Vorig Archief - Volgend Archief

maandag 30 oktober
8 | 13:31 Sociaal

Heel lang geleden, het lijkt een eeuwigheid (bah, cliché-matige uitspraak) schreef ik een stuk. Een enorm stuk.
Ik had het u beloofd; ik schreef het; ik liet het pre-readen, zoals ik dat noem - en het werd unaniem afgekeurd.
Terecht.
Ik heb toen mezelf beloofd, en in stilte u, om het ‘snel’ te redigeren, om niet te zeggen: helemaal te herschrijven, en dan alsnog te plaatsen.
Nooit iets van gekomen.
Er kwam wat tussen. Ziek enzo - afijn, u was erbij.

Ik heb geen zin om het alsnog te herschrijven, dus ik plaats het hier gewoon. Dan kan ik het tenminste eindelijk van mijn Desktop halen.

Bear in mind dat ik ook wel weet dat het een snertstuk is. En dat alles waarover in historische termen als ‘gisteren’ of ‘vorige week’ wordt gesproken, tenminste drie maanden teruggaat. Dat u niet verwoed stukjes van afgelopen donderdag gaat uitpluizen.

Komt ie:




Het was een mooie dag, op medisch gebied, zo schreef ik dinsdag.

Maar niet alleen door de zorgverleners. Ook administratief-medisch ging het die dag goed.

Zoals u misschien weet ben ik arbeidsongeschikt.
Al voor ik MS kreeg was ik voor 80 - 100% arbeidsongeschikt verklaard, en ontving ik een zogenaamde Wajong-uitkering.
Sinds dit jaar stond het hele beleid op losse schroeven: het ging niet meer om òngeschiktheid, maar om geschiktheid. Wie thuis kan stoffen kan het ook bij anderen, en dergelijke over-positieve en onrealistische uitspraken.
Zoals alle arbeidsongeschikten moest ook ik door de beruchte herkeuring.

Om te voorkomen dat ik word gevonden op bepaalde relevante zoektermen, en de door mij gestalkte man ook door anderen wordt belaagd, zal ik de betreffende uitkerende instantie vanaf nu ‘IZN’ noemen. Instantie Zonder Naam. De werkelijke afkorting kunt u zelf wel invullen.

Het was januari en de IZN-arts kwam aan huis voor Het Gesprek.
Hij bleef twee uur, schreef bladzijdes vol, zei dat hij begreep dat ik alleen al door mijn psychische klachten niet kon werken maar dat ik daarmee bij IZN, met het nieuwe beleid, geen enkele kans maakte om mijn uitkering te behouden. Dat we vooral de nadruk moesten leggen op de MS. Bedlegerigheid, evenwichts- en coördinatieproblemen, gezichtsproblemen, vermoeidheid, cognitieve problemen zoals slecht geheugen en verminderde concentratie.

Parrallel aan de keuring liep een neuropsychologisch onderzoek bij het revalidatiecentrum.
Dat was fijn, zei de arts, daar kon hij wel wat mee, daarvan wou hij graag de gegevens opvragen en meenemen in zijn verslag.
Prima.
Het onderzoek liep beroerd, ik was er vrij zeker van dat dat niets dan slechts zou opleveren, en slecht was net wat we nodig hadden. Ik beloofde hem het verslag. Wat achteraf gezien vrij stom was.

Behalve beroerd liep het onderzoek ook bijzonder traag. Niet in de laatste plaats omdat ik één, twee schubs kreeg; nog wat kleine extra schubs; vakantie van de psychologe en zo nog wat meer.

In februari kreeg ik wel al het voorlopige verslag van de arts, en dat was om te huilen zo mooi, zo prachtig, zo gruwelijk negatief. Het was dat ik er zelf bij was en nog enigszins blijmoedig van geest was, anders had ik enkel op grond van het verslag vast een plaatsje op het kerkhof besteld.
Het was geheel naar waarheid, daar niet van. Maar om zo alleen de gortdroge, louter medische feiten te zien, zonder de nuance of versiering van leuke alledaagse momenten; zonder fris en fruitig, zon en kleur - dat was enigszins confronterend en deprimerend.
Precies wat je bij een keuringsverslag nodig hebt.

