Vorig Archief - Volgend Archief

dinsdag 30 januari
2 | 18:50 Kostbaar (2)

Dit stukje had eerst nog een alinea. Een alinea die ik er uiteindelijk maar uit heb gehaald. Ik wilde uw tere zieltjes niet beschadigen, en voor de verhaallijn voegde het weinig toe.
Maar in de ruwe versie van het stukje, de versie die ik aan mijn moeder had laten lezen, stond die alinea nog wel.
Ze ging als volgt:
...en als ik dan toch bij de huisarts ben kan ik eens beginnen over mijn barbituraten.
Eens, eeuwen geleden, of toch zeker twee jaar, kocht ik een stevige hoeveelheid barbituraten voor het onzalige bedrag van $160. Als het me allemaal te bar zou worden zou ik op die manier een uitweg hebben. Snel en pijnloos, ik had een heel plan klaar.
De pillen verlopen maart a.s., en pillen die verlopen worden niet giftig, ze verliezen gewoon hun kracht. Wat tamelijk onpraktisch is als je er zelfmoord mee wilt plegen.
Ik heb niet het plan om vóór maart dood te gaan, maar om dan direct al die pillen weg te smijten vind ik ook zo zonde van het geld. Misschien kan mijn huisarts me vertellen of het te grof geschut is om ze stelselmatig in te zetten bij menstruatiepijn. Als hij me niet direct met een IBS laat opsluiten, dat is.

Vanmiddag zaten mijn moeder en ik tegenover de huisarts. Na zijn onbegrijpelijke, onvolledige en als zodanig vrij nutteloze uitleg van mijn MRI-verslag vroeg hij: was er verder nog iets?
Waarop mijn moeder monter opmerkte: jij wou toch nog iets vragen over die pillen?
Ben je gek?!, vroeg ik geschokt.
Van dat stukje. Dat wou je toch nog vragen?
Weet jij wat ironie is? Echt, er komt een dag dat we langs het politiebureau fietsen en jij vraagt of ik die winkelroof van vorige week niet nog wil gaan bekennen.
De huisarts staarde ons aan en lachte wat dommig. En ik moet maar hopen dat hij niet verder over gaat nadenken over de cryptische woorden van mijn moeder.

Dat zal me leren, om geen kladversies van mijn stukjes meer te laten lezen aan iemand die alles letterlijk neemt...
maandag 29 januari
1 | 13:18 Gat(ver)

’s Morgens in de vroegte jogde een man over straat.
Hij jogde schitterend.
Hij jogde met zijn handen in zijn zakken - wat normaal soepel lopen al lastig maakt.
Lopen met je handen in je zakken zorgt er vaak voor dat je wat in elkaar gedoken en krampachtig loopt. Je gaat er van sloffen, ook. Maar deze man kreeg het voor elkaar om met zijn handen in zijn zakken zeldzaam sierlijk te joggen. Verend, lenig, een en al kalmte en gratie. Het was een genot om te zien, ik fietste heel langzaam achter hem om maar te kunnen blijven kijken.
Toen spuugde hij. Een grote fluim. Maar niet uit zijn mond.
Hij haalde één hand uit zijn zak, drukte daarmee zijn rechter neusgat dicht en blies met kracht door het linker neusgat. Flàts - een grote klodder smurrie schoot uit zijn neus. Hij rende verder, herhaalde het proces bij zijn andere neusgat, toen nog eens aan de eerste kant.

Een dezer dagen ga ik voor het eerst naar een nieuwe psychotherapeut. De man, laten we hem Timmerman noemen, woont vlakbij waar ik de jogger zag.
Het tafereel van het neusspugen was zo fascinerend en tegelijk zo weerzinwekkend dat ik bijna vroeg: ‘bent u meneer Timmerman? In dat geval lijkt het me beter dat ik niet bij u langskom.’

Kleine kans dat het hem was, natuurlijk. Maar ik geloof niet dat ik het beeld ooit nog uit mijn hoofd krijg..
woensdag 24 januari
2 | 18:06 Kostbaar

Ik zat bij de apotheek en liet me door een allerliefst apotheekstertje (ik heb maanden gedacht dat ze nieuwste aanwinst van het assistentenleger was - vreselijk...) voorlichten over Tysabri. Het was een enigszins verwarrend verhaal over sloten en sleuteltjes, antistoffen en immuunsysteem.
Heeft het ook bijwerkingen op orgaanniveau?, vroeg ik.

Van de interferonen wordt nu namelijk langzaamaan duidelijk dat er op lange termijn kans is op nier- en leverfalen. Dat is één van de (vele) redenen waarom ik daar niet aan wou beginnen: ik zie het niet zo zitten om op mijn vijftigste in de progressieve fase van de MS te zitten en dan ook nog eens een nieuwe nier of lever te moeten krijgen, met alle bijbehorende heisa. Voor zover nu bekend is de meest ernstige bijwerking van Tysabri de hersenziekte PML, en daar ga je gewoon meteen aan dood. Ook vervelend, maar daar heb je in elk geval geen jaren last van.

