Vorig Archief - Volgend Archief

maandag 28 november
3 | 09:28 Normaal

Vreemde berichten in het journaal vanochtend.

Eerst een reportage over marine-ontgroeningen in Groot-Brittannie. Op een home-video staan naakte mannen op elkaar in te beuken.
Maar dat was het probleem niet zo, aldus een Britse defensiedeskundige:
The royal marines engaging in robust physical activity while naked, purely for recreational purposes, is part of their culture and has been for a very long time. It's something inherent to being a royal marine.
The allegations actually made in the paper refer to the activities of particular MCO's, and it would appear that those activities are well beyond the bounds of normal or permissible behaviour.

Ik kwam zaterdag de vader van een Engels crèche-vriendinnetje tegen. Ik had hem twintig jaar niet gezien, er was veel te bespreken.
Het viel me op hoe verschrikkelijk beschaafd Engels hij sprak. Prachtig BBC-accent, zo edel en hoogstaand als het BBC het zelf al twintig jaar niet meer doet.
Het gezin heeft nooit meer langdurig in Engeland gewoond. Misschien is dat de enige manier om iets van beschaving vast te houden..

Daarna nieuws over de eerste zware winternacht in Pakistan:
Iedereen is bang dat de harde winter ook slachtoffers zal maken.
Eén geluk: omdat het weer tot nu toe redelijk goed was liep de hulpvoorziening beter dan gepland.

Beter dan gepland.
Zullen we daar maar even niet te lang over nadenken..?

En dan hoorde ik, op het journaal of bij GMNL (ik kan het niet terugvinden):
In het openbaar vervoer komt voorlichting over terreur. Reizigers wordt verzocht om geen tassen onbeheerd achter te laten.
Mijn eigen tas is inmiddels terecht - die bleek niet in de bus te liggen, maar in het revalidatiecentrum.
Maar ik kom nu toch echt in de verleiding om her en der doosjes en tassen te droppen.
Stelletje opgefokte idioten..
zaterdag 26 november
6 | 18:25 Multiculti

Op het journaal: een (half-)Chinese hoogleraar met Limburgse tongval in Groningen.
Dat kan mijn fijne bevooroordeelde en duidelijk gestructureerde denkwereld niet aan hoor..
vrijdag 25 november
4 | 14:12 Mercurius (2)

Om halfeen was hij er al, de meneer van Welzorg.
Met een lekker geurtje, een aardige kop en een prachtige nieuwe Quickie.
Hoezee!

De zitting is minder diep, zodat ik wat minder passief achterover zit.
De wielen staan verder naar voren, zodat ik niet mijn armen uit de kom trek bij het rijden.
De beugels om de stoel in een busje vast te kunnen zetten zijn weg: die maakten het gebruik van de stokhouder onmogelijk - en een stok heb ik meer nodig dan transportbeugels.

Nieuwe beensteunen zitten er ook op.
Met dikke kussens in de kuiten - zó dik dat mijn voet niet op de voetsteuntjes kan rusten.
En nog steeds een mechanisme dat vloeiend naar voren zwiept bij de minste druk, en moeizaam moet worden teruggebracht met een ontgrendelhendel (woord van de dag).

Ik grijnsde breed.
Je lacht me uit!, zei de Welzorger.
Maar je mag, je hebt een leuke lach.
‘Ik lach u niet uit. Maar dit begint grappig te worden. Ik ben al een tijdje bezig met die stoel, en die beensteunen waren juist het belangrijkste..’

Hij belde het thuishonk, gaf ter plekke de klacht door.

Ik zette mijn handtekening hier. En daar. En ook bij dat kruisje.

En hij vertrok, de oude stoel meenemend. En mij achterlatend met een stoel waarin ik nog minder kan rijden dan in de vorige.

Blij dat ik fiets.
5 | 09:55 Mercurius

In april vulde ik een berg papieren in, voor het WVG.
Ik vroeg een rolstoel aan. Dat was het voornaamste. En het hokje voor de taxibus vinkte ik ook maar aan.
Toen ging ik wachten.

Eind juli kreeg ik een oproep: ik werd verwacht bij de keuringsarts van het WVG, en bij de ergonomisch adviseur.
De keruingsarts gaf zijn goedkeuring voor een rolstoel. En smeerde me een toiletstoel en douchestoel aan.
Daar kon ik nu niets mee - wij hebben een bad, en daar past geen douchestoel in.
Maar als ik ooit, óóit eens op mezelf zou gaan wonen had ik alvast de toezegging van een douchestoel. Oh, en als ik dan toch moest verhuizen: verhuiskostenvergoeding kon ik ook krijgen.

Dankuwel meneer.
Graag gedaan.

De ergomevrouw, wij noemen haar V., nam mijn maten. Schreef precies op wat mijn wensen en behoeftes waren.
Ik mocht buiten een rondje rijden in een proef-stoel.