Niettemin wilde de arts toch graag een rapport van het neuropsychologisch onderzoek - en dat was een beetje een probleem.
Niet alleen duurde het hele onderzoek veel langer dan verwacht, het viel ook positiever uit dan het op het moment zelf voelde.
Ik was iets slimmer, of iets beter getraind in het maken van tests, dan ik zelf had gedacht.
Bovendien had ik het onderzoek in stukjes gemaakt, in plaats van in één ruk.
Ik had niet de energie om het in één zitting te doen - maar daardoor was juist dàt niet duidelijk: had ik het wèl in één keer gedaan, dan was het evident geweest dat ik na een uur steeds slechter had gepresteerd. Nu begon ik elke twee weken uitgerust en blij aan het volgende deel.
Bij elke uitslag van elk onderdeel kwam eruit: iets onder het gemiddelde, minder dan je mag verwachten van iemand met mijn opleiding en leeftijd - maar beslist niet zorgwekkend slecht.
Bummer. Dat zou het verslag bepaald geen goed doen.

Maar ik kon er niet meer onderuit.
De eerst zo aardige IZN-arts ging nu heel vervelend doen: als ik de NPO-uitslag niet zou geven zou hij zijn hele verslag moeten aanpassen, sterker nog: dan zou hij het hele keuringsgesprek opnieuw moeten houden.
En daar had ik nou net niet de puf voor.
Rug tegen de muur, weinig keuze. Dat verslag moest komen.

En dus belde ik enige weken geleden met de moed in de schoenen naar de arts.
Die niet aannam.
Ik mailde hem.
De mail kwam linea recta terug.
Dat had ik in de maanden ervoor al eens meegemaakt, en toen had de arts naderhand gezegd dat dat een bekend probleem was. Soms kwam mail aan, soms niet. Iets met de server.
Ik bleef proberen, maar àlles kwam terug. Nooit niet.
En zijn telefoon werd nog steeds niet aangenomen.

Ik belde naar het hoofdnummer, legde uit van de mail en het doorkiesnummer, en ik kreeg de belofte dat ik binnen 24 uur zou worden teruggebeld; hetzij door de arts, hetzij door een andere medewerker.
24 Uur, dat klonk goed. Duidelijk en resoluut.
Na vier dagen had ik nog niets gehoord, en toen was ik het zat.
Ik besloot over te gaan tot drastischer maatregelen.

Ik zou een willekeurige IZN-er mailen, in de hoop dat ergens een groot centraal adresboek zou zijn, en de IZN-ers elkaar onderling wat makkelijker zouden kunnen traceren.
Ik zocht op "@izn.nl" "den haag" -"www.izn.nl"
Voor degenen die niet zo into Google zijn: dat betekent zoveel als ‘ik wil mailen met iemand die bij de haagse vestiging van IZN werkt, maar ik wil niet worden afgeleid door stapels sites die verwijzen naar de hoofdsite van IZN.’

Ik vond een adres, van een meneer Hans Woudt, die op een prikbord ‘net en vlot’ werd genoemd.
Dat moesten we hebben.
Ik mailde hem: dat ik hem niet kende en hij mij niet, maar dat ik mijn IZN-arts niet kon bereiken en enigszins gefrustreerd raakte. Dat ik me daarom tot hem wendde, omdat hij een nette man zou zijn, en of hij me toevallig kon helpen.

Hans Woudt schrok zich het lazarus.
Arme Hans.
‘Ik ken u inderdaad niet, wie bent u, hoe komt u aan mijn adres, u zegt dat ik net ben, dan moet u mij kennen, van wie heeft dat gehoord??’
Om daarna weer een ware IZN-er te worden: ‘kunt u mij uw sofi-nummer geven? En wat was precies de foutmelding die u kreeg?’
Duizendmaal nederige excuses en mea maxima culpa, voor mijn brute handelswijze, en hier is mijn nummer.