‘Nee hoor’, zei het farmaceutisch elfje; geen kans op orgaanschade, alleen een beetje meer kans op gewone alledaagse infecties.

Ineens zag ik een woensdagavondfilm voor me, over twintig jaar. Hoofdrolspeelster zit tegenover apotheekster in archaïsch decor (‘Oh mijn hemel! Die kleeeren! En dat droegen we toen echt...!!’) en hoort de bemoedigende woorden aan. Duistere achtergrondmuziek. De kijker weet: ‘wat waren we, behalve slechtgekleed, ontzettend naïef, hoe konden we toen geloven dat dat gif...’.
Lichte rilling.

Optimistische informatie of niet, het spul trok me niet zo.
Ik wil geen gefrummel aan mijn afweersysteem en als ik heel eerlijk ben vind ik het verhoogde risico op ‘gastro-enteritis’ en allerhande andere infecties veel erger dan het absurd hoge aantal schubs dat ik nu heb.
Maar mijn verstand zei me dat een dergelijke houding kletskoek en trage zelfmoord was, en dus maakte ik een afspraak met de huisarts. Misschien kon die het Tysabri-verhaal nog wat overtuigender brengen, en me eventueel voorzien van een levensvoorraad anti-braakmiddelen. En dan kon hij meteen mijn onbegrijpelijke MRI-verslag uitleggen.

Ik had een kopietje aan Sven gevraagd, en dat vier keer gekopieerd èn uitgetypt. Om uit te delen aan al mijn vriendjes en vriendinnetjes, misschien om in de lift te hangen en er een quizvraag bij te bedenken.
Eén van de kopietjes gaf ik mijn vader. Hij tuurde lang, heel lang, en zei toen: ‘Nou ja, je hebt in elk geval heldere neusbijholten’.
Ja, dat was ook het enige wat ik had begrepen. Misleidend stukje proza: bij de eerste woorden denk je meteen: ‘Ha, dat leest lekker weg’.
En één exemplaar had ik bij de huisarts afgegeven, zodat hij het me tzt kon uitleggen. Liefst met tekeningetjes erbij.

Waarom heb je dat niet aan de neuroloog gevraagd?, vroeg de assistente kribbig. Die is daarvoor, die heeft daar meer verstand van. Kan je niet beter bij je volgende afspraak bij de neuroloog vragen of hij het je uitlegt?
Daar had ze een punt, hoewel ik het wel erg weinig loyaal vond om de deskundigheid van haar baas zo openlijk in twijfel te trekken. Maar de volgende afspraak met Sven, dat lag wat moeilijk. De volgende afspraak was oorspronkelijk 5 februari, maar in plaats daarvan had ik mijn belafspraak van afgelopen maandagmiddag onverwacht ingewisseld voor een ‘hallo ik ben er nu en u heeft tijd hoera!’-afspraak op maandagmorgen. Die afspraak had de 5-februari-afspraak van de kaart getikt, maar had eerder een troostend dan informatief karakter gehad. Appels, peren; appel gegeten en geen plaats meer voor peer, maar nu niet de smaak en voedingswaarde van de peer. Maar dat vond ik een te ingewikkelde constructie om aan de assistente uit te leggen en dus zei ik dat ik gewoon een dom rund was geweest, met veel sorry.

En zo zal ik dan volgende week naar mijn huisarts gaan, voor een lesje Tysabri en MRI (oh leuk! Dat rijmt!). Maar voel u vrij om de huisarts voor te zijn, en uw uitleg van het verslag te geven. En dan niet alleen maar ‘niet zo best’, want dat is me al van drie kanten meegedeeld.

Sven was aandoenlijk lief, trouwens. Behalve dat hij me zomaar binnen nodigde en twintig minuten aan me besteedde.
Ik heb gehuild, zeker twee tranen, wat uniek is (‘tamelijk uniek’, zeggen wij hier thuis. Juist omdat het zo fout is, net zo fout als ‘het meest optimaal’ en norma-LI-ter. Maar dat mag ik niet buitenshuis doen, omdat sommige mensen de spot serieus nemen, en òf mij voor dom uitmaken, òf mijn domme voorbeeld volgen).
Waar was ik?
Oh ja. Ik heb twee tranen gehuild, en Sven heeft getroost.
Hij zei dat hij ook wel eens jaloers was op bouwvakkers die na een dag werk gewoon op de bank voor de televisie ploffen met een zak chips. Dat hersens soms best een last kunnen zijn.
‘Gelukkig dan maar, dat ik steeds dommer word’, was mijn reactie; ‘Daar geloof ik helemaal niets van’, zei hij warm.
En toen ik zorgelijk opmerkte dat ik had gehoord dat Tysabri 1700 euro per patient per maand kost, zei hij stralend: ‘Ja prachtig toch?!’. De engel. Alsof we samen een gezellig complot hebben om de ziekenhuiskas te plunderen.

dinsdag 23 januari
1 | 19:22 Ziek

‘Alledrie de kinderen van S. zijn ziek.’
Toch geen buikgriep??
‘Nee, kanker.’
Oh, ok, dan is het goed.