De Quickie 2 Millenium, zou het worden.
Mooi ding. Jammer dat ik niet zelf de kleur mocht kiezen, maar ook in bosgroen was hij mooi. erg mooi.

Ik ging opnieuw wachten.
En wachten.
En wachten.
Elke twee weken belde ik naar Welzorg om te vragen: is mijn rolstoel er al?

Mijn leenstoel moest terug, namelijk. Beide leenstoelen. Eén van de Thuiszorg, één van het revalidatiecentrum. En dan zat ik zonder.
Er was geen acute noodzaak, dat was juist het vervelende van mijn MS-benen: als er een noodzaak was, was die altijd acuut. Een rolstoel achter de hand was redelijk belangrijk.
Al wachtende telde ik mijn zegeningen. Wat had ik gemoeten als ik totaal rolstoelafhankelijk was? Dan zat ik nu al 2, 3, 6 maanden stilletjes op bed te wachten tot ik weer naar buiten zou kunnen. Brrr..

Maar op 3 oktober was het dan eindelijk zover: daar was ie, mijn Quickie.
Oh wat was hij mooi. En oh wat reed hij vreselijk.
Het was geen kwestie van wennen, al na vijf minuten wist ik: dit wordt niet beter.
De zitting was te diep, de wielen stonden te ver naar achteren, de beensteunen gingen erg vlot naar voren maar erg moeizaam weer terug.

Ik belde de WVG-consulente, die de rolstoel in de eerste plaats had aangemeten.
Onbereikbaar. Zij belde terug, maar toen was ik er niet. En zo bleven we enige weken langs elkaar heen praten.

Intussen kreeg ik een nieuwe oproep: ik zou de douchestoel moeten passen.
Nieuw bezoekje aan Welzorg, nieuwe Argonaut-adviseur. Knus gesprek, waarin ik duidelijk maakte dat ik in een toekomst graag een douchestoel wilde, maar dat ik er nu nog niets mee kon.
Begreep hij volkomen. Hij noteerde: mevrouw geeft zelf aan wanneer ze de douchestoel wil.

Twee dagen later kreeg ik telefoon van Welzorg: wij willen maandag de douchestoel bij u komen afleveren.
Ik belde terug, legde uit dat ik met de meneer van Argonaut had afgesproken dat.. etc.
Prima. We geven het door.

Maandagmiddag stond er een bus van Welzorg voor de deur. Met douchestoel.
Ik legde het nog eens uit.
Prima. Geeft niets, ik geef het nog eens door, ik schrijf het op.
Weer een week later. 'Goedemiddag, u spreekt met Welzorg, wij wilden graag maandag langskomen voor de douchestoel'.
Ik belde weer. Vertelde het nog eens.
En twee weken later, op mijn voicemail..
Afijn. U begrijpt het.

Mevrouw V. had ik nog steeds niet te pakken kunnen krijgen.
In arremoede stuurde ik een mailtje naar het hoofdbureau, met de vraag of ze 'onderstaande mail' aan V. konden doorsturen.
In 'onderstaande mail' beschreef ik de problemen die ik met de rolstoel had.
Dan had ik nu tenminste gezegd waaròm ik haar steeds probeerde te bereiken. Of we elkaar nou echt hadden gesproken of niet: zo waren we in elk geval al een stap verder.

Dat was drie weken geleden.
En net toen ik bedacht dat ik dezelfde mail misschien moest uitprinten en als papieren brief moest opsturen kwam er telefoon.
Drie telefoontjes, vlak achter elkaar, op mijn voicemail.

Het eerste was van V. Ze had een mail teruggestuurd, twee weken geleden, of ik die had gekregen? Ze had overlegd met welzorg, ze wachtte zelf ook nog op reactie van hun kant.
Pardon? Mail? Nee, niets gehad.
Het tweede bericht was van Welzorg.
'Goedemiddag, u spreekt met Welzorg, wij wilden u laten weten dat we vrijdag langskomen voor -
Oh mijn God. Niet wéér die douchestoel, alsjeblieft..
- het afleveren van een rolstoel.
Pardon? Oh.. Maar.. Pardon?
Het derde bericht was ook van welzorg. Een andere welzorger.
'Goedemiddag, dit is R, van Welzorg. Ik heb contact gehad met V, van Argonaut, en ik heb begrepen dat de rolstoel die u heeft moet worden aangepast. Maar nu zag ik dat er morgen een nieuwe stoel bij u wordt afgeleverd. Kunt u mij alstublieft terugbellen?'

Morgen, dat is vandaag.
Vanmiddag schijn ik een nieuwe stoel te krijgen.
Als ze tenminste op het goede adres komen. Want de eerste keer dat Welzorg aan mijn deur kwam waren ze zeer verbolgen: we hadden een afspraak, en ik had niet opengedaan!
Vrij logisch, als ze in een totaal andere straat aanbellen.
woensdag 23 november
14 | 20:10 Nattigheid

Stèl.