Meneer Woudt mailde terug dat hij Meneer Mees had geschreven.
Een naam die me vagelijk bekend voorkwam uit eerdere correspondentie met het IZN, en die, zo bedacht ik me ineens, best eens mijn officiele contactpersoon zou kunnen zijn.
Meneer Mees mailde me op zijn beurt: dat mijn IZN-arts met vakantie was geweest; dat het verzoek tot terugbellen niemand ooit had bereikt en dat mijn IZN-arts sowieso mijn zaak niet meer in behandeling had omdat hij voor een ander team was gaan werken.
Mijn dossier zou worden overgedragen aan een andere arts, ik zou bericht krijgen wanneer er meer informatie was.

Oh fuck.
Als IZN zegt dat je bericht zult krijgen gebeurt dat of helemaal niet, getuige de terugbelbelofte, of pas na maanden.
En een andere arts.. dat zou vermoedelijk betekenen dat de hele keuring opnieuw zou plaatsvinden.

De daaropvolgende dagen bedacht ik me met lichte wanhoop de mogelijke doemscenario’s.
Ik zou weer moeten gaan werken, kreeg sollicitatieplicht.
Daar zou ik dan verschijnen, op het kantoor van een willekeurige werkgever:
‘Dag Meneer, ik ben Puck. Ik heb eindexamen in 11 vakken VWO gedaan, ik kan redelijk met een PC overweg, ik heb ervaring met Publisher en Adobe PDF-maker en.....’
Ha fijn! Dan heben wij wel werk!
‘...ik heb MS en een angststoornis. Ik wil heel graag werken, niets liever dan dat. Maar ik zou wel graag na elke drie kwartier werk even willen rusten. Een half uur plat, in elk geval. En na de lunch een uur echt slapen. Ik kan niet deelnemen aan vergaderingen, daar heb ik niet genoeg energie en concentratie voor. Oh, en ik zou het heel fijn vinden als u zou kunnen verhuizen, want u zit nu nèt buiten mijn actieradius. En heeft u een kamertje voor mijn moeder? Die moet me brengen en halen, namelijk, en liefst een beetje in de buurt blijven voor als ik in paniek raak. Maar als u mij aanneemt krijgt u massa’s subsidie, dus dan moet dat allemaal toch wel te realiseren zijn...?’
Oooh fuuuck.... dit ging helemaal mis....

En toen kreeg ik, drie dagen na zijn eerste mail, weer bericht van Mijnheer Mees.
Geachte Mevrouw Puck, IZN-arts II heeft uw dossier bekeken. Uw herbeoordeling is afgerond.
Hè watte?
Dus IZN-arts II hoeft geen gesprek meer? Het gaat nu meteen naar de volgende fase in het traject?
Nee. Er volgt geen volgende fase. In februari hebben wij u een beschikking doen toekomen, deze beschikking blijft van kracht.

Dus ik ben... klaar...??
Klaar, voorgoed, altijd, kláár? Arbeidsongeschikt, tot in de eeuwen der eeuwen amen?

IZN behoudt zich ten allen tijden het recht voor u voor herbeoordeling op te roepen.
Op dit moment is daar echter geen aanleiding toe.
Maar wat de toekomst in de Sociale Zekerheid zal brengen, is ook voor het IZN niet te voorzien.

Klaar.
Zomaar ineens, na maanden van onzekerheid en in de lucht hangen - ineens was het nu allemaal afgelopen.
Geen doemscenario’s nodig, geen zwaard van Damocles boven mijn hoofd.
Rust. Of in elk geval: minder onrust.

Enigzins euforisch legde ik die middag het eerder beschreven bezoekje bij de huisarts af. ‘Ik ben arbeidsongeschikt!’, juichte ik bij het afscheid.
Hij was feliciteerde me van harte.
Toen ik thuiskwam bleek op mijn rekening €150 te staan. Met dank aan het Fonds voor Chronisch Zieken en de gemeente Den Haag.

Ja, het was beslist een mooie dag, op medisch gebied.

En u, de lezer, de belastingbetaler, zou ik graag heel hartelijk willen bedanken voor uw bijdrage in mijn levensonderhoud.
Er komt een dag dat ik u zal terugbetalen. Beloofd.
zondag 29 oktober
§ | 09:52 Consumptiemaatschappij

Gek is dat, dat overvloed bij mij juist leidt tot onthechting.