Angst is, behalve een slechte, vooral ook een harteloze raadgever.
maandag 22 januari
2 | 13:57 Anorectisch denken 101

Uit mijn MRI-verslag:
Symmetrisch, slank ventrikelstelsel.

Ik heb geen flauw idee wat het betekent, maar alles met 'slank' vind ik prima.
§ | 06:56 Ongewenste intimiteiten

Elke nacht word ik aangerand.
Gisternacht in de C1000, door een blinde Holocaustoverlevende zonder vingers aan zijn linkerhand; hoewel ik op rolschaatsen achter een rollator reed, wist hij me steeds in te halen.
Afgelopen nacht zelfs twee keer achter elkaar, waarvan één keer door Alan Rosenberg (in zijn rol als The Guardian's maatschappelijk werker Alvin), onder een vergadering.
Steeds weer word ik gered door een buitenstaander, een toeschouwer.

Vreemd patroon. Het mocht wel weer eens ophouden.
zondag 21 januari
2 | 12:59 Kijkwijzer

‘Het is nep!’
..?
‘Ze zegt dat de lijn gunstig is, maar de lijn is helemaal niet gunstig. En ik weet zeker dat mijn woord goed is.’
Hoe weet je dat?
‘Er komen steeds mensen met hele voor de hand liggende woorden, en die zijn allemaal fout. Mijn woord is helemaal niet voor de hand liggend.’
Wat is jouw woord dan?
‘Rekest.’
Ik weet heel zeker dat jouw woord niet goed is. Ik weet zelfs vrij zeker dat zij niet weet wat het betekent.

Na mijn moeder belt nu ook mijn vader naar belspelletjes.
Het wordt tijd voor een Parental Control Device. Maar dan één waarbij parents gecontroleerd kunnen worden.
donderdag 18 januari
6 | 13:30 Nieuws

Meisje Sanne ('eighteen years old') is Ford's Supermodel of the World, maar heeft nog steeds geen eigen Nederlandse wiki-pagina (wie voelt zich geroepen?); Minister Kamp heeft JP's beestje overgenomen en kan daarom niet naar Afghanistan (aaaaah.. so sielug...); behalve een weeralarm is er nu ook een verkeersalarm, en ik moet nog boodschappen doen (famous last words) en ik ben nog steeds ontzettend duizelig (het was minder, tot ik dinsdag besloot dat ik best weer even op de hometrainer van de fysio kon. Na exact 7 minuten gleed het zadel schuin weg en sindsdienben ik weer terug bij af).
En verder:
Koud is het niet, op het strand
Nee, het snijdende zand
Is vandaag de grote vijand

Zojuist op RTL7. Zou het opzet zijn geweest, dit stukje prachtpoezie...?

Uw nieuws hieronder, graag.
dinsdag 16 januari
2 | 18:03 Luguber

Meisje in Albert Heijn, blonde vlechtjes, kuiltjes in de wangen; roze jurkje; roze jasje; roze maillot - kortom: het hele Meisje-Meisje-pakket, vrolijk zingend:

’k Zag twee slangen, mama ophangen...!
§ | 14:45 Druppel

Lang verhaal kort:

Ik ging direct tot de aanval over en zei: ‘als ik loop val ik’.
Ik kreeg geen bekeuring, mijn moeder wel.
Mijn moeder moest eerst lachen, toen huilen; de politie-agent en ik schrokken zo erg dat wij ook bijna moesten huilen.
Mijn moeder fietste liep weg, mijn moeder ging nog harder huilen, mijn moeder huilde zo hard dat de aarde beefde, zeeen bulderden en de tramtunnel instortte en ik fietste weg en terug. Ik haalde de politieagent in en paaide hem, hij beloofde de bekeuring door te scheuren, ik kocht een bosje tulpen voor mijn moeder en drie uur later huilde ze nog. Maar was wel erg geroerd en opgelucht, om tulpen resp. verscheurde bekeuring.