Stel u voor, u moet onder het boodschappen doen vreselijk nodig plassen.
Kan gebeuren.
U vraagt een werknemer of u gebruik kunt maken van het personeelstoilet, dat mag, u gaat.
Vóór u stript en aan uw taak begint, zet u uw kruk (ja, u heeft een kruk, en ja, die is inderdaad weer terecht) tegen de stortbak.
Helaas hebben krukken de onhebbelijkheid weg te glijden, of een halve slag te draaien. Iets met manchet en verschuiving van het zwaartepunt.
De kruk draait en glijdt, dus, en stoot daarbij tegen de bus luchtverfrisser die op de stortbak staat.
En in een prachtige, ongrijpbare slowmotion valt de bus in de wc-pot. De vreemde wc-pot, die wordt gebruikt door een ontelbaar aantal vreemde vakkenvullers, kassamiepjes en worstsnijders.

Wat doet u?

(Alles puur hypothetisch natuurlijk..)
§ | 08:17 Fris

Hé, zie je dat?
Dáár. Daar beneden, daar op straat. Tien meter onder je, buiten in de kou.
Dat blauwe vlakje, ja.
Dat is mijn zakje kauwgom.
In slaap gevallen tegen mijn kozijn en recht naar beneden gevallen toen ik vanochtend, ook nog half in slaap, het raam opendeed.

Ik wist wel dat ik me dat gekraak en die vage plof niet had verbeeld..
dinsdag 22 november
2 | 18:00 Wilde staking

Ineens klonk er ontzettend veel getoeter.
Drie meisjes fietsten me tegemoet Fijn asociaal: aan de verkeerde kant van de weg, naast elkaar. Giechelend, onverstaanbaar joelend.
Hm. Zeker een fan in een auto, die al dat kabaal maakte. Het gemotoriseerde equivalent van fluiten.
Jaja, haha, hihi, fiets nou maar gewoon door!

Het getoeter hield aan, zwol aan.
Meer getoeter dan bij de jaarlijkse optochten, of acties, van de politie en brandweer.

Een paar honderd meter verder werd duidelijk waarom.
Zomaar halverwege de weg, een semi-snelweg waar nooit opstoppingen zijn, stond een file. Geen ambulances, geen sirenes, geen stoplichten. Alleen dat getoeter.
En voor de file uit liep, heel kalmpjes, de Moeder Aller Zwanen. De grootste zwaan die ik ooit had gezien.

Hij hield zich keurig aan de verkeersregels. Hij slingerde niet, liep in een kaarsrechte lijn, hield netjes een afstand van een meter tot de berm.
En achter hem toeterden twee rijen ongeduldige spitsrijders.

Op een gegeven moment kwam één automobilist op het idee de zwaan de pas af te snijden.
Hij kwam, als een koene ridder, van zijn eigen - redelijke vrije - weghelft.
Hij ging schuin voor de vogel staan, en even leek het of het werkte. De zwaan liep, met korte driftige stappen, richting berm.
Tot hij besefte wat er gebeurde. Alsof hij dacht: Ho eens, dat laat ik mij niet zeggen, daar wou ik niet heen! - stond hij stil. Draaide een halve slag, liep achterlangs om de auto heen en vervolgde zijn weg. Voor de file uit.

Hoe het is afgelopen weet ik niet. Ook ik vervolgde mijn weg.
Maar bij het eerstvolgende stoplicht was de autobaan naast me nog altijd verbazend leeg.
4 | 12:17 Van huis uit

UITKIJKEN! UITKIJKEN ZEG IK TOCH! UITKIJKEN JE HAD WEL DOODGEREDEN KUNNEN WORDEN! UITKIJKEN!!!

Het meisje werd bij de armen gegrepen, door elkaar geschud.
UITKIJKEN, UITKIJKEN!, werd verder gebruld.

Het waren de woorden en acties van een ordinaire volksvrouw, van een compleet overspannen moeder.
Alleen was de dader geen moeder.
Het was een heel klein jongetje, dat zijn nog kleinere zusje ineen deed krimpen met zijn verbaal en fysiek geweld.

Erg geestig. En vooral erg triest.
zondag 20 november
8 | 11:19 Oud & Nieuw

Het begon een paar maanden geleden.
Grote jammerkreten en geïrriteerde kribbigheden.
Zijn Muesli Was Weg.
AlbertHeijn Basismuesli.
Eerst dacht mijn vader nog dat het gewoon op was. Dat was al erg genoeg.
Hij ging langs alle hem bekende, en op de fiets bereikbare, filialen.
Overal was het op.
En dat suggereerde eerder een ‘uit het assortiment’ dan ‘op’.