Nu het merendeel van de supermarkten op zondag open is koop ik vóór het weekend veel minder. 'Ik kan altijd nog zondag gaan', denk ik. Maar ik doe zelden boodschappen op zondag. Ik blijk altijd gewoon genoeg in huis te hebben.

Hetzelfde geldt voor televisie. 'Ik hoef die serie niet zo nodig te zien, ik kan hem altijd nog ergens downloaden'.
Maar geen van die gemiste afleveringen heb ik tot nu toe ook daadwerkelijk op de computer bekeken.

Enige maanden geleden ontdekte ik dat één van de wijkbibliotheken, die op redelijke fietsafstand is, op donderdag open is. Dit in tegenstelling tot de meeste. 'Wat fijn! Nu kan ik eindelijk ook op donderdag naar de bieb!'
Maar ik ben pas één keer geweest, terwijl ik voorheen uitgerekend op donderdag vaak een paniekerig, bijna radeloos verlangen naar Bibliotheek had.

Als het kàn, zolang de mogelijkheid maar achter de hand is, dan hoeft het niet. Dan sla ik ook niet hysterisch méér in, 'voor de zekerheid'.

Mooi principe.
Jammer alleen dat ik hierin een uitzondering lijk, gezien de immer volgeladen boodschappenwagentjes en volgepropte mensen..
woensdag 25 oktober
2 | 20:13 Waardering

"Ik ga even navragen of er iemand is die hier meer verstand van heeft"

Dat zijn zéér bevredigende woorden, van een helpdeskmedewerker. Eindelijk eens niet 'heeft u al geprobeerd de computer opnieuw op te starten'.
Dit maakt bijna het halve uur goed, dat ik nu - voor 20 cent per minuut - aan de lijn hang.
dinsdag 24 oktober
4 | 22:13 Amen

Toen Puck een Puckje was, was ze schrikbarend Godsvrezend. Blijkt.

Voor een persoonlijk projectje neemt mijn moeder al haar oude agenda's door, en daarin staan ook alle memorabele peuter-momenten.
Zo blijkt ze me eens voor de (open!) koelkast te hebben aangetroffen, op een krukje. Geduldig wachtend tot de het water in het ijsblokjesbakje zou bevriezen.
Maar ook in die agenda's: quotes.

Eens zei mijn moeder: 'er zijn geen kloosters voor joden.' Geen idee in welk verband deze uitspraak kwam. Maar toen heb ik monter gezegd (dat monter, dat stond er specifiek bij): 'dan máken we er toch een!'.
In datzelfde jaar was mijn neus erg kapot - ik kreeg om de haverklap ongelukken dus dit zal er één van zijn geweest - en toen bad ik:
'leer mij o heer gehoorzaam te zijn want het bed deed mijn neusje zo'n pijn en ook mijn oog amen.'
En eveneens uit dat jaar het citaat: ....en als je niet van god houdt dan maak je gewoon een stenen beeld en dan ga je bidden. En dan zegt god in de hemel: 'goed zo'. En dan zeg je: 'nee, want het is niet voor jou.'

Vier, was ik toen.
En mijn moeder werd er niet goed van, ze begreep niet waar ik dit godsbesef vandaan haalde.
Ik ook niet, eigenlijk.
maandag 23 oktober
1 | 21:08 Omweg

Mail lezen wordt er tegenwoordig niet makkelijker op.

Post:

The XML page cannot be displayed
Cannot view XML input using XSL style sheet. Please correct the error and then click the Refresh button, or try again later.

--------------------------------------------------------------------------------

A string literal was expected, but no opening quote character was found. Error processing resource 'cid:20061023205839.EB7A...

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><SPAN lang=NL>Geachte mevrouw Puck,</SPAN></P...

Juist. Weinig aanlokkelijk, niets verheffends. Hoogstens áánheffend - letterlijk.
Maar de afzender en het onderwerp maken dat de mail niet ongelezen kan worden weggegooid.
Dus: export message as eml. Open with EditPlus. Strip tags. Linebreaks invoegen. Save.
Terug naar het mailprogramma. Import eml-message. Lezen.