Toen ik nog een mini-Puck was huilde mijn moeder vaak. Vaker dan nu, hoewel ik dat niet met zekerheid kan zeggen, aangezien ik niet meer met haar in één huis woon.
Elke keer als mijn moeder huilde had ik het gevoel dat al mijn veiligheid en zekerheid wegviel. Dit was niet mijn moeder, moeders huilen niet, moeders troosten als jij huilt.
Troosten. Dat zou ik doen, dan zou ze wel ophouden.
Ik maakte een dienlaadje met een glaasje water en stapels zakdoeken, en droeg dat haar kamer binnen. Trillend van angst, alsof ik een leeuw een plakje rookvlees gaf. Sssst... stil maar mama....
Het hielp à l'instant. Veel, veel later hoorde ik dat mijn moeder mijn goede zorgen zo benauwend vond dat ze, om mij maar weg te krijgen, onmiddellijk haar tranen droogde.

Moraal van dit verhaal:
Geen. Louter anecdotisch.

Of misschien:
Moeders zijn net mensen.
En soms worden bloemen en verscheurde bekeuringen meer gewaardeerd dan zakdoeken en glaasjes water.
maandag 15 januari
5 | 10:40 Multiple

Ik heb gebeld. Ik heb gebeld, en Sven was er niet. Dus mailen had sowieso geen zin gehad.
Is Dr T er dan misschien?

Wat een enorme luxe, bedacht ik me later: om zeker te weten dat de collega van je eigen arts net zo veel over jou en je dossier weet. Een waarnemer betekent meestal: vreselijk veel moeten uitleggen; struikelen over je woorden; zelf niet weten wat relevant is en wat niet; en uiteindelijk: ‘ik kan nu ook niets doen, maandag/eind volgende week/over twee weken is de eigen arts er weer, bel dan even terug. Maar Dr. T is van ‘Dag Puck, zeg het eens’. Fijn.

Ik zei het eens:
Alles is erger. Alles wat ik in juli al had, maar nu nog erger, en ook een beetje anders. Zo duizelig, als een band om mijn hoofd, een zwaar hoofd alsof ik vanuit diepe slaap ineens ben opgestaan, en de slaap wil niet wegtrekken. Het draait om mijn hoofd heen. En weer een bewegingssensatie. De grond, de stoel, mijn bed - alles lijkt te bewegen. Gevoelsmatig, niet visueel.

Wanneer heb je je laatste MRI gehad?
‘Maandag.’

En waarom weet u, de lezer, daar niets van?
Omdat ik soms, heel ineens, vreselijk enge dingen zwijgend doe.
Vooraf ben ik, bij wijze van training, vier keer naar de zonnebank geweest.
Daar is niets van te zien, zei Fysio B. Dankjewel.
Het was een hele goede training, want het deksel wou niet open.
De deur was op slot, ik lag in mijn brandkoker, mijn mobiel lag buiten handbereik en het deksel wou niet meer open. Te weinig kracht in mijn armen. Het is uiteindelijk goed gekomen (duh..), maar beangstigend was het wel.
Vóór de MRI heb ik eerst een oxazepam genomen. Vooraf, in de wachtkamer, kwam er iemand binnen die zich niet zo lekker voelde. Helemaal niet lekker. Het schijnt dat donkere mensen bleek kunnen worden en dat heb ik nooit begrepen. Hoe zie je dat dan? Een beetje lichter bruin, maar hoe zie je dat nou, als onbekende, als je niet weet wat de originele bruintint was?
Maar zo gaat het niet. Bruine verf mengen met grijze verf, dan zie je het. Het is niet gewoon lichtbruin, namelijk, het is grauwgrijsbruin. Een beetje #8B6D5C, wat op zichzelf best een mooie kleur is, maar niet als huidskleur. Dan ziet het er alleen maar heel eng en heel ongezond uit.
En hij trilde. En jammerde. Hij brak met zijn hele aanwezigheid dwars door mijn oxazepam heen, dus ik ben op de gang gaan wachten. Jaja, heel hartvochtig en onaardig, waar is de liefde voor mijn medemens. Mijn excuses. Dit was niet het moment om nog eens extra bang en naar te worden.
Afijn. Ik ontdeed me van oorbellen, kettinkje en ringen (weet u ook meteen hoe be-sierraad Puck door het leven gaat), kreeg een koptelefoon met muziek op en deed tien schietgebedjes. En net op het moment dat ik de oxazepam de oorlog wilde verklaren was het afgelopen.

Zo. Heeft u toch nog het MRI-verslag gekregen.

‘Maandag’, zei ik dus tegen Dr T.
En heb je daar de uitslag al van gekregen? Ik zal eens kijken of die al binnen is...
Gerommel op de achtergrond.
Ik probeer me dan altijd een voorstelling te maken van de ‘setting’. Als het zou gaan om een afsprakenkaart bij de huisarts zou ik de huisarts op zijn bureaustoel naar achter zien trippelen en in zijn dossiermappen zien bladeren. Maar dit was een waarnemer, die zat niet in één kamer met mijn dossier; bovendien moesten de uitslagen van radiologie komen. Waar wou hij ze vandaan halen? Stonden ze in een centraal bestand in de computer?
Maar hij vond ze. En was niet enthousiast.