En inderdaad: de irritatie veranderde in officiële woede toen er ‘iets heel anders’ voor in de plaats kwam.
Nu was er alleen nog ‘rare muesli’. Met noten en vruchten. En van die vieze knapperdingen.

In de daarop volgende weken en maanden probeerde hij allerhande allerlei (allerhande juist niet - AH werd geboycot) muesli uit. Ik kocht zelf-tap-muesli van het reformhuis voor hem.
Maar niets was goed. En elke nieuwe muesli lokte een tirade uit, met woorden als ‘rotzooi’ en ‘onzin’ en ‘vroeger’ versus ‘tegenwoordig’. Vroeger was beter, uiteraard.

Een week of twee geleden was ik het zat.
Ik mailde de consumentenservice van AH, met de vraag of ze toevallig nog oude pakken in een magazijn hadden staan, die ik kon opkopen.
Na een week kreeg ik antwoord van een service-mevrouw. Ze wist van geen veranderingen. Het woord ‘basismuesli’ zei haar niets, die verkochten ze al sinds 1996 niet meer. En er waren de laatste maanden geen veranderingen in het muesli-assortiment geweest. Wist ik misschien een code, had ik een oude verpakking?
Ach. Mijn vader kennende..

Ik brak in, in mijn vaders kamer. Ik tilde doosjes en kranten op, wurmde me door zijn chaos heen.
En vond, inderdaad, een oude doos.
Ik kocht een nieuwe doos, en vergeleek uiterlijk, codes en ingrediënten.

De streepjescode was identiek.
De verpakking was omgekat. De nieuwe doos was wat strakker en saaier. De blije blommen ontbraken, en de tekst ‘basismuesli’.
Bij de ingrediënten stond, op de oude doos: havervlokken, boekweitvlokken, tarwezemelen, maïsvlokken.
Op de nieuwe: havervlokken, maïsvlokken, tarwevlokken en gerstvlokken.
De afzonderlijke vlok-bestanddelen stonden nu ook gespecificeerd.
Boekweitvlokken weg, gerstvlokken erbij.

Nou nou. Wat een grofheid, wat een brute wijzigingen.

Ik mailde de AH-dame mijn bevindingen en sloot af met:
Mijn originele vraag blijft hetzelfde: zijn er toevallig ergens in een magazijn ofzo nog oude pakken..?
Ik weet niet of gerst- danwel boekweitvlokken nou werkelijk zoveel verschil maken, maar mijn vader blijft bij zijn muesli-boycot. En ik word er een beetje moe van, want hij boycot niet zwijgend..

Daarna stapte ik met het nieuwe pak naar mijn vader.
‘Alsjeblieft. Ik eet geen muesli, ik had dit nodig voor iets, maar ik kan er verder niets mee. Als jij het niet eet gaat het weg.’
Zodra je hier thuis eten weggooit eet hij het op, dus de tactiek bij niet-gewaardeerd eten is: bij het vuilnis dreigen te zetten.
Ik voegde er meteen aan toe: er is ècht niets veranderd (ik stapte hiermee maar even over de gerst- en boekweitkwestie heen). Alleen de doos is anders.
Kribbig antwoord: Ik ben toch niet gek zeker, ik wet toch wat ik zie! Die nieuwe muesli heeft allemaal dingen waar ik niet van houd. Van die rare krakende..
Cornflakes.
Ja. En die zaten er vroeger nooit in.

Oh. Oooooh.. was dàt het..

Ik bekende: dat komt omdat ik het vroeger stal. Als jij niet thuis was ging ik naar je kamer en haalde de cornflakes uit je muesli..
En wanneer ben je daar dan mee gestopt?
Een paar maanden geleden.
Ja. Maar dat lukt ook niet tot op de bodem van de zak.
Het was retorisch bedoeld, maar moeiteloos ondergraafbaar. Letterlijk.
Jawel. Je schudt de pot, dan komt de cornflakes bovendrijven, en dat room je af.
Jaja. En hoe lang doe je dat al?
Hoe lang heb je die muesli al..?
Al jaren.
Precies..

Hij beende driftig weg, smeet de kamerdeur achter zich dicht.
Even later een klop op mijn deur: ‘dat wil dus eigenlijk zeggen dat ik jarenlang iets heb gegeten wat ik eigenlijk niet lekker vind..!’
Nee ik heb je gehòlpen het lekker te vinden.
Ja, dat komt op hetzelfde neer
Weer weg.
Nog wat later, weer een klop, en: Ik heb nog meer cornflakes voor je hoor.
Want die andere, dat goedkope albert heijn merk, die zijn ook vergeven van de cornflakes.