XML. Wie schrijft er zijn mails dan ook in XML..
5 | 18:24 Synchroon

Ik zou dit vol verontwaardigde uitroeptekens kunnen vragen, zoals ik het elke dag (al dan niet inwendig) de televisie toeschreeuw.
Maar in ernst, ik vraag het me echt af: hebben de verschillende commerciële zenders afspraken over commercials? Stemmen ze hun reclameblokken op elkaar af? Zit er een systeem in de tijden, waardoor ze allemaal tegelijk reclame hebben?
vrijdag 20 oktober
13 | 07:37 Persoonlijk

WTF??

Wat is er gebeurd met het linkse stemadvies dat ik al jaren krijg? Ben ik zo veranderd, sinds de gemeenteraadsverkeizingen, of de stemwijzer?

Stemadvies 2006


woensdag 18 oktober
3 | 14:01 Vorm

Het Bijbels Hebreeuws kent niet zo gek veel woorden. Mijn List of words occurring frequently in the Hebrew Bible telt er hooguit 1000; het is niet meer dan een schriftje, 30 bladzijdes, ruim gedrukt.
Hebreeuwse grammatica's zijn daarentegen vuistdik en vaak meerdelig. 750 Bladzijdes zijn niet uitzonderlijk voor een gemiddelde 'Introduction to Biblical Hebrew'.
Van Duits, Grieks en Latijn was ik al een en ander gewend. Naamvallen, werkwoordsvormen, voorvoegsels, achtervoegsels.
Maar het Bijbels (of Klassiek) Hebreeuws heeft, in elk geval wat mij betreft, de meest ondoordringbare grammatica van alle talen.

Een eenvoudig zelfstandig naamwoord heeft behalve een enkelvouds- en meervoudsvorm ook een dualis. Da's voor alles dat in tweeën gaat.
Dan is er de status constructus: in de zin 'De hand van de man' staat 'de hand' in status constructus en is op die manier 'de hand van...'
Veel voorzetsels staan als voorvoegsel aan een woord vastgeplakt, en versmelten dan met het lidwoord, als dat er is. Dit zorgt voor klinkerveranderingen. Bij allerhande verbuigingen en voor- en achtervoegsels verschuift de klemtoon, waardoor de klank van een woord ook verandert.
Voor mijn en dijn worden geen afzonderlijke woorden gebruikt: ook daarvoor wordt een woord verbogen. Mijn boom, jouw boom, onze boom, jullie boom - steeds heeft die boom een andere vorm en uitgang. Alsof dat nog niet genoeg is wordt er onderscheid gemaakt tussen een mannelijke en vrouwelijke 'jij', 'jullie' en 'zij' (mv.)

Twee weken staar ik nu op al deze verschillende verbuigingen van het woord 'Sus' - paard (en de vrouwelijke variant: Susah - merrie).
'Sus' wordt standaard als voorbeeld gebruikt omdat het zo'n vreselijk stabiel woord zou zijn.
Maar in welke vorm ook: het klikt niet, het blijft niet hangen.

Ik deed mijn beklag bij R.
Stom paard. Stomme merrie.

R's advies kwam vanochtend:
'Als je genoeg hebt van paarden, neem je gewoon wat anders, 'Shen' tand, bijvoorbeeld.'

De sadist.
Ik heb het even gehad met tanden. In enkel-, twee- en meervoud.
4 | 13:14 Halal

Hm. Ik weet nog niet zeker of ik dit een goede ontwikkeling vind.
zondag 15 oktober
6 | 20:56 Her

Het was bedoeld als een sarcastisch stukje. Ironisch, misschien. De spot drijvend met u, en met mezelf.

Het is de laatste keer dat ik mijn eigen gezondheid gebruik als werktuig van mijn spotternij.
Mijn gezondheid laat niet met zich spotten.