De opdracht aan de radioloog had geluid: vergelijk de scan van 27 januari 2005 met deze nieuwe.
Bij die vergelijking was gebleken dat het aantal laesies was toegenomen. Flink was toegenomen. En ze zaten verspreid over alle hersengebieden.

Dat klonk me in eerste instantie positief in de oren.
Vroeger op de kleuterschool deden we leuke dingen met inkt, een tandenborstel en een spatraam, waarbij dan een zachte dauwregen van inkt op het papier eronder kwam. Als er teveel inkt op de tandenborstel zat kreeg je lelijke grote spatten. Verspreide laesies zouden als een geslaagde tekening zijn, laesies geconcentreerd op één plek als die smerige spatten.
Te poetisch gedacht, bleek bij later google-onderzoek. Verspreiding van laesies betekent dat er eigenlijk geen enkel gaaf gebied meer is.
En dat zei Dr T feitelijk ook: hersenfuncties zijn het resultaat van samenwerking tussen verschillende gebieden, en hoe meer gebieden zijn beschadigd, hoe groter de kans dat een functie niet goed meer verloopt, en dat bovendien een natuurlijke aanleg van ‘bypasses’ moeilijker wordt.

Kunt u een uitspraak doen over de hevigheid van de MS, afgaand op het aantal laesies, en het feit dat ik pas twee jaar bezig ben?
Dat is... ja, dat zou ik toch wel ‘fors’ noemen.
Als onderkoelde artsen met termen als ‘fors’ gaan werken moet je uitkijken. Dit was geen goed teken.
‘Ik heb met Collega Sven over je gepraat, er is sinds kort een nieuw middel op de markt, Tysabri, dat weet je waarschijnlijk wel, en aan het eind van deze maand is er een apothekersoverleg. Dan zal ook worden besproken of wij dat middel mogen gaan toepassen, en we hopen dat dat dan ook heel snel kan. Op grond van je MRI kom je daarvoor hoog op de wachtlijst te staan. ’
Oh joy.
Ook geen goed teken: hoog op de wachtlijst staan voor een gloednieuw, en in die zin vrij experimenteel, peperduur middel.
‘Da’s fijn, maar dat doet niets met mijn huidige klachten.’
Nee. Daar kon hij ook niets aan doen. Spijtig maar waar.
Maar hij zou in elk geval maandag een en ander met Sven overleggen.
En: ‘hou je taai!’.

Hou je taai.
Multiple sclerose betekent letterlijk: veelvuldige verhardingen.
‘Hou je taai’ zou me heel goed moeten afgaan. Maar die niet-zo-heel-adremme reactie schiet me nu pas te binnen.

Schub nummer [ik ben de tel kwijtgeraakt], sinds maart.
Dat hij maar snel het pand weer moge verlaten.
donderdag 11 januari
10 | 19:58 (On)Bereikbaar

Stel, u vindt online het werk-mailadres van uw neuroloog.
En stel, u voelt zich hondsberoerd en heeft niet de energie om u door bergen assistentes en belafspraken te worstelen.

Wat doet u?
woensdag 10 januari
3 | 11:50 Geheimnisvoll

Ik heb... ik heb pijn in mijn enkel.
Niet echt hoor. Maar ik ben een beetje bijgelovig. Het benoemen van sommige pijnen brengt ongeluk. Voor je het weet is het Iets. Iets Vreeswekkends. Ook al weet je met vrij grote zekerheid dat het gewoon hormonen zijn. Sommige pijnen, of beter: sommige pijngebieden, moeten verzwegen worden. Geen aandacht geven, dan weten ze misschien zelf niet dat ze bestaan.
Afijn, ik heb pijn in mijn... 'enkel', waarvoor ik overigens graag veel knuffels en troost ontvang - maar ik moest naar de dermatoloog. De afspraak stond al een maand, waaruit men mag afleiden dat een afspraak met de dermatoloog niet vlot te maken of te verzetten is.
En ik had mijn klachten de laatste dagen zo netjes gekweekt, door af te zien van elk vochtinbrengend smeerseltje. Dat ging ik niet nog eens doen.

Ik had geen verwijsbrief bij me. Wel een verwijskaart, maar geen brief van de huisarts, wat betekende dat ik feitelijk elke klacht kon inbrengen die ikzelf belangrijk achtte. Da's het voordeel van chronisch ziek zijn: je hoeft maar te kikken of je krijgt het. Pillen, machtigingen, verwijzingen: you name it. Een beetje zoals hele rijke mensen alles gratis krijgen. MS-gerelateerd of niet, ik krijg zonder veel moeite god weet wat bij mijn huisarts losgepeuterd.
Na anderhalf jaar waarin de huid van mijn handen steeds meer fragmenteerde had ik het welletjes gevonden en vervoegde ik me bij de dermatoloog.