Ergens heb ik het idee dat die muesli gewoon symbool staat, voor alles wat anders, en dus slecht is, in deze tijd.
Want met de muesli zijn we er nog niet.
De scheerzeep van De Vergulde Hand is namelijk ook van samenstelling veranderd..
zaterdag 19 november
4 | 21:11 Mooi weer

Wat heb ik hem in het begin gehaat.
Hij was grof, hij was bot, hij was hard.
Zelfs grofheid kan mooi zijn, maar dat was hier niet: dit miste elke schoonheid, elke poezie.
Het was niet functioneel, alleen maar lelijk.

Wat heb ik gewenst dat hij zo snel mogelijk van de buis zou verdwijnen.
En wat ben ik blij dat hij er nu, jaren later, nog steeds is.
Al was het maar om de fantastische crematie van De Mus, vanavond.
donderdag 17 november
5 | 20:12 Hysterie

Zodra ik op straat stond wist ik het al: Mijn tas!

In mijn dronken vlucht (het OV en ik zijn niet zo op elkaar gesteld) had ik de tas in de bus laten staan.

Mijn security-bag, mijn houvast in barre tijden. De tas die ik meezeulde zodra er een redelijke kans op sterven was. Oftewel: alles buiten een afstand van 3 kilometer van mijn huis - en elke enge afspraak.

In de tas zaten gembersnoepjes, pepermuntjes, keelpastilles. Een flesje water, extra maandverband. Een doosje levensreddende medicijnen: pilletjes tegen wagenziekte, pilletjes tegen misselijkheid, pilletjes tegen stress.
In extreem barre tijden zaten er nog zaken als een leesboek, puzzelboekje, paperassen e.d. in.
En die tas reed nu weg. Zonder mij.

Bij thuiskomst werd onmiddellijk de busmaatschappij gebeld - maar dat mocht niet baten. De bussen waren nog niet op stal. Probeert u het morgen nog maar eens.

Het enige wat dit goed kan maken is als morgen op het journaal wordt gemeld:
'In Den Haag is gisteren in een stadsbus een verdacht pakketje gevonden.'

Eigenlijk zou dat zelfs zeer tevredenstemmend zijn.
An evil mind is a joy forever.
woensdag 16 november
5 | 08:17 DNR

Ik ben nogal moeilijk met licht.
Eigenlijk is het nooit goed.

's Ochtends zit ik het liefst in het donker. Alle lichten uit, gordijnen dicht.
Stomme zomer met zo'n blij lachende zon om zes uur. Geef mij maar de winter, met rust en stilte tot zeker halfnegen.

Ik heb, aldus mijn neuroloog, een trage pupilreflex.
Bij wisseling van een donkere naar een lichte ruimte word ik verblind.
Zo ook als ik een tijd mijn ogen dicht heb gehad en ze in een zelfs maar vaag verlichte ruimte open.
En dus moet eigenlijk ook tussen twee en vier 's middags de zon en het licht uit. Tukjestijd.

's Avonds is het een heel ander verhaal.
Als ik moe ben verlies ik mijn evenwicht en coördinatie in het donker.
Post-MS.

Pre-MS was ik gewoon, heel banaal en heel kinderlijk, bang in het donker. Lichtje op de gang aan, deur wijd open.
De laatste jaren, o zo dapper, mijn deur dicht, maar een lichtje op mijn kamer.
5 Watts schemerlampje.
Kerstlichtjes in een glazen kom, het hele jaar door.
Alles wat er aan klein licht beschikbaar is heb ik in mijn kamer gehad.

Licht was ook altijd het eerste punt van discussie bij de twee (twee-en-een-beetje) opnames die ik heb gehad.
'Mag het licht aan, mag de deur open', vroeg ik aan mijn kamergenoten.
De kamergenoten waren altijd zeer coulant, de nachtdiensten nooit.
Heel fijn, om midden in de nacht gewekt te worden met het verzoek bevel het licht uit te doen. Omdat 'de ander' er last van zou hebben.
'De ander' was meestal pislink omdat hij of zij juist door het gesis van de zuster bruut uit hun slaap werd gerukt.
En weer in slaap komen zònder licht lukte mij niet meer.
Home sweet home, waar de lampjes keurig door mij geregeld kunnen worden, en mijn lichtdovende vader iets makkelijker in het gareel te krijgen is dan een verpleegkenau met een avondhumeur.

Tot afgelopen weekend.

Vanuit het niets - en natuurlijk op een zaterdagavond - begaf mijn laatste aanwinst het, een monsterlijk lelijk UFO-achtig ding.
Hij had ongeveer vijf euro gekost, en voor dat geld achtte ik de kans op reanimatie klein. Beter gezegd: het kwam niet in mijn hoofd op dat het überhaupt mogelijk zou zijn.
Ik dacht dat het net zo'n mormel was als het halogeen bureaulampje, dat ik eens gratis van Wehkamp had gekregen. Dood was dood.
Wat erger was: ik had geen geld voor vervanging. Zelfs niet voor een nieuwe lading kerstlampjes.
Ik haalde diep adem, riep diverse goden aan, plugde een kindernachtlichtje in mijn stopcontact (compleet onzichtbaar - maar het ging om het idee) en ging naar bed.