Donderdag zat ik bij de tandarts. Herbehandeling van een wortelkanaalbehandeling.
Even doorbijten, dacht ik bij mezelf. No pun intended.
Twintig minuten met mijn mond open liggen is voor mij de hel. Boren, spuiten, schuren - het kan me allemaal gestolen worden: het is het overgeleverd zijn, het gebrek aan controle waar ik niet tegen kan.
Maar ik moest erdoorheen. En dan zou het allemaal klaar en goed zijn.

Mooi niet dus.
De tandarts haalde ragertjes door mijn wortels, spoot me vol met chlooroplossing en zei toen: ik leg er een watje met medicijn op en dat dek ik af met een noodvulling. Over drie weken moet je terugkomen, dan herhaal ik het proces, en zo gaan we door tot je klachtenvrij bent.
'Voor onbepaalde tijd' - het geeft me, in welke context of variatie ook, niets dan een gevoel van dreiging.

Maar in elk geval had ik na de behandeling geen na-pijn of andere klachten.

Vrijdagmiddag kon ik niet meer kauwen.
In de nacht van vrijdag op zaterdag lag ik wakker, mijn kaak kloppend tot in mijn oren.
Zaterdagmiddag zat ik bij de spoeddienst van de tandarts.

Vulling eruit, watje eruit, weer de ragertjes en een foto.

In anderhalve dag was er een nieuwe infectie ontstaan.
Zelfs een gebrek aan weerstand wil ik goed doen. Je bent perfectionist of je bent het niet.

Het gat bleef open, een krater tot op het bot.
Open laten, veel sabbelen en zuigen om het pus eruit te laten. Als er etensresten in zouden komen gaf dat niets, die kon ik er gewoon uitpoetsen.
Foto mee voor mijn eigen tandarts, 80 euri en een prettige avond verder.

Jammer alleen dat vanochtend het poetsen helemaal niet meer ging. Waar de kies zelf aanvankelijk het enige was dat géén pijn deed, kon ik hem nu niet meer aanraken zonder dat er stroomstoten door mijn hele gebit joegen. Knap werk, zonder zenuw.
Ik had, wederom, niet geslapen; de paracetamol die normaal gesproken zo goed werkt dat je me, bij wijze van spreken, op één exemplaar kan opereren deed nu helemaal niets, en de pus die uit de kies zou moeten komen om de druk eraf te halen kwam helemaal niet.

Nieuwe spoedtandarts.

Weer twee uur wachten, weer ragertjes, weer een foto.
En een nieuwe antibiotica-kuur. De derde, in anderhalve maand tijd.
Foto en brief mee voor de eigen tandarts, 95 euri, fijne avond en veel sterkte.

Ik ben het een beetje zat. En niet alleen in financieel opzicht.
donderdag 12 oktober
3 | 14:04 Volkje

Op de plattegrond die ons de weg moet wijzen door de pas verbouwde AH:
het pad 'antilliaans surinaams turks marokkaans viscons'

U weet wel, van de bekende Visconieten.
woensdag 11 oktober
7 | 13:18 Stadskind

Ik zag hem het eerst toen ik vóór de pinautomaat afstapte.
Op mijn koplamp: een joekel van een beest. Knalgroen, met lange voelsprieten en veel poten. Hij was eng geweest (ik ben niet zo van de beestjes, in tegenstelling tot zij) als hij niet zo ontzettend mooi was geweest.
Zou dit nou een sprinkhaan zijn? Of zou het één van de luid tsjirpende krekels zijn, die ik 's avonds in het plantsoentje hoor, maar nooit zie?

Ik zou het vragen, besloot ik.
Niet aan een vrouw - vrouwen rennen over het algemeen gillend weg als ze met beestjes worden geconfronteerd.
Niet aan een jonge man. Ik moest een oudere man hebben, één uit de tijd van toen ons dorp nog een dorp was, met bomen en weilanden en de hele mikmak.

Intussen kuierde het beest verheugd van mijn lamp naar mijn stuur. Dat was een beetje onhandig. Ik blies zachtjes in zijn nek, hij begreep de hint en maakte rechtsomkeerts.