De dermatoloog was prachtvol. Hij heet Bert, ontdekte ik 's avonds, maar ik noem hem Charles. Hij zag eruit als een Charles. Classy. Stylish. Gedistingeerd. Mooie handen, smalle trouwring. Ik ben een sucker voor smalle trouwringen, hoe dunner hoe mooier, en dan liefst om slanke benige vingers. En dat had deze Charles.

Hij stelde alle vragen die de co-assistent al had gesteld en uitgeschreven. Ondankbare functie: co-assistent. Je praat een half uur met een patiënt, schrijft heel enthousiast een kantje vol relevante en irrelevante informatie op, loopt vol trots naar je supervisor en die knikt je dan vertederd danwel bevoogdend toe. En stelt alle vragen opnieuw.

Hoevaak ik mijn handen waste.
Zes keer per dag, herhaalde ik mijn gok tegen hem.
Een gok die ik nu pas ging overdenken, het was eigenlijk wel erg weinig. Zou hij me een viespeuk vinden? Moest ik nu vast beginnen met verklaren, ophogen?
'Waarom zo vaak?'
Oh.
Het was een gok, verdedigde ik mijn antwoord alsnog.
Voor elke maaltijd, 's ochtends bij het douchen, pakweg twee keer door de dag heen na wc-bezoek... dat is toch niet zo veel?
(Het is maar goed dat artsen hoegenaamd niet samenwerken. Een blik op mijn urologisch dossier had Charles geleerd dat ik gemiddeld vijftien keer per dag naar de wc ga. Dat had mijn handenwas-tal aanzienlijk verhoogd)
Maar zes was blijkbaar veel.
(Vindt u zes keer handenwassen op een dag veel??)

Charles beantwoordde al mijn vragen, vroeg naar jeuk en bultjes en bubbeltjes, ik gaf braaf antwoord en hij schreef een receptpapiertje vol.
Vet houden, zei hij.
Het was geen klassiek eczeem, hij hield het maar op urticaria (wat volgens mij gewoon een chic woord is voor uitslag) en het was allemaal mijn vaders schuld. Die heeft astma en heeft, van wat ik ervan heb begrepen, zijn jeugd doorgebracht in zwachtels en zalf en urine (dit laatste in de categorie huismiddeltjes uit den ouden doos). Een klein geschubt eczeemjongetje, heel tragisch.
Deze ontvelde start van mijn vaders leven bepaalt zeventig jaar later de staat van mijn huid. Genetics is a bitch.
Maar goed, ik kreeg een dozijn receptjes voor diverse smeersels mee en ik moest vooral nog eens terug komen. 'Voor de thee, gezellig'. Dat zei hij niet, maar zo klonk het.

Het was kwart over vier, en Sven kon elk moment bellen met de uitslag van de SEP-test. Slechte planning, maar dat had nou eenmaal niet anders gekund. Ik besloot een verdieping hoger te gaan om op de afdeling neurologie even door te geven dat ik onderweg naar huis was, of Sven in elk geval nog een halfuurtje kon wachten met bellen - maar terwijl ik in de rij bij de balie stond ging mijn telefoon.
'Ik sta praktisch voor uw deur, is het niet handiger als ik even binnenkom?'
Ja hoor, dat mocht.

De uitslag.
Zeg niet dat er niets...
'Het onderzoek was prima, niets mee mis'.
Nou ja, dat kan niet, dat is te gek.
Hèb ik eigenlijk wel MS? Dat alle uitslagen zo goed zijn?
Ja ja, daar was geen twijfel mogelijk.. witte vlekjes, scan...
Ik weet het, maar het zou zo leuk zijn als er op gebied van symptomen ook iets aantoonbaar fout zat...
Zo moest ik dat niet zien. Dat was veel grover; de MRI toonde afwijkingen op microniveau, als bij EP-onderzoeken iets te vinden was betekende dat in feite dat de problemen boven het microniveau uitstegen, dan was ik veel verder van huis - het klonk heel vaag, hij keek bij het horen van zijn eigen relaas ook erg verward, maar ik had ongeveer door wat hij bedoelde. Denk ik.

'Wat doen we als mijn MRI helemaal schoon is? Trekt u dan de diagnose in?

Dan ga ik publiceren.
Hij was stil, proefde zijn woorden en zijn eigen idee. Hij proefde en het smaakte.
Dan ga ik over je publiceren, herhaalde hij enthousiast; "En dan ga ik met je het land in. Is dat goed?"