Het ging goed.
En de nacht erop ook.
Eigenlijk viel het best mee.
Soort van.
Zolang alle lichten in de rest van het huis maar aanbleven.
Het was bijna leuk.
Kijk hoe grappig, de hemel geeft licht, zie de sterren, is dat Grote Beer, Venus, een neerstortend ruimteschip?
Spannond.

Na het weekend ging ik naar de lampenwinkel, mijn UFO in een tas.
Hier, zei ik vastberaden en o zo dapper.
Dit is mijn lamp. Hij is dood. Maar misschien wilt u ermee knutselen. Of hem weggooien.
'Misschien moeten we eerst proberen hem te maken', zei de lampenman.
'Dat kan niet. Hij kan niet gerepareerd. En al zou het kunnen, ik heb geen gel - watdoettu??'
Het hoofd van mijn UFO werd van zijn nek getrokken. En eronder zat een doodordinair gloeilampje.
Niks één geheel, niks halogeen.

'Eén-euro-tachtig', zei de lampenman.
'Ik hou van u', zei ik.

Want stiekem ben ik best blij..
zondag 13 november
11 | 19:01 ...De dingen die voorbijgaan

Keuzes maken
Niet altijd maar je zin kunnen krijgen
Relativeren
Verantwoordelijkheid nemen

En wat is voor u 'Volwassen worden'..?
2 | 18:00 Van oude menschen..

'Kaja Wolffers is 31 jaar oud..', zegt de commentator van 'Met vlag en rimpel: Erfgenamen van Indië'.

31?! Is die zó oud? Ik dacht dat die even oud was als ik!

Waarna ik me stilletjes bedenk dat ik ook geen 16 meer ben..
vrijdag 11 november
3 | 17:30 Licht ontvlambaar

Ik zie er op het moment niet al te florisant uit.
Eigenlijk ben ik gewoon een wandelend lijk.

Nou heb je die ook in soorten.
Bij onze plaatselijke AH werkt een schitterend lijk. Zo'n lijk dat het geweldig zou doen in Romeo & Juliet. Lang haar, hoog voorhoofd, smal gezicht, albasten huid. Gebeeldhouwd en gepolijst.

Ik ben niet zo'n lijk.
Ik ben meer van het soort dat Grissom op maandagavond (of zaterdag, op herhaling) uit de rivier trekt. Grauwwit en pafferig.

Erg flauw van mijn lichaam, want het gaat relatief vrij goed.
Voor het eerst sinds Het Begin ben ik meer dan drie maanden schub-vrij. Ik heb wel een hele zooi nieuwe klachten, maar geen grote schub.
Ik fiets en doe oefeningen. Ik heb nog nooit zoveel spieren gehad, nog nooit zo'n goede conditie.
En sinds minstens twee dagen ben ik ook weer wat minder somber.
Ik zou eruit moeten zien als zo'n frisse Californische blom.
Maar nee. Drassig Mississippi-lijk.

En dus vraagt iedereen aan me, met bezorgde blik, 'hoe het nou gaat'.

Zo ook S.

'Ja, gaat wel goed', zei ik blij.
Echt?
Ja!
Je redt het allemaal wel?
Ja hoor.
En ik voegde eraan toe: 'Eitje'.

Waarop hij hoofdschuddend reageerde: 'wat kan jij liegen zeg'.

Wat hij dan weer zó lief zei dat ik op slag verliefd werd.
'Minder somber' gaat bij mij nog weleens samen met 'verliefd op de hele wereld en omstreken'.
Geen nood. Het zijn maar vlagen.
2 | 09:04 Boss

Me thinks.. Joss should stay away from caffeine for a while..

(17 november in maar liefst 11 bioscopen: Serenity. Ik kan niet. Ga voor mij. Please please, pretty please)
donderdag 10 november
2 | 08:01 Omgeving

Af en toe kookt mijn vader Iets Groots. Stamppot of macaroni voor drie dagen. Of stoofvlees.
Het begint in de grootste braadpan - om die te laten passen wordt dan de halve koelkast ontruimd.
De dag erop de middenmaat, de laatste dag het kleinste braadpannetje.
Die laatste dag kan de koelkast weer gewoon worden volgebouwd: alle plankjes en tussenschotjes terug.
Dan gaat alleen één van de twee groentevakken eruit, zodat het pannetje op de bodem van de koelkast kan staan.
Het enige nadeel hiervan is dat de koelkast nèt sluit. Hij zuigt zich niet lekker vast, zoals normaal: je moet hem heel nauwkeurig dicht duwen. Vooral niet dichtgooien: dan kaatst hij meteen terug.
Die dag zegt mijn vader voortdurend: 'Puck, zal je erop letten dat je de deur van de koelkast goed dichtdoet? Ik heb daar mijn pannetje staan'.
Het komt niet in zijn hoofd op dat hij weleens een fout zou kunnen maken.