Speurend naar een Oudere Man en intussen het beest met een half oog in de gaten houdend deed ik mijn boodschappen op de markt.
Meteen na het brood was ik hem kwijt.
Of nee, wacht. Hij zat op mijn frame, nu. Hij wandelde mijn hele fiets over.
Van mijn frame naar mijn zadel, van mijn zadel naar mijn bagagedrager - en net toen ik een geschikte Oudere Man op het oog had en wilde vragen: 'weet u of dit een sprinkhaan is?', beantwoordde het beestje zelf mijn vraag.
Met een enorme sprong belandde hij op mijn hand, toen weer terug op de bagagedrager, toen met een boog op de grond.

Nee!
Niet doen, niet doen, op de grond is het gevaarlijk!
Om dit nog even te bevestigen struinden er drie moeders met acht boodschappentassen en tien kinderen langs, scheurde een bejaarde dame met haar scootmobiel langszij en smeet de visboer een krat neer.

Ik knielde, naast kruk en fiets en tassen, op de grond.
Hierlangs, toe nou.
Hop! - weer een sprong. Over mijn hand heen, glad de verkeerde richting op.
Hop!
Het leek wel halma.

Kind toch, wat doe je?, vroeg een vriendelijk oude baas. (Waar was u een kwartier geleden..?)
‘Er zit een sprinkhaan. En die probeer ik te redden. Maar hij wil niet.’
Je moet hem in de duinen zetten, adviseerde de man.
‘Ja, maar dan zal ik hem toch eerst moeten vangen.. en hij laat zich niet vangen.’
Jaja.. mijmerde de oude voor zich uit.

De sprinkhaan was inmiddels meters verder. Een felgroen stipje op de trottoirtegels, reuzenschoenen stampend om hem heen. Ongrijpbaar, onredbaar.

Aangenaam kennis te maken, ik heb heus gedaan wat ik kon.
Ik hoop dat je veilig de overkant en die ene marktplaatsboom hebt kunnen bereiken.
maandag 09 oktober
1 | 18:05 Voornemen

Vanaf volgende week ga ik weer zelf mijn haar wassen.

Drie maanden is lang genoeg, en vooral: kostbaar genoeg, om het door de kapper te laten doen.
§ | 12:43 Kom je thuis, huis weg.

Aldus legde ik mijn digibete ouders uit wat ik precies bedoelde met mijn noodkreet 'Mijn domein is stuk!!'

To expire: October 7th - en door mij verlengd op October 5th. Keurig op tijd.
Niet dus. En natuurlijk net op het moment dat ik een aantal Zeer Belangrijke Mails verwacht.

Afijn. Als u mij had willen mailen op mijn privé-mail, of dat al had gedaan maar uw mail per kerende post terugzag, geef dan even een gil. Dan mail ik u, met mijn adres-voor-noodgevallen.
zondag 08 oktober
2 | 13:32 Vrede zij u

Mijn moeder heeft geweigerd een hand te geven. In de kerk nog wel.

De man, die bij de Vredegroet altijd alle banken afloopt, gaf eerst mij een slap handje.
‘40 Jaar. 40 jaar ben ik nu opgenomen.. 40 jaar.. het gaat slecht.. 40 jaar.. vrede van Christus... het gaat slecht..’

Onder deze mompeling liep een lange straal slijmerig speeksel uit zijn mond. Om deze toch vooral niet op zijn trui te laten vallen ving hij hem met zijn vingers op. Hij veegde zijn mond en kin iets schoner, en stak zijn hand uit naar mijn moeder.
En die weigerde. 'Eerst je hand afdrogen'.
Hij haalde zijn schouders op, hield zijn natte hand zegenend omhoog en liep door.

'Dat was gemeen van me. Het spijt me verschrikkelijk, dat had ik niet moeten doen, maar dit was me toch wat te bar', verontschuldigde mijn moeder zich. Bij mij.

Haar kennende gaat ze nu de rest van de middag tobben over haar 'gemeenheid'.
vrijdag 06 oktober
6 | 12:27 Moed

‘Ik weet niet wat ik in jouw geval zou doen. Ik denk dat ik zelfmoord zou plegen.’