Welja. Ga jij maar met me showen hoor.
Ik vond het niet het moment hem teleur te stellen met details als pleinvrees die een dergelijke tournee weleens in de weg kon zitten. Komt tijd komt raad.

Weg bij Sven. Nog even aankloppen bij de deur van Collega T. Hallo en dag.
Collega T begroette me enthousiast, vroeg hoe het ging, gaf knorrig-vaderlijke adviezen over sporten en bewegen. Zoveel mogelijk, was de boodschap. Sport is altijd goed.
Dat excessief sporten, in combinatie met de hitte, in juli de nog immer nasudderende schub had uitgelokt zei ik maar niet. 'k Vond het hartverwarmend dat hij zoveel tijd en aandacht voor me had.
Pieper. Voor de tweede keer.
U piept, trapte ik een open deur in. Mja... gaf hij met enige tegenzin toe. Pakte toen de telefoon, bromde reacties, meningen en moeilijke diagnostiek in de hoorn. Ik zwaaide naar hem, in de deuropening: 'Dag dan - daaag...!' - maar hij zag het niet. Hing op, hervatte zijn zin en het gesprek.
Na nog vijf minuten: nou.. doe de groeten aan je moeder - is je moeder er ook? Oh, dan zeg ik even gedag.
Achter zijn bureau vandaan, naar de gang, leunend tegen de muur. Nog een vol kwartier praten.
Het draaide allemaal om moed. Je kon eindeloos door een weiland lopen en heel ver komen, maar op een gegeven moment zou je een slootje over moeten springen om aan de overkant te komen. En dat was waar de moed voor nodig was. Niet voor dat weiland - maar voor die paar meter springen en niet weten waar je terecht zou komen.
Moed. Daar draaide het om. Dat moest ik goed onthouden.

Ik vermoedde mijn moeder in zwijm, inmiddels, en dat was ook zo.
Het is heel vervelend... mompelde ze even later in de lift.
Hij is vrij knuffelbaar hè?, reageerde ik monter op haar onuitgesproken frustraties.

Je mag hem wel trouwen hoor, zei ik gul.
Bewaar me! Opnieuw trouwen is wel het laatste dat ik wil.
Ik weet het, daar gaat het ook niet om. Ik wou alleen maar zeggen: als je met hem verder wilt, dan geef ik, als dochter, mijn goedkeuring. Dat moet toch geruststellen, dat je niet ook nog eens stief-moord-taferelen krijgt.
Ja. Hartelijk dank.

Op de terugweg bespraken we alle ziekenhuisgoden. En de co- en arts-assistenten, die er zo schamel bij afstaken.
De co van dermatoloog had bleke magere handen gehad; slap en krachteloos, met kapotte nagels en opengebarsten huid. Slechte reclame.
Het is me een raadsel hoe die kindertjes, met hun drukdoenerij en air van 'Kijk mij eens belangrijk zijn', ooit kunnen uitgroeien tot de persoonlijkheden die ze op hun veertigste, vijftigste zijn. En waarom we nooit de tussenfases zien. Waar blijven artsen (en notarissen, for that matter), in de periode tussen puistjes en grijze haren?

Toen ik 's avonds op Charles/Bert zocht gooide ik meteen ook Dr T. in Google.
Ik kwam uit op de meest obscure naam die ik ooit heb gezien. Zo obscuur dat ik niet eens een pseudoniem kan verzinnen dat de lading dekt.
'Sven heet in het echt Bob de Bouwer', schreef ik eens. Zo heet hij natuurlijk ook niet echt, maar het gaat om de gevoelswaarde, in klank en beeld.
Maar geen enkele naam kan Dr T's naam benaderen.
En dus blijft hij Dr T.
Ach, mysterie muß sein.

(Hetwelk ik allemaal drie weken geleden al schreef, maar er wou geen einde komen. Nu nog niet, maar het houdt u een beetje bezig, terwijl ik probeer me iets beter te voelen)

dinsdag 09 januari
1 | 13:14 Helderziend

Weet je wat Hugh Laurie heeft gestudeerd?
‘Nee.’
Raad maar.
‘Antropologie.’

....

Het is niet leuk praten met jou, op deze manier.
zondag 07 januari
3 | 19:34 Bloedbad

Gisteravond besteedde Kassa aandacht aan het onderwerp 'slechte verpakkingen'.
Het is jammer dat de uitzending niet een paar weken later was, dan had ik mijn klacht nog kunnen opsturen.

'Schudden voor gebruik', stond op de fles ketchup.
En dat deed ik.

Luttele secondes later konden zowel de gehele keuken als ikzelf figureren in de gruwelijkste afleveringen van CSI.

