hele nachten wakker houdt, hoesten tot kokhalzen toe’. Oh. Nou ja, codeïne dus.

Codeïne wilde ik niet vanwege de bijwerkingen, en in overleg met de apotheker werd het noscapine.
Noscapine is góór. Noscapine heeft frambozensmaak maar geen suiker, zodat je de illusie hebt dat het leuk wordt maar achterblijft met een bittere dooie-muizensmaak. Frambozen zijn net mini-perziken. Onontvelde perziken hebben een mondgevoel van muizen, frambozen van slappe babymuizenlijkjes. De noscapine leek besloten te hebben het mondgevoel te vervangen door smaak.
En het hielp geen zier.
Wat ik had kunnen weten, als ik mijn eigen log wat beter zou lezen. Vijf jaar geleden hoestte ik ook, vijf jaar geleden heb ik zelfs mijn stem helemaal weggehoest, alleen vijf jaar geleden leed ik er minder onder omdat ik al hoestende acht uur achtereen met goede vriend Stoethaspel telefoneerde. Een nog immer ongeëvenaard record. Maar toen kreeg ik ook noscapine, en toen schreef ik al dat het niet hielp.

Afijn. Het werd vrijdag en ik ging naar het ziekenhuis. Voor de hoest?, vroeg mijn vader mijn moeder. Nee, voor de uroloog. Oh.
Urodynamisch onderzoek, fijne afleiding. Verslag volgt, wanneer, met de nierecho aanstaande vrijdag, het hele urologische circus voorbij is.

Het vervelende was, is, dat de hoest steeds deed of hij weg was. Zolang ik maar rechtop zat en in beweging bleef ging het wel. Af en toe een buitje, zeg maar. Maar zodra ik lag en ontspande viel hij aan. Nee, hij viel niet aan, hij óverviel, overmeesterde. Ik sliep niet meer, ik sliep al niet meer sinds dinsdag; niet overdag, niet ’s nachts.

Zaterdagavond had ik kriebelhoest en vastzittende hoest tegelijk. Of nee, er zat niet eens iets echt vast, er zat iets dicht. Ik kreeg niet zo gek veel lucht meer en belde de dokterspost.
Kunt u langskomen? Nou nee, ik ben moe. En in mijn geval betekent dat: ik kan niet meer lopen. Langskomen lijkt me niet zo’n geweldig idee.
Nou, zij kwamen lekker ook niet langs. Ik moest maar iemand sturen voor een potje Fluimucil, dat zou de boel oplossen.
Ik belde mijn moeder, mijn moeder lag voor lijk, ik zei dat ik papa dan wel zou vragen want dat ik haar niet lijkerig en wel op de fiets wou hebben, zij oordeelde - als altijd - dat mijn vader veel te klein en breekbaar was om er ’s avonds nog alleen op uit te trekken en wat nou als er een wolf uit het bos komt? - en ging briesend van woede voor me naar de apotheek.

De Fluimucil werkte wel maar hielp niet.
Ooit heeft Karin Spaink dat over een geneesmiddel geschreven, en nu begreep ik wat ze bedoelde.
Het werkte als een trein, namelijk. En precies op de klok. In de bijsluiter stond dat het zou werken na 1 à 2 uur; na anderhalf uur wandelde er een beestje in mijn keel naar beneden, ik hoestte en al wat ik aan slijm in mijn keel had gehad bleek in een waterig poeltje te zijn samengekomen. Het poeltje schoot loodrecht omhoog, een soort projectielhoesten, kaatste tegen mijn gehemelte aan en smakte toen recht mijn slokdarm in naar beneden. Wow. Mooi spul. Maar het hoesten werd er niet minder van.

Het werd zondag, ik hoestte nog steeds en mijn buikspieren begonnen het te begeven. En mijn schedel. Bij elke hoest leek mijn schedeldak open te breken. Erg onaangenaam. Om vier uur besloot ik dat het beter was nachtelijke drama’s te voorkomen en belde ik weer de dokterspost. Ik kon langskomen, afspraak om halfzes, geen wachttijd.

Noodarts, nieuw medicijn. Puffertje. Zes uur thuis, puffertje gepuft, en toen brak de hel los. Laat ik zeggen dat het puffertje niet echt hielp. Zozeer niet hielp dat ik niet meer zelf de dokterspost kon bellen. Vader laten bellen, uiteindelijk toch zelf met de assistente gepraat, bijna ruzie gekregen met de assistente en uiteindelijk afgescheept met een ‘U heeft slijm. Ik hoor toch dat u slijm heeft. U heeft slijm en dat lekt in de luchtpijp en de luchtpijp sluit het af en dan moet u hoesten. U heeft slijm. (Niet waar!) Wel waar. U moet sprayen en druppelen met oordruppels. Stuur maar iemand naar de enige apotheek in heel Den Haag die nu nog open is, aan de andere kant van de stad, om twaalf uur ’s nachts, zonder auto.’
Bitch.

Ergens werd het ochtend, ik belde de huisarts en maakte een afspraak voor vanmiddag drie uur.
Ik ging naar de uroloog (alweer ja) en leerde mezelf katheteriseren, fijne afleiding, verslag volgt, wanneer - nou ja, dat schreef ik al.

Huisarts. Huisarts liep uit, drie kwartier. Maar: huisarts was aardig, zwiepte alle medicijnen weg en verving ze door twee nieuwe. Als dank gaf ik hem een gigantische reep chocolade. Nou ja, niet helemaal als dank. Ik had het ding een half jaar geleden van Jelle (Jelle! Kent u hem nog?) gekregen, ik houd niet van pure chocola en het ding lag in de weg. Eerder een afdankertje, dus. Maar het was óók goedbedoeld (als het puur om het afdanken ging had ik tenslotte ook een oud hemmetje ofzo kunnen geven) en de huisarts was er blij mee.

Zo. En nou ga ik vanavond heel dapper een codeïnepilletje slikken, zonder ook maar één seconde bang te zijn voor de bijwerkingen, en dan stopt het hoesten en alles komt goed. Echwel.