Het is haar manier van sympathie, medeleven, moed inspreken.
Gek is dat, dat ik dat nou helemaal niet zo voel..
donderdag 05 oktober
22 | 19:59 Ziek

Na de schub kwam de griep die Ontsteking bleek te zijn. Na de eerste antibioticakuur kwam de tweede; na de antibiotica werd ik voor het eerst sinds een half jaar weer ongesteld - ik stel me toch iets anders voor bij de bijwerking 'verstoorde menstruatiecyclus', maar toegegeven: ineens wèl na steeds maar nìet is ook een verstoring - (dingen die u niet persé wilde weten..); na de ongesteldheid kwam een keiharde terugval van de schub en middenin die terugval heb ik nu het zoveelste heersende virus te pakken. Darmen, dit keer. En, dus, mij kennende, ook paniek.

En in al die ellende zwijgt u. Donderend zwijgen. U reageert niet, u leest niet, want u komt niet.
Logisch. U wist niet van de ellende. Anders zou u er wel zijn.

U bent een tamelijk ziek, sadistisch, voyeuristisch volkje, wist u dat?

Ten tijde van De Schub dacht ik op een gegeven moment: ik moet eens over iets anders gaan schrijven, ik verveel u, ik raak u kwijt.
Enigszins angstig bekeek ik mijn statistieken, om tot mijn ontsteltenis vast te stellen dat het bezoersaantal exponentieel was toegenomen. En mèt dat ik stopte met het bijhouden en beschrijven van mijn ziekte- danwel genezingsproces verdween u. Om mijn statistieken tot een historisch dieptepunt te laten dalen.

Maar u mag weer terugkomen. Wees welkom. Het gaat nog altijd goed slecht, zonder zicht op verbetering.
woensdag 04 oktober
3 | 00:48 Go with the flow

Waarom doe ik dat?
Waarom draai ik in mijn slaap op mijn buik, duw ik mijn gezicht in mijn kussen tijdens nachtmerries? Waarom werk ik mezelf zo tegen?
Het schiet niet op, ik word echt niet blijer wakker, als ik droom van lijken in rivieren en zelf in the process bijna in een lijk verander.
maandag 02 oktober
3 | 15:16 Grote Verzoendag

'Het spijt me dat ik je een trut heb genoemd. Dat had  ik niet moeten doen.

(...)

Zie je, de reden dat ik je een trut noemde was omdat....'


Hoe makkelijk wordt een excuus een verwijt; een persoonlijke boetedoening een vraag, nee haast een eis om erkenning van schuld van de ànder. Hoe verleidelijk is het om een spijtbetuiging te gebruiken om zogenaamde gerechtigheid en genoegdoening te halen; het moment aan te grijpen om de ander, zonder waarschuwing, 'eindelijk eens te zeggen waar het op staat'.
En hoe moeilijk om daaraan niet toe te geven.

Beter om geen excuses aan te bieden, dan één met voorwaarden en dubbele bodems?
Voor je het weet moet je je wijze van excuseren excuseren.
zondag 01 oktober
1 | 12:40 Zwaar

‘De zwaarste kwartjes vallen traag’

Het ging over een jeugdtrauma. Soort van. Een jeugdervaring die een levenstrauma werd.
Negentien was ze, en wat ze zag ging zonder indruk te maken aan haar voorbij.
Nu, op haar tweeënzestigste, deden soortgelijke ervaringen haar de rillingen over de rug lopen, hielden haar uit haar slaap en waren bron van tobberijen en groot verdriet.

‘Tsja. De zwaarste kwartjes vallen traag’, schudde ik mijn quasi-filosofie ter plekke uit mijn mouw.

Haar mond viel open.
Wat schitterend! Het is onzin, maar wat schitterend!
Daar mòet je wat mee doen, Puck!
En niet op dat internet van je zetten, want dan gaat iemand anders ermee vandoor.


‘Och, als ik met al mijn briljante ingevingen iets moest doen.. dat zou de mensheid helemaal niet aankunnen..’, was mijn reactie.

Deze ene dan toch. Met Copyright Puck. Dat iemand anders er niet mee vandoor gaat.
En dat u, ‘Internet van mij’, er maar plezier van moge hebben.