Af en toe leg ik een fles water in het vriesvak. Zo'n fles is groot, het duurt een halve dag voor hij door en door koud is. Dan hoef ik tussen de oude en de nieuwe fles niet zo lang op lekker koud water te wachten.
Soms vergeet ik de fles. Dan vind ik hem bevroren terug.
Het is gelukkig nog nooit fout gegaan, maar om toch eventuele ongelukken te voorkomen zet ik hem in een veilige omgeving, de wasbak of een emmer ofzo, om hem daar rustig te laten ontdooien.

Hedenochtend kwam ik in de keuken om mijn ontbijt klaar te maken.
De koelkastdeur stond open.
Oh fuck.

Ik rekende.
Ik was om negen uur voor het laatst in de keuken geweest en om tien uur naar bed gegaan. Maar ik had mijn vader tot een uur of twaalf in de keuken horen rommelen.
Zeven min twaalf - dan zou de deur niet meer dan zeven, hoogstens acht uur hebben opengestaan. Nou ja, dat zou mijn biogarde wel hebben overleefd.

Toen ik die biogarde wilde pakken trof ik een klein zwembad aan.
Overal water.
What the f..??
Waar kwam dat nou vand...??

Het vriesvak stond open.
Huh?

Ik keek. En zag.
De fles water die ik was vergeten was ontdooid. En ontploft. In die ontploffing had hij het deurtje waarschijnlijk opengeduwd, en het ijsklontjesbakje omvergegooid. Dat was toen, uiteraard, ook leeggelopen - maar zo'n bakje maakte niet zo veel uit, op de anderhalve liter die uit de fles water de koelkast was ingelopen. Mijn voorheen bevroren brood was doorweekt.

Geen tafereeltjes die je op welk moment van de dag dan ook wilt aantreffen. En zeker niet bij het ontwaken.

Ik heb huilend mijn moeder gebeld. De situatie beschreven. Opgehangen, (de overblijfselen van) de fles water in de gootsteen gelegd, de koelkast dichtgedaan.
En ik ben onder de douche gestapt.

Deze mag hij zelf opknappen.
dinsdag 08 november
2 | 17:19 Eigen waarde

Knallende ruzie had ik met mijn moeder.

We hebben, of hadden, al enige tijd dezelfde psycholoog. Misschien sowieso niet helemaal een slimme zet, maar dat terzijde.
Deze psycholoog, N., heeft een natuurgeneeswijzige aanpak. Testmethoden, medicatie, etc.
En met zijn tests had hij vastgesteld, duidelijk en onomstotelijk: 'Jij hebt geen MS'.
MRI of niet. Even zo onomstotelijke neurologische diagnoses of niet.
Ik had een virusinfectie. En hij had een medicijn.
En de algemene boodschap bij mijn terughoudendheid was, waar alternatievelingen erg goed in zijn: 'maar wil jij dan niet beter worden..?'
Het was de laatste keer dat ik de psycholoog bezocht.
Ik was bij hem gekomen om mijn ziekte te verwerken. Een plaatsje te geven - en meer van dergelijke clichés.
Maar iets dat niet bestaat is moeilijk te verwerken.

Mijn moeder bleef wel naar hem toegaan.
En daar was ik woedend over.
Ze ging altijd zo prat op haar loyaliteit. Eens was ze huilend van woede onze huisarts bijkans aangevlogen, omdat hij had gesuggereerd dat ik (vier jaar oud) niet lief genoeg was. Terwijl ik een verschrikkelijk lief kind was! Hoe durfde hij dat te zeggen!
Hoe durfde zij nu gewoon naar N. te blijven gaan. Terwijl hij me zo onzeker maakte, zo arrogant was, zo neerbuigend, me zozeer niet serieus nam!
Waar was ze nou, met haar verdediging en moeder-trouw?!

Nog geen dag later stuurde ik een mailtje naar een kennis, waarin ik zijn hulp vroeg.
Een kennis die mij in het verleden enigszins.. eeeh.. 'onheus heeft bejegend' (vertaalt u zelf het eufemisme maar).
Een kennis bij wie ik om die reden niet meer alleen in één ruimte durf te zijn.

Vóór ik mijn moeder beschuldig van gebrek aan loyaliteit moest ik misschien eerst eens wat loyaler naar mezelf toe worden.
6 | 12:11 Buitenechtelijk

Eeeew!!
Mijn ouders staan in de gang te zoenen!
1 | 09:20 'Nough said..