En het was niet eens lekkere ketchup.
3 | 14:01 Beestenboel

Droompjes:
  1. Ik sliep op een slaapzaal. In een ziekenhuis, misschien, of anders in een internaat. Ik kwam de zaal op en zag dat mijn pas opgemaakte bed een warboel was. Verontwaardiging en ergernis: 'wie heeft er in mijn bedje gelegen'. Ik ging weg, kwam even later terug en mijn bed was weer keurig opgemaakt. En vies. Naast het bed zat een grote walrus. Die had het bed weer rechtgetrokken, maar aan zijn kop en nek kleefde een soort vismodder, gelige stinkende smurrie. Bij het opmaken had hij zijn kop op het bed gelegd, waardoor al die troep op mijn dekbed was gekomen.

  2. We hadden een project, die ander en ik. Of misschien was het niet eens ons project, maar ontfermden wij ons erover. Er was een schaap, in embryonale fase, maar buiten de baarmoeder. Gewoon open en bloot, loslopend. Hàrd lopend. Het rende en wriemelde en schoot weg. We holden er steeds achteraan, pakten het van de grond, droegen en terug en zetten het weer neer. Toen kwam er een groot schaap. Dat klikt wel, dachten wij; een dier zal toch wel zijn soortgenoot herkennen, ook al is het een embryo? Maar het schaap herkende het beslist niet, of voelde in elk geval geen warme familieband: hij wou het embryo opeten. We moesten het beschermen, nu niet alleen tegen zijn eigen hyperactiviteit, maar ook tegen de moordlust van het grote schaap. Gelukkig groeide het beestje heel snel. Na een tijdje was het al 'een duidelijk herkenbaar volgroeider exemplaar': het was een grote blauwe Nokia geworden. Nu kon het voor zichzelf zorgen en hoefden wij er niet meer op te passen.

Ik ben een groot tegenstander van het symbolisch interpreteren van dromen.
Als iemand droomt dat hij door drie grote herdershonden wordt achtervolgd en het gevoel heeft zijn leven niet zeker te zijn, kan je best zeggen dat hij bang is voor de confrontatie met zijn eigen seksualiteit. Maar misschien is het ook handig te weten dat hij daags tevoor is aangevallen door de herdershond van de buurman.
Schaapjes in mijn dromen kan ik verklaren. Ik zie zat schaapjes; op tv, bij de kinderboerderij, in mijn eigen commentding.
Maar een walrus?? Ik kan me de dag niet heugen dat ik voor het laatst een walrus zag, al was het maar op een plaatje. Ik was eigenlijk nogal verbaasd dat ik het beest überhaupt herkende...
woensdag 03 januari
3 | 13:32 Kwijt en rijk

Ik zou nog een verjaarscadeau van mijn vader krijgen. Daar kwam een sinterklaascadeau bij en toen een kerstcadeau - en de almaar zwaarder wordende envelop ging gepaard met eenzelfde cumulatieve schutterigheid van mijn vader.
Tijdens de kerstdagen kondigde mijn moeder aan dat ik een dezer dagen iets in ontvangst zou moeten nemen, en alleen al de noodzaak van die aankondiging, de lading die de hele gebeurtenis op die manier kreeg, deed me het moment vrezen.
Ik word zenuwachtig van mijn vaders zenuwachtigheid. Feestdagen maken me sowieso al bloednerveus, cadeautjes ook. Hoe groter een gebaar; geschenk; gebeuren, hoe groter mijn vluchtgedrag. Het kon me niet lang genoeg uitgesteld worden, of anders niet snel genoeg voorbij zijn.

‘Ik Heb Nog Iets Voor Je’, kondigde mijn vader vanochtend met veel nadruk aan. ‘Wil je dat nu in ontvangst nemen?’

In vredesnaam dan maar.

Ik stond naast hem in de woonkamer; hij keek in het rond, de chaos langs.
Zocht drie, vier stapels door.

De envelop was weg. Onvindbaar ondergesneeuwd in de puinhopen van mijn vaders bestaan.

Een groter geschenk kon ik me niet wensen.
maandag 01 januari
2 | 20:19 Love Hurts

Een kleine zap-tocht door mijn linklijstje leert me dat ik vermoedelijk zo beleefd moet zijn om u een gelukkig nieuwjaar te wensen.

Gelukkig nieuwjaar.

Excuseert u me, ik ga weer terug naar mijn date.
Influenza en ik: nooit eerder ontmoet, maar Love At First Sight. Van haar kant althans; ik weet het nog zo net niet.

(Ik wou dit postje als titel geven: 'This could be the beginning of a beautiful friendship' - maar dat vond ik iets te zeer de goden verzoeken)

(Cool. Spellingcontrole geeft als alternatief voor het (volgens de nederlandse spelling althans) foute 'friendship': vriendschap. Voor beautiful wordt dan weer niet 'wonderschoon' of iets soortgelijks geadviseerd, maar beautycase of benzineauto. Oh well. Same diff.)