'en omdat ik shcijrvend iets beter uit mijn woorden kom dan pratend'

*kuch*
zaterdag 05 november
12 | 20:32 Twist

'Zijn het een beetje grote spruitjes', vroeg ik de Opperkraamvrouw.

Met een slechte fijne motoriek, trillende handen en scherpe mesjes waag ik me niet aan die kleine dingen.
Dus doe mij maar een forse spruit.
Liever een overwichtge peuter dan een mager prematuurtje, zeg maar.

'Wij Hebben Nooit Grote Spruitjes', zei ze uit de hoogte.

Oh.
Bij spruitjes is het blijkbaar geen kwestie van 'toevallig een wat wisselend formaat', maar van twee totaal verschillende soorten.
En de grote spruitjes werden door deze dame überhaupt niet ingekocht.

'wat is het verschil dan?'
'De kleine spruitjes zijn lekkerder', was het - volgens haar afdoende - antwoord.
Maar daar kan ik niets mee.

'Wat bedoelt u met lekkerder?'
'De reden dat mensen niet van spruitjes houden, dat zijn de grote. Wij hebben altijd kleine'.
(Op deze tamelijk kromme zin sprak ik haar maar niet aan)
'Ja maar, waar zit hem dat dan in? Zijn ze zoeter, zouter, bitterder, scherper van smaak?'
'Ze zijn lekkerder'.
'Maar.. ik vind spruitjes nóóit vies.. dus met 'lekkerder' kan ik niet zoveel..'
'Nou joh, da's fijn voor jou, dat jij spruitjes niet vies vindt' - en een andere klant en zij lachten een honende uit-lach, van het neerbuigende soort zoals ik ze sinds mijn eindexamen niet meer was tegengekomen.
Ik liet de spruitjeskwestie maar voor wat ze was, betaalde mijn appels en maakte dat ik wegkwam.

Maar toe nou, ben ik nou echt zo vaag en moeilijk?
'Lekkerder' is toch geen smaak??
vrijdag 04 november
6 | 11:25 Liefde

Wel voldoende. Alleen niet op de goede manier.
donderdag 03 november
2 | 20:45 Medeplichtig

De plaatselijke CD-boer is weg. Failliet.
Ten onder gegaan, aan de groei van internet en het downloaden.

Ik voelde me onmiddellijk schuldig toen ik het hoorde.
Het verdwijnen van anonieme platenzaken is makkelijk weg te wuiven.
Maar deze man ken ik al zolang ik me herinner. Een griezel, van wie het me niet zou verbazen als hij zich te buiten gaat aan hele andere downloads. Maar wel mijn jeugd, mijn puberteit.
Heel 1992 haalde ik de mooi gekleurde Top 40-blaadjes bij hem. Ik kocht mijn eerste CD-singles bij hem, nog voor ik een CD-speler had.
Geen Mr Big, 2 Unlimited of Guns n Roses zonder hem.

Als ik nu een grove zoektocht door mijn harde schijf doe, op *.mp3, krijg ik 1062 resultaten. Een vergelijkbaar aantal zal ik in de loop van de tijd op CD hebben weggezet.
31 Bestanden heb ik zelf gemaakt.
De rest is, zonder uitzondering, gedownload.
Ik heb het gevoel dat ik zelf heb meegeholpen aan 's mans ondergang.

(Hoewel ik, ter verdediging, wel moet zeggen dat ik door het bestaan van internet niet minder muziek ben gaan kopen. Voor ik een computer had, kocht ik, afgezien van die paar singles, ook nooit CD's..)
dinsdag 01 november
6 | 19:01 Confrontatie

Eens droomde ik dat ik gezwellen had.
Op mijn knie groeiden - tsja, wàt, eigenlijk? Uitstulpsels. Wit met rood. Kratertjes. ze groeiden en verspreiden zich.
Het was gruwelijk, walgelijk, weerzinwekkend. Zum Kotzen.

Toen ik die dag bij Albert Heijn stond had ik een acute flashback. Romanesco.
De koraalachtige, gebeeldhouwde torentjes, bijna buitenaards: precies die vorm hadden de groeisels op mijn knie gehad.
Prachtig mooi, maar niet als ze uit je huid komen.
Ik heb het nooit meer durven eten. En elke keer als ik ze op de groenteafdeling zag liggen werd ik een beetje misselijk.

Vandaag, voor het eerst in jaren, ga ik weer romanesco eten.
Nou maar hopen dat het mijn droom niet in volle glorie laat terugkomen.
2 | 10:20 Hoestje

Ik stond net op het punt om te gaan kijken of mijn vader niet toch dood in zijn bedje lag, toen ik het hoorde:
WA-WA-WAAA-WUH-WECH! WA-WA-WA-WAAAA-OH-UH-ECH!!!

Vreemd, dat leven zo stervend kan klinken..